Wat verandert er op 1 april 2017?

1 aprilDe sociale en juridische wetgeving wordt frequent aangepast. Door de technische, vaak complexe natuur van deze veranderingen wordt het soms moeilijk voor werkgevers om het overzicht te behouden. Daarom brengt Annelies Bries, juridisch adviseur bij Acerta, u in duidelijke taal op de hoogte van de belangrijkste wijzigingen van de komende maand.

Vanaf 1 april zal er een en ander wijzigen in de mogelijkheden om een tijdskrediet op te nemen. Tijdskrediet laat een werknemer toe om zijn loopbaan gedurende een bepaalde termijn te onderbreken of met de helft of 1/5de te verminderen.

De volgende wijzigingen kunnen we verwachten en zijn van toepassing op alle aanvragen en verlengingen waarvan de kennisgeving bij de werkgever gebeurt vanaf 1 april 2017:

  1. Het tijdskrediet zonder motief zal volledig verdwijnen. Er bestond al geen recht op uitkering meer sinds 2015.
  2. Het tijdskrediet met zorgmotief wordt opgetrokken tot 51 maanden. Het gaat om tijdskrediet voor het verzorgen van een kind jonger dan 8 jaar, een zwaar ziek familie- of gezinslid, een gehandicapt kind of het verstrekken van palliatieve zorgen. In het verleden was dit 36 of 48 maanden afhankelijk van het motief.
  3. Een werknemer die twee deeltijdse functies uitoefent bij twee werkgevers kan eveneens 1/5de tijdskrediet opnemen. De voorwaarde is dat de deeltijdse betrekkingen samen een voltijdse tewerkstelling vormen.
  4. Voortaan zal men niet alleen wanneer er sprake is van een huwelijk, maar ook indien er sprake is van een wettelijk samenwonen, tijdskrediet kunnen nemen voor het verstrekken van zorgen aan zwaar zieke schoonfamilie. De mogelijkheid zal echter, zowel voor gehuwden als wettelijk samenwonenden, beperkt worden tot aanverwanten tot de eerste graad.
  5. De verrekenregels om na te gaan of de werknemer nog “krediet” over heeft om tijdskrediet op te nemen worden ook aangepast.
  6. Tot slot zijn er een aantal kleine wijzigingen in de voorwaarden om te kunnen genieten van een landingsbaan.

Opgelet echter: Dat er een recht op onderbreking is bij de werkgever betekent niet automatisch dat er sprake is van een recht op uitkering. Op 1 april is er geen wettelijke basis om ook het recht op uitkering uit te breiden naar 51 maanden voor het tijdskrediet met zorgmotieven. Dit betekent concreet dat de RVA in afwachting een uitkering zal toekennen gedurende maximum 48 maanden. Zolang het noodzakelijke koninklijke besluit niet aangepast is, zal de periode van 3 maanden, aangevraagd tussen 48 en 51 maanden, door de werkgever toegekend moeten worden maar zonder uitkeringen van de RVA.


 

Annelies Baelus

Juridisch adviseur Acerta

Gepubliceerd op 31-03-2017

Berichttitel

Berichtomschrijving
  243