‘Vrijheidsbeperkingen in de zorg moeten wettelijk geregeld worden’

Uit De Juristenkrant nr. 392 van 26 juni 2019

Bij de zorg voor personen in een residentiële voorziening wordt de vrijheid van de patiënten soms beperkt, bijvoorbeeld door bejaarden ’s nachts vast te maken in hun bed. Wat daarbij wel en niet kan en mag, hangt af van waar iemand terechtkomt (geestelijke gezondheidszorg, ouderenzorg, gehandicaptenzorg), hoe hij daar terechtkomt (vrijwillig of gedwongen), en wat hij nog zelf kan beslissen. In het Belgische recht zijn vrijheidsbeperkingen amper geregeld en daardoor zelden onder dwang toegestaan. Als ze toch plaatsvinden zijn ze meestal gebaseerd op de wilsonbekwaamheid. Het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap ziet dat anders: ook mensen met een beperking hebben hun autonomie en je mag waartoe ze cognitief in staat zijn niet als maatstaf nemen voor vrijheidsbeperkingen. Hoe het dan wel moet, vroegen we aan Tim Opgenhaffen die er onlangs aan de KU Leuven zijn doctoraat over presenteerde. Wanneer is vrijheidsbeperking gerechtvaardigd en wanneer niet?

Gepubliceerd op 27-06-2019

Annelien Keereman
Redacteur De Juristenkrant

De global legal hackathon (ook wel #GLH2019) is de grootste legal hackathon ter wereld, zo schrijven ze op hun website. Op een legal hackathon gaan multidisciplinair samengestelde teams de uitdaging aan om gedurende bijvoorbeeld drie dagen een oplossing uit te werken voor een concreet probleem in de juridisch-technologische sfeer. Een team verenigt best een jurist, een informaticus, een designer en iemand met een zakelijke achtergrond. De volgende editie van de wereldwijde legal hackathon verloopt in verschillende stappen. Eerst zijn er lokale legal hackathons. Zo organiseren Wolters Kluwer België en LawRen.io, met de steun van Jubel.be, Knowlex en The Birdhouse, voor België op donderdag 21 februari 2019 een event met keynote speakers uit de legaltechsector. Vrijdag 22 februari vertrekt de Belgische delegatie naar ClinkNoord in Amsterdam, waar Wolters Kluwer dat weekend de eerste lokale ronde voor de Benelux organiseert.

Op elke hackathonlocatie zullen teams - van wie velen voor de eerste keer samenwerken - het hele weekend ideeën uitdenken en technische oplossingen ontwikkelen voor de juridische praktijk, het bedrijfsleven en de levering van juridische diensten. Met een filosofie van ‘open platforms’ staat de global legal hackathon voor iedereen open, zonder kosten voor de deelnemers. De winnaar van de lokale Benelux-ronde wint 5.000 euro prijzengeld en gaat door naar de virtuele halve finale van de #GLH2019 op 15 maart. De winnaars van die halve finales worden bekendgemaakt op 25 maart en mogen door naar de finale om daar op 4 mei 2019 hun idee te pitchen aan een live jury.

‘Er bestaat niet echt een definitie van vrijheidsbeperking, dus ben ik op zoek gegaan naar wat precies bepaalt of iemands vrijheid beperkt is of niet. Daarbij zijn drie aspecten verweven met elkaar: de interne rechtspositie, de externe rechtspositie en de juridische bekwaamheid. De interne rechtspositie, met daarin onder meer hoe je tijdens een verblijf in een voorziening verzorgd wordt, wie je kan bezoeken, welke vrijheidsbeperkende maatregelen mogelijk zijn, en aan welke regels en afspraken je je moet houden, spreekt bij dat onderwerp voor zich. Die interne rechtspositie kan echter niet losgekoppeld worden van de externe rechtspositie: dat is de manier waarop je in de voorziening terecht komt. Is het een vrijwillige of een gedwongen opname? Heb je er zelf voor gekozen of heeft een familielid voor jou beslist? Wat tot slot vaak vergeten wordt, is dat ook de juridische bekwaamheid een rol speelt: de mate waarin het recht je erkent als iemand die beslissingen kan nemen. Bij dementie is bijvoorbeeld de vraag in welke mate je kan beslissen waar je woont, wat je wil…: vanaf wanneer ga je beslissen in de plaats van iemand die dat zelf niet meer kan en wat doe je met het verzet van zo iemand? De wils- en handelingsonbekwaamheid en de vertegenwoordiging die daaruit volgen, lijken heel neutraal, maar als je er dieper op doordenkt zijn ze dat niet. Ze zijn gebaseerd op de keuze om het feit of iemand beslissingen kan nemen te laten afhangen van wat hij cognitief kan. Daar beperken we de vrijheid al. Dat kan tegelijk heel verantwoord zijn, maar je moet wel beseffen dat het daar begint.’

