Vlaanderen heeft eigen regels voor activering en opvolging van werkzoekenden

Powered by SocialEye

Activering en opvolging werkzoekendenDe Vlaamse Regering heeft een eigen regeling uitgewerkt voor de activering van werkzoekenden en de opvolging van hun zoekgedrag. Het gaat om een geregionaliseerde bevoegdheid die Vlaanderen uitoefent binnen een federaal normatief kader.


 

Zesde staatshervorming


De beslissings- en uitvoeringsbevoegdheid om de actieve en passieve beschikbaarheid van werkzoekenden te controleren en om sancties op te leggen, is in handen van de gewesten. Bij de uitvoering van de zesde staatshervorming werd die geregionaliseerde bevoegdheid met ingang van 1 juli 2014 ingeschreven in de bijzondere wet tot hervorming der instellingen.


Actieve beschikbaarheid gaat over de medewerking van werkzoekenden en de acties die ze zelf ondernemen bij het zoeken naar werk. Passieve beschikbaarheid gaat vooral over het ingaan op uitnodigingen en aanbiedingen van werk. En dan is er nog de ‘aangepaste beschikbaarheid’ voor oudere werklozen vanaf 60 jaar. Zij moeten niet meer actief op zoek naar werk.


Federaal kader


De begrippen worden op federaal niveau ingevuld. De bijzondere wet bepaalt dat de federale overheid bevoegd blijft voor het normatief kader voor de regelgeving inzake passende betrekking, actief zoekgedrag, administratieve controle en sancties, en voor de materiële uitvoering van de sancties. Zonder afbreuk te doen aan de gewestelijke bevoegdheid om vrijstellingen toe te kennen.


Daartoe heeft een KB van 14 december 2015 het werkloosheidsbesluit van 25 november 1991 aangepast, met ingang van 1 januari 2016. De controle op de beschikbaarheid gebeurt conform de werkloosheidsreglementering.


Vlaamse regels


Vlaanderen heeft al gebruik gemaakt van de nieuwe bevoegdheid. Met een decreet van 24 april 2015 houdende de implementatie van de zesde staatshervorming. Het beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE) kreeg nieuwe bevoegdheden, waaronder het controleren en sanctioneren van werkzoekenden bij de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt.

Nu voegt de Vlaamse Regering daar nog een besluit aan toe. Een besluit van 18 december 2015 past de regels voor de organisatie van de arbeidsbemiddeling aan, wat betreft de activering en opvolging van het zoekgedrag. Belangrijkste onderdeel is de invoeging van een nieuwe titel – “Titel III/1. Activering en beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt.”


Activering en beschikbaarheid


De bemiddelaar volgt het ‘werkzoekgedrag’ op van de verplicht ingeschreven werkzoekende. Bij de inschrijving wordt de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte gebracht:

  • dat hij zich moet integreren op de arbeidsmarkt, enerzijds door actief een betrekking te zoeken tijdens zijn werkloosheid, en anderzijds door mee te werken aan de acties en afspraken die hem door de VDAB worden voorgesteld;
  • dat hij kan worden uitgenodigd voor een opvolgingsgesprek, waarop hij verplicht aanwezig moet zijn;
  • van de mogelijke gevolgen van de beoordeling van zijn werkzoekgedrag;
  • van zijn rechten en plichten.

De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt door de VDAB uitgenodigd om na te gaan welke zijn mogelijkheden zijn om een of meer acties uit te voeren. Zijn aanwezigheid op dat gesprek is verplicht. Hij moet de acties uitvoeren die in onderling overleg zijn overeengekomen.


Opvolgingsgesprekken


Via opvolgingsgesprekken gaat de VDAB na of de kandidaat zich voldoende heeft geïntegreerd op de arbeidsmarkt. De verplicht ingeschreven werkzoekende moet aanwezig zijn op elk opvolgingsgesprek. Hij kan ook zelf zo’n gesprek vragen.

