Zijn flexi-jobwerknemers tweederangs?

Zijn flexi-jobwerknemers tweederangsIn de horecasector bestaat sinds 1 december 2015 een nieuwe vorm van tewerkstelling: de flexi-job. Die maakt het werkgevers gemakkelijker om extra personeel in te zetten.
De vakbonden zijn fel gekant tegen de flexi-jobs omdat ze een bedreiging vormen voor de reguliere arbeid. Ze willen de wet op de flexi-jobs en overuren aanvechten. Hierbij wordt in de eerste plaats gedacht aan een procedure tot vernietiging bij het Grondwettelijk Hof.

"Mensen met een flexi-job worden tweederangswerknemers, die niet dezelfde rechten hebben bij ziekte, arbeidsongevallen, werkloosheid, enzovoort. Ze hebben ook geen dubbel vakantiegeld. Dat is voor ons onaanvaardbaar." aldus Alain Detemmerman van ABVV Horval in een artikel van De Morgen van zaterdag 23 januari 2016.
Maar is dat wel zo?

Prof. Dr. Willy van Eeckhoutte gaat dieper in op deze uitspraak in zijn blog WikiSoc.

Flexi-jobs en sociale zekerheid
Vooreerst moet worden opgemerkt dat flexi-jobwerknemers wel degelijk vallen onder de algemene regeling van de sociale zekerheid voor werknemers. De wet bepaalt dat uitdrukkelijk in een nieuwe bepaling van de RSZ-wet (art. 1ter van die wet, ingevoegd door art. 13 van de wet 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken).

In beginsel betekent dat tewerkstelling in een flexi-job wel degelijk rechten doet ontstaan op socialezekerheidsprestaties (en aanleiding geven tot het verschuldigd zijn van socialezekerheidsbijdragen).

Het tegengestelde kan niet worden afgeleid uit de bepaling die het flexiloon, het flexivakantiegeld en de netto-vergoedingen uitsluit uit het loonbegrip dat wordt gehanteerd voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen (het nieuwe derde lid van art. 23 Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid). Die uitsluiting impliceert enkel dat op het flexiloon niet de gewone socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. Inderdaad, op het flexiloon wordt een bijzondere bijdrage van 25 % geheven (art. 38, § 3sexdecies, Algemene Beginselenwet Sociale Zekerheid).
 
Socialezekerheidsprestaties
Toch heeft een uitsluiting uit het loonbegrip meestal ook tot gevolg dat de uitgesloten bestanddelen niet in aanmerking komen voor de berekening van vervangingsinkomsten van de sociale zekerheid voor werknemers: de werkloosheidsuitkeringen en de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van de ziekteverzekering en de arbeidsongevallen- en beroepsziekteregeling. Om deel te kunnen uitmaken van het gemiddeld dagloon waarop die uitkeringen worden berekend, moeten daarop immers inhoudingen voor de sociale zekerheid, m.a.w. werknemersbijdragen, verschuldigd zijn (art. 2, tweede lid, eerste zin, koninklijk besluit 10 juni 2001 waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip “gemiddeld dagloon” wordt vastgesteld en sommige wettelijke bepalingen in overeenstemming worden gebracht).

Maar m.b.t. de flexi-jobs is aan dat tweede lid een derde zin toegevoegd die bepaalt dat het flexiloon en het flexivakantiegeld als gemiddeld dagloon wordt beschouwd.

Wat de arbeidsongevallen- en de beroepsziekteregeling betreft, die een eigen begrip basisloon hanteren, worden voordelen waarop geen socialezekerheidsinhoudingen zijn verricht, niet uit het loonbegrip gesloten (art. 34 Arbeidsongevallenwetart. 49 Beroepsziektewet). Voordelen uit een flexi-jobarbeidsovereenkomst komen dus wel degelijk in aanmerking voor de berekening van de arbeidsongevallen- en beroepsziektevergoedingen waarop een flexiwerker aanspraak zou kunnen maken.

En in de pensioenregeling voor werknemers is bepaald dat het flexiloon en het flexivakantiegeld worden beschouwd als een brutoloon op basis waarvan het rustpensioen wordt berekend (art. 7 Pensioenwet Werknemers).
Wel moet erbij worden gezegd dat van het flexiloon wordt gedefinieerd als het nettoloon ter vergoeding van een prestatie geleverd in het kader van een flexi-job, aangevuld met alle vergoedingen, premies en voordelen van welke aard ook die door de werkgever toegekend worden ter vergoeding van diezelfde prestatie en waarop socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn (art. 3, 2°, van de wet 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken). Maar op het eigenlijk flexiloon moeten, gelet op de uitsluiting uit het loonbegrip, geen socialezekerheidsbijdragen worden afgehouden en, zo blijkt uit een andere bepaling van de wet, ook geen bedrijfsvoorheffing. Bruto is hier dus netto, zou men kunnen zeggen.
 
Dubbel vakantiegeld
Toepasselijkheid van de socialezekerheidsregeling voor werknemers brengt in beginsel toepasselijkheid van de Jaarlijkse-Vakantiewet met zich (art. 1 van die wet).

Maar de wet die de flexi-jobs regelt, verklaart de regels van die wet niet op hen van toepassing (art. 9, § 2, Jaarlijkse-Vakantiewet). Zij bevat een daarvan afwijkende bepaling, volgens welke het flexivakantiegeld, d.i. het vakantiegeld verschuldigd voor een prestatie geleverd in het kader van een flexi-job, 7,67 % van het flexiloon bedraagt. Het dient samen met het flexiloon te worden uitbetaald aan de werknemer (art. 5, § 3, wet 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken).

 

Is die 7,67 % enkel of dubbel vakantiegeld? Als men weet dat flexi-jobwerknemers voor de toepassing van de wetgeving op de jaarlijkse vakantie als “hoofdarbeiders” worden beschouwd (art. 2ter Jaarlijkse-Vakantiewet), zou enkel en dubbel vakantiegeld voor hen 15,34 % van het loon moeten bedragen (art. 46, § 1, eerste lid, Jaarlijkse-Vakantiewet). Maar die regels zijn niet van toepassing op flexi-jobwerknemers (art. 9, § 2, Jaarlijkse-Vakantiewet).

 

De 15,34 % is als volgt berekend. Eén week loon vertegenwoordigt 1,9175 % van een jaarloon, want er zijn gemiddeld 52,15 weken in een jaar. Deelt men 7,67 door 1,9175, dan komt men aan 4. Het flexivakantiegeld stemt dus inderdaad overeen met het loon voor vier weken en dus met het enkel vakantiegeld.
 
Conclusie
Of flexi-jobwerknemers “tweederangs” zijn, hangt in elk geval niet af van hun socialezekerheidsbescherming: die wordt gevrijwaard. Maar het is wel juist dat hun flexiprestaties geen dubbel vakantiegeld opleveren.

 

Deze tekst is een overname van WikiSoc Blog van Prof. Dr. Willy van Eeckhoutte

 

 


Gepubliceerd op 26-01-2016

Berichttitel

Berichtomschrijving
  551