Wat verandert er op 1 januari 2016?

januariDe sociale en juridische wetgeving wordt frequent aangepast. Door de technische, vaak complexe natuur van deze veranderingen wordt het soms moeilijk voor werkgevers om het bos door de bomen nog te zien. Daarom brengt Annelies Baelus, Director Opleidingen bij Acerta Consult, u in korte, hapklare updates op de hoogte van de belangrijkste wijzigingen van de komende maand.

1. Ontslagcompensatievergoeding arbeiders met anciënniteit van 10 jaar
Sinds het eenheidsstatuut ontvangen arbeiders bij ontslag een ontslagcompensatievergoeding betaald door de RVA op voorwaarde dat hun contract dateert van voor 1 januari 2014 en dat ze niet tewerkgesteld zijn in een sector uitgesloten van het eenheidsstatuut. De arbeiders worden stapsgewijs opgenomen in dit vergoedingssysteem. Vanaf 1 januari 2016 heeft een arbeider ten tijde van het ontslag slechts 10 jaar anciënniteit nodig om aanspraak te kunnen maken op deze ontslagcompensatievergoeding. In 2015 had de arbeider nog 15 jaar anciënniteit nodig om aanspraak te maken op de vergoeding.

2. Outplacement niet meer weigeren
Outplacement moet aangeboden worden aan eenieder die recht heeft op minstens 30 weken opzeg, onafgezien van zijn of haar leeftijd. Tot en met 31 december 2015 kon een werknemer dit aanbod vrijblijvend weigeren. De werkgever kon in dat geval de verbrekingsvergoeding niet verminderen met 4 weken loon. Vanaf 1 januari 2016 wordt de verbrekingsvergoeding van minstens 30 weken sowieso verminderd met 4 weken van zodra de werkgever een aanbod outplacement deed. De werknemer zal op die manier gestimuleerd worden om deze outplacement te aanvaarden.

3. Tarieven externe preventiediensten

De externe preventiediensten zullen nieuwe tarieven hanteren vanaf 1 januari 2016. Deze minimumtarieven zijn vastgelegd door de overheid en variëren naargelang de aard van de activiteit van de werkgever. Er is een opdeling gemaakt van alle werkgevers in categorieën van 1 tot 5 op basis van hun hoofdactiviteit.  Verder is ook vastgelegd welke prestaties tegenover dit minimumtarief moeten staan. Er is een aparte regeling ontworpen voor micro-werkgevers met max. 5 werknemers. Zij betalen een goedkoper tarief. Deze nieuwe regeling vormt een onderdeel van de compensatiemaatregelen die de regering voorziet voor de meerkost van het eenheidsstatuut.

Zie hierover ook ‘Hoeveel moet u in 2016 betalen aan uw externe preventiedienst?’.

4. Patronale bijdragen op de aanvullende bijdrage SWT

De patronale bijdragen op de aanvullende bijdrage SWT (Stelsel van Werkloosheid met Bedrijfstoeslag) worden duurder voor SWT dat ingaat na 1 januari 2016 en waarbij de opzeg of verbreking werd betekend na 10 oktober 2015.

Deze patronale lasten worden opgetrokken met 25% voor de profit en 125% voor de non-profit. Dit is een financiële maatregel die al enkele keren toegepast werd gedurende de voorbije jaren en en die nu mee moet zorgen voor inkomsten die de regering broodnodig heeft om de maatregelen rond de taxshift te financieren. Het gaat overigens niet alleen om de patronale bijdragen op de aanvullende vergoeding SWT, maar ook de bijdragen die berekend worden op de aanvullende vergoeding Canady Dry, tijdskrediet en werkloosheid. (DECAVA)

5. Landingsbanen

Wie in een uitzonderingslandingsbaan wil stappen (zware beroepen, lange loopbaan of herstructurering) zal in 2016 56 jaar oud moeten zijn, behalve als er een sectorale cao  (of herstructureringsplan) gesloten werd die deze instapleeftijd behoudt op 55 jaar voor 2016. In het kader van de verstrenging van de uitkeringsregels is immers voorzien dat er slechts een RVA-uitkering zal betaald worden voor landingsbanen vanaf 60 jaar. Maar werknemers met zware beroepen, lange loopbanen of zij die werken in een onderneming in moeilijkheden/herstructurering, konden hiervan afwijken en kunnen nog uitkering ontvangen vanaf 55 jaar. Er werd wel een tijdspad voorzien door de NAR, waarbij de leeftijd geleidelijk zal worden opgetrokken naar 60 jaar, zodat men in 2016 dus al 56 jaar oud moet zijn om een uitkering te genieten. Echter, ook hiervan konden de sectoren via een cao dus nog één jaar lang afwijken.

6. Maaltijdcheques
Maaltijdcheques hebben vanaf 1 januari 2016 een maximumwaarde van 8 euro, met een maximum tussenkomst van de werkgever van 6,91 euro. Hiervan is vanaf 1 januari 2016 maximum 2 euro fiscaal aftrekbaar (voordien was dit 1 euro). Bovendien zijn alle maaltijdcheques vanaf 1 januari 2016 verplicht elektronisch. De papieren maaltijdcheques die nog zouden uitgegeven zijn in 2015, hebben een vervaldag die ten laatste eindigt op 31 december 2015.

Zie hierover ook ‘Geen extra maatregelen om elektronische maaltijdcheque te promoten’.

7. Niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen
De bedragen die betaald mogen worden uit hoofde van een niet-recurrent resultaatsgebonden bonusplan (cao nr. 90), zijn vanaf 1 januari 2016 de volgende: 3.169 (niet-geïndexeerd) euro sociaal vrijgesteld en 2.755 euro (niet-geïndexeerd) fiscaal vrijgesteld. U mag deze maxima toepassen voor alle bedragen die betaald worden in 2016, ongeacht de referteperiode waarover ze betaald worden.

8. Vervroegd pensioen

Om op vervroegd pensioen te kunnen gaan in 2016, moet een werknemer 62 jaar oud zijn en 40 loopbaanjaren hebben. Werknemers die in 2016 reeds 42 loopbaanjaren hebben, mogen nog op 60 jaar in vervroegd pensioen vertrekken. Heeft de werknemer 41 loopbaanjaren gepresteerd, dan mag hij of zij op 61 jaar met vervroegd pensioen. Elk jaar worden de voorwaarden strenger, tot we in 2019 de (voorlopige) doelleeftijd van 63 jaar met 42 loopbaanjaren zullen bereiken. Dit past in de algemene verstrenging  van het pensioenbeleid, waarbij sedert dit jaar de normale pensioenleeftijd gebracht werd op 67 jaar.

Zie hierover ook ‘Pensioenleeftijd wordt geleidelijk opgetrokken’.

Annelies Baelus
Director Opleidingen bij Acerta Consult

Gepubliceerd op 29-12-2015

Berichttitel

Berichtomschrijving
  175