Tim Opgenhaffen
(c) Wouter Van Vaerenbergh

‘Nu zien we technologie ruimer. Die bouwstenen gaan niet alleen om juridische informaticatechnologie; we hebben het ook over kunstmatige intelligentie, robotica, nanotechnologie, biotechnologie, hersenwetenschappen. Juristen moeten met de technologische experts kunnen nadenken over de grote uitdagingen van de toekomst. Technologisch kan al heel veel. Maar willen we dat? Waarom? Onder welke omstandigheden? (...)’

Welke rol speelt het VN-verdrag voor mensen met een handicap voor de juridische bekwaamheid?

‘Het VN-verdrag wakkert dat bewustzijn aan, maar doet veel meer. Het stelt de manier waarop we de meeste vrijheidsbeperkingen vandaag verantwoorden, in vraag. Het comité dat toezicht houdt op het verdrag zegt dat de wilsbekwaamheid van een persoon niet als referentie genomen mag worden om een persoon van beslissingen uit te sluiten en in zijn plaats beslissingen te nemen. In het voorbeeld van het cijferslot is het voor de VN relevant dat de persoon met dementie de deur probeert te openen. Dat hij de gevolgen daarvan niet begrijpt, is voor de VN geen reden om die wilsuiting te negeren. Helaas zegt het verdrag niet wat we met zo’n wilsuiting dan wel moeten doen. Moeten we hem gewoon laten vertrekken? De gevolgen zijn verregaand.’

‘De verdragsluitende partijen hebben in 2006, toen ze het verdrag sloten, de impact ervan fout ingeschat.’

Afhankelijk van hoe iemand opgenomen wordt, gelden er andere regels.

‘België doet het niet zo goed op het vlak van de externe rechtspositie. Niet enkel door onduidelijke regels over de gedwongen opname, maar ook omdat de opname door een vertegenwoordiger of familielid niet voldoende geregeld is. Zeker in de ouderen- en gehandicaptenzorg spelen familieleden vaak een belangrijke rol, zonder dat hier duidelijke waarborgen tegenover staan. Het bewind en de klassieke vertegenwoordiging worden bij de opname doorkruist door informele vertegenwoordiging. De wet patiëntenrechten heeft geen eenheid gecreëerd. Wie je vertegenwoordiger is, kan per zorgsector en zelfs per handeling verschillen.’

Kar voor het paard

‘Er is ook goed nieuws, dat ontken ik niet. De SUO’s, de wet op de bemiddeling, de wet waardoor verenigingen in rechte kunnen optreden, de inspanningen voor een nieuw strafwetboek. Het is niet zwartwit. Maar globaal wordt de rechterlijke macht in de geest van het primaat van de politiek weggedrukt. Het antagonisme tussen politiek en gerecht is er altijd geweest, en onze beslissingen zullen nog wel op kritiek stuiten van de politiek. De premiers Verhofstadt en Leterme zeiden ook dingen die niet mals waren, maar nu gaat men een stap verder. Theo Francken die zegt dat hij een rechterlijke beslissing niet zal uitvoeren, minister Geens die de commissie voor de gerechtskosten niet wil benoemen, of die het wettelijk kader voor het aantal magistraten naast zich neerlegt. Het is meer dan ongepaste retoriek, zelfs het Grondwettelijk Hof moest al tal van wetten vernietigen.’

