Wanneer krijgen werknemers hun vakantiegeld uitbetaald?

De werkgever betaalt aan de bediende die vakantie neemt een enkel en een dubbel vakantiegeld. De arbeiders daarentegen ontvangen hun vakantiegeld via tussenkomst van de vakantiekas.

 

 

Gepubliceerd op 27-05-2020

huis-italia-istock-542835242

Enkel vakantiegeld voor bedienden

Het ‘enkel vakantiegeld’ is grosso modo het gewone loon voor elke vakantiedag. Bij een loon dat geheel of gedeeltelijk veranderlijk is, is het enkel vakantiegeld gelijk aan het eventuele vaste loon per dag en aan het daggemiddelde van het veranderlijke loon dat werd verdiend tijdens elk van de 12 maanden die voorafgaan aan de maand waarin de vakantie werd genomen (of eventueel op het gedeelte van de 12 maanden waarin de bediende in dienst was). 
Op het enkel vakantiegeld worden werkgeversbijdragen en persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid berekend zoals op normaal loon. Er wordt ook bedrijfsvoorheffing inhouden zoals in de belastingschaal voor gewone lonen.

Dubbel vakantiegeld voor bedienden

Het ‘dubbel vakantiegeld’ wordt betaald op het ogenblik dat de hoofdzakelijke vakantie wordt genomen. Het dubbel vakantiegeld wordt toegekend voor de volledige 4 weken vakantie. Het bedraagt 92% van het brutoloon van de maand waarin de hoofdzakelijke vakantie wordt genomen, eventueel in verhouding tot het aantal maanden van het vakantiedienstjaar die recht geven op jaarlijkse vakantie.
In sommige ondernemingen wordt het dubbel vakantiegeld uitbetaald in april of mei voor al het ‘bediendepersoneel’. Dus enkele weken vóór de effectieve hoofdvakantie die meestal in juli of augustus valt. Het gaat om een vervroegde betaling die eventueel wordt geregulariseerd.
Op het dubbel vakantiegeld worden geen werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid berekend. Er is wel een persoonlijke bijdrage van de werknemer verschuldigd, en er wordt bedrijfsvoorheffing ingehouden tegen een percentage dat afhankelijk is van het totaal van het belastbaar loon van de werknemer.

Vakantiegeld voor arbeiders

Het vakantiegeld voor arbeiders bedraagt 15,38% van de effectief verdiende of fictieve brutolonen (tegen 108%) van het vakantiedienstjaar.
Op het vakantiegeld wordt een solidariteitsbijdrage van 1% ingehouden. Er is ook sprake van een bijzondere bijdrage van 13,07% ten laste van de arbeider. Die bijdrage wordt berekend op het bedrag van het dubbel vakantiegeld voor 3 weken en 2 dagen vakantie, dus op het gedeelte dat 6,8% vertegenwoordigt van het vakantiegeld (dat in totaal 15,38% bedraagt). Los van de sociale inhoudingen zal ook bedrijfsvoorheffing worden berekend op het belastbaar bedrag van de vakantiecheque.
De financiering van het vakantiegeld wordt verzekerd door de opbrengst van een maandelijkse werkgeversbijdrage (5,57% vanaf 1 januari 2018) en van een jaarlijkse werkgeversbijdrage van 10,27%, die berekend wordt op de lonen van het afgelopen jaar (tegen 108%), en die in april moet worden betaald.
  201