Tijdens het opvolgingsgesprek beoordeelt de bemiddelaar het werkzoekgedrag op basis van de inlichtingen die de VDAB al heeft en de inlichtingen die de werkzoekende zelf meedeelt. Bij de beoordeling van de inspanningen houdt de bemiddelaar onder andere rekening met de competenties, de leeftijd, het opleidingsniveau, en de verplaatsingsmogelijkheden van de persoon in kwestie. De VDAB kan een medisch onderzoek laten uitvoeren.


De bemiddelaar bepaalt de frequentie van de opvolgingsgesprekken. Bij onvoldoende inspanningen maken de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende tijdens het opvolgingsgesprek in onderling overleg een afsprakenblad op, met ook een tijdstip voor een nieuw opvolgingsgesprek.


Als de bemiddelaar vaststelt dat de afspraken werden nageleefd en er voldoende inspanningen werden geleverd, dan wordt de verplicht ingeschreven werkzoekende uitgenodigd voor een nieuw opvolgingsgesprek. Er wordt ook een nieuw afsprakenblad opgemaakt.

Als de bemiddelaar vaststelt dat de afspraken niet werden nageleefd en er onvoldoende inspanningen werden geleverd, dan bepaalt de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek de afspraken die worden opgenomen in een ultiem afsprakenblad, rekening houdend met de persoonlijke situatie en de competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en de criteria van de passende dienstbetrekking. Dit ultiem afsprakenblad wordt beschouwd als een formele verwittiging in het kader van de controle op de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt.


Op het tijdstip dat afgesproken is in het ultiem afsprakenblad, vindt een nieuw opvolgingsgesprek plaats. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de uitnodiging voor het opvolgingsgesprek, dan wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.

Is er sprake van voldoende inspanningen, dan volgt er een nieuw opvolgingsgesprek, en er wordt ook een aangepast afsprakenblad opgesteld. Worden de afspraken uit het ultiem afsprakenblad niet nageleefd, dan brengt de bemiddelaar de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die negatieve beoordeling, en bezorgt hij het dossier aan de controledienst.


De bemiddelaar bezorgt het dossier sowieso aan de controledienst als:

  • de verplicht ingeschreven werkzoekende weigert een trajectovereenkomst, afsprakenblad of ultiem afsprakenblad te ondertekenen als hem dat ter ondertekening wordt voorgelegd;
  • de verplicht ingeschreven werkzoekende zich niet aanmeldt bij een werkgever en daarvoor geen geldige reden heeft, nadat hij daarvoor van de VDAB een opdracht heeft ontvangen;
  • de verplicht ingeschreven werkzoekende weigert een passende dienstbetrekking of een passend aanbod te aanvaarden;
  • door toedoen van de verplicht ingeschreven werkzoekende een begeleidingsplan, competentieversterking of opleidingscontract mislukt of wordt stopgezet.

Als de medische reden waarop de verplicht ingeschreven werkzoekende zich beroept om de passende dienstbetrekking of het passende aanbod te weigeren, niet voldoende wordt geacht, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst. Dat is ook het geval wanneer de VDAB alle redelijke pogingen heeft ondernomen om de verplicht ingeschreven werkzoekende te bereiken.


Controledienst


Er wordt een onafhankelijke en neutrale controledienst opgericht. De controledienst oefent zijn taken onpartijdig uit. De controletaak wordt gescheiden van de bemiddelings-, begeleidings- en opleidingstaken van de VDAB.


De controledienst beoordeelt de ontvankelijkheid van de dossiers. Als het dossier ontvankelijk is, wordt de werkzoekende uitgenodigd om gehoord te worden. De controledienst kan, als de bemiddelaar daarom verzoekt, een niet-bindend, onafhankelijk en neutraal advies verstrekken.


De controledienst beslist over de schorsing, vermindering of uitsluiting van het recht op werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen. De controledienst kan ook een verwittiging geven.