Wat die kaders betreft, geeft zelfs het College van hoven en rechtbanken toe dat er scheeftrekkingen zijn. Het blijft ondertussen wachten op een definitieve werklastmeting.

‘De eerste verantwoordelijkheid ligt bij de minister om de wettelijke kaders in te vullen. Die werklastmeting moet er zeker komen. Sommige gerechtelijke entiteiten hebben het zwaar, andere minder, dat is een feit. Maar nu wordt er een verdeel-en-heerspolitiek gevoerd. We moeten eerst zeker zijn dat de budgetten er zullen zijn. Er zijn al veel inspanningen gebeurd, de arbeidsgerechten hebben bijvoorbeeld al een werklastmeting. Maar nu wordt de kar voor het paard gespannen. Men laat mensen lobbyen voor middelen, het kan niet zijn dat gerechtelijke entiteiten tegen mekaar opgezet worden. Nu leeft de vrees dat we tegen elkaar uitgespeeld zullen worden.’

‘Het gaat trouwens om meer dan alleen een werklastvermindering. Er moet ook gewerkt worden aan een werklustvermeerdering. Er zijn meer zaken mogelijk. Justitie moet meer gevaloriseerd worden, nu werken velen in krotten van gebouwen. We hebben een moderne informatica nodig maar die wordt nu geoutsourcet, wat een objectieve weergave van rechtspraak bedreigt. We vragen een volledige autonomie op het vlak van budget, zonder voogdij van de minister maar onder controle van het parlement, en in de strafuitvoering meer middelen om grote financiële en fiscale fraudedossiers tot een goed eind te brengen. Justitie is nu te traag en te complex.’

‘Ik zetel in het hof van beroep in zaken van sociaal strafrecht. Ik twijfel er soms aan of ik dat nog moet doen. Het zijn vaak moeilijke dossiers, waar je veel op moet studeren. Maar de boetes worden niet ingevorderd. Dat leidt tot een globaal gevoel van een existentiële crisis.’

U haalde de wet op de bemiddeling aan. U bent de vraag om meer bemiddeling genegen?

‘Ik ben een voorstander van bemiddeling, ik engageer me daarvoor ook in een vzw. Maar we moeten er wel over waken dat het niet opgedrongen wordt, zeker in zaken waar er bepaalde krachtsverhoudingen spelen, zoals in een conflict tussen een consument en een fabrikant, of tussen een verzekeraar en een consument. Het kan niet dat de economisch zwakkere niet een deel van zijn rechten opgeeft.’

De minister heeft voor de volgende legislatuur een investering van 750 miljoen gevraagd voor justitie: voor personeel en werkingsmiddelen, voor de gebouwen, voor informatica, voor de pro-Deo, en voor de gevangenissen.

‘Er worden nu allerhande beloftes gedaan. Ik heb een interview gelezen met de minister, waarin hij zei dat je altijd moet kijken naar wat iemand in het verleden heeft gedaan, om de toekomst te kennen. Welnu, sinds de jaren ’80 is er een structurele onderfinanciering van justitie, wijlen Marcel Storme maakte zich daar toen al kwaad over, en dat is eigenlijk nooit veranderd. In de laatste regeerperiode is er zwaar bespaard. Dat belooft dus weinig goeds.’

Beroep in transitie

OVB-woordvoerder Hugo Lamon zegt niet verbaasd te zijn over de resultaten. ‘Het beroep verandert razendsnel. Wie nog de advocatuur wil beoefenen zoals pakweg tien jaar geleden, komt in de problemen. Door de opeenstapeling van wetswijzigingen kan een advocaat niet meer alleen vertrouwen op zijn algemene parate kennis en ervaring. Dat leidt tot veel onzekerheid, hier en daar tot wat ontmoediging en heel soms tot onverwachte aansprakelijkheidskwesties. Maar dat is niet alles: een advocaat is nu ook een ondernemer, wat meer is dan een loutere wetswijziging. Het zorgt voor bijkomende verplichtingen en dat zal soms tot een mentaliteitsomslag moeten leiden. Zo is nu het ondernemingsbewijs ook toepasselijk, wat nog voor verrassingen zal zorgen. Onlangs gingen de ogen van vele advocaten ook al open toen de OVB studiedagen organiseerde over de witwaswetgeving. Nogal wat confraters schrokken van die bijkomende verplichtingen. Eerder was er al de GDPR en in het algemeen de toename van de administratie. Het beroep is in volle transitie, wat iedereen verplicht zijn businessplan te herbekijken. Voor een aantal confraters betekent het dat ze er ook voor het eerst een moeten gaan bedenken. Sommigen zien daarin boeiende opportuniteiten, maar voor anderen breekt de koudwatervrees uit. De zekerheden zijn weggevallen. De cliënt is terecht veeleisender en de advocatuur zal zich meer in de etalage moeten zetten.’

