Assisenvoorzitter Camiel Liesens: ‘Onzin dat we een zaak zouden afwerken tussen de soep en de patatten’

Uit De Juristenkrant nr. 386 van 27 maart 2019

De voorzitter van de assisenrechtbank in Tongeren is een gepensioneerd magistraat van 70. Het soms schrijnende tekort aan magistraten is voor Camiel Liesens een meevaller. ‘Ik ben blij dat ik mijn werk kan blijven doen’, zegt de emeritus kamervoorzitter van het hof van beroep in De Juristenkrant. Al vindt hij assisen niet noodzakelijk altijd de beste procedure, en correctionalisering niet altijd een slechte zaak: ‘Ik hoor soms: zulke zware misdaden verdienen een goed proces. Maar wat is de maatschappelijke impact van een passionele moord in vergelijking met maffiatoestanden, terrorisme, de invoer en fabricatie van drugs in zulke hoeveelheden dat er met statistische zekerheid gesteld kan worden dat het vele doden en onnoemelijk leed tot gevolg heeft? Is in dat soort dossiers de ‘goede’ procesvoering van assisen dan niet nodig?’

Gepubliceerd op 28-03-2019

Bart Aerts
Zelfstandig journalist
liesenscamille-8416
(c) Elisabeth Broekaert

U hebt zowel assisenzaken gedaan als zware misdrijven behandeld voor de correctionele procedure. Wat is volgens u de meest geschikte procedure?

‘Er zijn essentiële verschillen tussen de twee procedures en dat is het gevolg van de wijze waarop ze gevoerd worden, namelijk volledig mondeling of vooral op basis van de stukken van het dossier. Dat alles nog aangevuld met het onderzoek ter terechtzitting. De laatste twee jaar heb ik een dertigtal gecorrectionaliseerde assisenzaken behandeld. Voor mij is de vraag: wat is de beste rechtsbedeling, zowel voor de beklaagde, de slachtoffers als de samenleving?’

‘In een assisenzaak heb je onmiddellijk een uitspraak. Dat vinden sommige advocaten een voordeel. Ik begrijp dat niet. Het is goed dat er wat tijd over gaat. Laat dat bezinken. Zet de emoties opzij. Dat is belangrijk. En die tijd heb je tijdens een correctionele behandeling.’

(...)

De kritiek is wel dat zware misdaden te snel werden behandeld voor een correctionele rechtbank.

‘Wanneer ik in pers lees dat we alles tussen de soep en de patatten zouden afhandelen, dan stoor ik mij daaraan. Dat is grof. Dat is een blaam voor de magistratuur, want dat wil zeggen dat we alle zaken tussen de soep en de patatten zouden afhandelen. Ik heb nog nooit de debatten gesloten zolang er iemand in de zaal nog iets te zeggen had. En dat geldt zowel voor de advocaten, de beklaagden als voor de burgerlijke partijen die in persoon aanwezig zijn.'

(...)

‘De kans op gerechtelijke dwaling is volgens mij voor assisen ook veel groter dan bij een behandeling voor de correctionele rechtbank, waar bovendien hoger beroep mogelijk is. Hoe kan een jurylid tijdens een groot assisenproces waar de schuld betwist en betwistbaar is, na vijf weken nog weten wat er op de eerste dag door een getuige of deskundige gezegd is? Welke getuige moeten zij geloven? Moeten zij de stelling van het openbaar ministerie of van de verdediging of burgerlijke partij volgen?’

‘Mensen hebben een totaal verkeerd beeld van het werk van een rechter. Waar zit het grote werk voor ons? Niet tijdens de zittingen hé. Het grote werk doen we achter ons bureau. Dat is het bestuderen van een dossier en het afwegen van alle bewijselementen, zowel feitelijk als juridisch. Soms zijn we daar dagen, weken en zelfs maanden aan één stuk mee bezig.’

U bent jarenlang als voorzitter van de drugskamer geconfronteerd geweest met de drugsproblematiek. Wat denkt u over de veelbesproken war on drugs?

(...)

‘Beleidsmakers mogen volgens mij wel niet denken dat ze het drugsprobleem volledig kunnen oplossen met een war on drugs. Als ze dat verwachten, dan zal justitie mislukken. Door efficiënte opsporing van de invoer en zware bestraffing na een grote drugsvangst zal er mogelijk krapte komen op de markt, de prijzen en de mogelijke winsten zullen stijgen, criminele organisaties zullen zien dat daar zeer grote winsten mee mogelijk zijn en zullen het aanbod herstellen en we zijn terug bij af. Wij zullen omwille van het internationaal karakter en de mogelijke immense criminele winsten nooit de aanbodzijde van drugs kunnen droogleggen. Op lange termijn moeten ze daarom vooral werken aan de vraagzijde. Daar moet volgens mij zeer veel geld en energie in geïnvesteerd worden. Het sociaal weefsel van thuis, school, straat en uitgangsleven verdient alle aandacht. De samenleving zou er beter van worden.’

(...)

  464