De gemotiveerde beslissing van de controledienst wordt schriftelijk meegedeeld aan de verplicht ingeschreven werkzoekende binnen 14 kalenderdagen na het verhoor. Als de beslissing invloed heeft op het recht op uitkeringen, wordt ze meegedeeld aan de RVA ter uitvoering.


De gemotiveerde beslissing vermeldt onder meer de beroepsmogelijkheid, de bevoegde rechtbank, en de termijn waarin en de wijze waarop het beroep moet worden ingesteld. Als een beroep bij de arbeidsrechtbank wordt ingesteld tegen een beslissing van de controledienst, dan brengt de VDAB de RVA daarvan op de hoogte. Er is een herzieningsprocedure.


Outplacement en jongeren


Een apart onderdeel behandelt de ‘controle van beschikbaarheid tijdens outplacementbegeleiding’. Zo kan het dossier van de werkzoekende bijvoorbeeld bezorgd worden aan de controledienst als een werknemer weigert mee te werken aan of in te gaan op een aanbod van outplacementbegeleiding, als dat aanbod reglementair verplicht is. Of als een werknemer zich niet inschrijft of niet ingeschreven blijft als hij daartoe verplicht is, bij een tewerkstellingscel waaraan de werkgever deelneemt.


Er zijn ook aparte regels voor jonge verplicht ingeschreven werkzoekenden in de beroepsinschakelingstijd. Men verwijst hier ook naar de vereisten uit het werkloosheidsbesluit van 25 november 1991. Bij zijn eerste inschrijving als werkzoekende in het kader van de beroepsinschakelingstijd wordt de jongere er schriftelijk van op de hoogte gebracht:

  • dat hij zich moet integreren op de arbeidsmarkt, enerzijds door actief een betrekking te zoeken tijdens zijn werkloosheid, en anderzijds door mee te werken aan de acties en afspraken die hem door de VDAB worden voorgesteld;
  • dat in de loop van de zesde en elfde maand van de beroepsinschakelingstijd, zijn werkzoekgedrag door de VDAB beoordeeld zal worden;
  • dat hij op het einde van de beroepsinschakelingstijd toegelaten kan worden tot het recht op inschakelingsuitkeringen als hij voldoet aan de voorwaarden.

Naast de nieuwe titel die ingevoegd wordt, noteren we ook nog een reeks punctuele aanpassingen van het besluit van 5 juni 2009.

Denk bijvoorbeeld aan verwijzigen naar de ‘verplicht ingeschreven werkzoekende’ en de invoeging van nieuwe definities, zoals de omschrijvingen voor ‘bemiddelaar’, ‘controledienst’, ‘partnerorganisatie’ en ‘RVA. Zo wordt de ‘controledienst’ omschreven als ‘de dienst die binnen de VDAB belast is met de controle van de beschikbaarheid van de verplicht ingeschreven werkzoekende en het in voorkomend geval bepalen van de bijbehorende sanctie’.

Het wijzigingsbesluit bepaalt bijvoorbeeld ook dat de VDAB een charter opstelt dat de rechten en plichten van werkzoekenden en werkgevers in het kader van het nieuwe besluit weergeeft.


In werking


De nieuwe regels treden retroactief in werking 1 januari 2016. Samen met de bijhorende bepalingen – opgenomen in hoofdstuk 9 - van het decreet van 24 april 2015, zoals bijvoorbeeld de omschrijving van de ‘verplicht ingeschreven werkzoekende’ als ‘de werkzoekende die is ingeschreven bij de VDAB met het oog op het verkrijgen van een werkloosheidsuitkering of een inschakelingsuitkering’. Globaal genomen was het decreet van 24 april 2015 immers al in werking getreden op 1 mei 2015.

Auteur: Steven Bellemans

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, wat betreft activering en opvolging van het zoekgedrag, BS 29 januari 2016 

Extra informatie:

Gepubliceerd op 15-02-2016

Berichttitel

Berichtomschrijving
  287