Op 13 juni 2019 houdt de Universiteit Antwerpen een academische zitting ter ere van 40 jaar het arrest Marckx, om 16u in de Lange Sint-Annastraat 7-11, 2000 Antwerpen.

 

 

Technostress en recht op deconnectie

Bram Tombeur

Alle technologische snufjes zijn bedoeld om ons te helpen ons werk sneller en efficiënter te doen. De evidente voorwaarde daarvoor is natuurlijk dat we ermee kunnen werken. Sommige mensen zijn digital natives, anderen worstelen er meer mee, en bij sommige mensen leidt het echt tot technostress. Arbeidsrechtconsultant Bram Tombeur van EY (foto) schreef daar een boek over. ‘Algemeen genomen bestaat technostress uit vijf componenten, één daarvan is techno-invasie. De werknemer heeft dan het gevoel dat hij continu in verbinding met het werk moet staan, terwijl het voor hem onmogelijk is om zich daar op een gezonde manier aan aan te passen. Technostress kan dan leiden tot werkstress: door zich niet op een gezonde manier aan te passen aan de technologie, heeft de werknemer het gevoel dat hij zijn job niet meer goed kan uitoefenen, en daaruit kan werkstress voortkomen, maar het fenomeen wordt ook gelinkt aan depressiesymptomen, burn-out…’

Is legal tech uw geld waard?

lachende man

Artificial intelligence, de cloud, legal tech, en zelfs legal hackathon: het zijn buzz words en er is heel wat om te doen en over te lezen. Op de Angelsaksische markt zijn al een aantal toepassingen te krijgen - bijvoorbeeld Ross van IBM -, en ook bij ons beginnen de AI-toepassingen ingang te vinden. We denken aan Legal Insights van Wolters Kluwer, Ally & Lee van DeJuristen, PwC die een samenwerkingsakkoord sloot met eBrevia en Knowliah dat in december 2018 nog de Trends legal tech award won. Zijn die pioniersproducten uw geld waard?

 

In zijn masterthesis ging student handelsingenieur Anthony Kadic (foto) de rendabiliteit van een aantal AI-toepassingen na. ‘Je moet niet alleen kijken naar de kost, maar ook naar de kwaliteit. Door het gebruik van AI-toepassingen kan men niet alleen efficiënter werken: het kan er ook voor zorgen dat de kwaliteit van het werk stijgt. Het wordt ook een argument in onderhandelingen: cliënten zullen vragen om met de nieuwste technieken te werken. Is dat dan een investering in de strikte zin van het woord? Als je in de economie spreekt over een investering, heb je een vooropkost, die je moet afschrijven naargelang je het product gebruikt. Dat verschilt nogal voor de AI-toepassingen die ik bekeken heb voor mijn masterproef. Een eerder klein bedrag van 25 euro per maand is economisch gezien zelfs geen investering te noemen, dat is eigenlijk gewoon een werkingskost. Daar zou ik zelfs niet over twijfelen en het gewoon aanschaffen als het mijn werk verbetert.’

‘Als we spreken over grotere bedragen, is het een kwestie van goede analyses maken.’ Uit Kadic’ onderzoek blijkt dat zo’n 16 procent van de werktijd van een advocaat geautomatiseerd zou kunnen worden. ‘Welke specifieke AI-toepassing voor hen interessant is, zal van hun specialisatie afhangen. AI kan een bedreiging vormen voor wie het niet als opportuniteit ziet en er niet vroeg mee bezig is.’ (AK)

  1046