Vlaamse doelgroepvermindering voor leerlingen

Nieuw boek over doelgroepverminderingen

De zesde staatshervorming geeft de gewesten sinds 1 juli 2014 de bevoegdheid een eigen doelgroepenbeleid uit te werken. In deze context werden budget en bevoegdheid inzake de vermindering voor verschillende doelgroepen overgedragen aan de gewesten.

Zo heeft de Vlaamse Overheid een eigen doelgroepvermindering voor jongeren ingevoerd, toepasselijk vanaf 1 juli 2016 bij tewerkstelling in het Vlaams Gewest.

Deze en tal van andere doelgroepverminderingen worden besproken door Els Poelman (Partena) in het nieuwste boek binnen de reeks Sociale Praktijkstudies.

Hieronder krijgt u meer uitleg rond de specifieke Vlaamse vermindering voor leerlingen.

Gepubliceerd op 17-10-2017

wachtende mensen op een rij

Principe

De doelgroepvermindering voor leerlingen is bedoeld voor jongeren met een overeenkomst voor alternerende opleiding, conform de generieke definitie van de SZ-reglementering.

Voorwaarden werknemer samengevat

Voor het recht op de doelgroepvermindering leerlingen zijn deze voorwaarden gelijktijdig voldaan:

  1. de tewerkstelling gebeurt op een vestigingseenheid in het Vlaams Gewest;
  2. de tewerkstelling gebeurt onder een overeenkomst voor alternerende opleiding conform artikel 1bis van het KB van 28 november 1969; en
  3. de overeenkomst alternerend leren is aangevangen ten vroegste op 1 juli 2016.

 Er zijn geen voorwaarden i.v.m.:

  • leeftijd;
  • hoogte van het refertekwartaalloon;
  • scholingsgraad;
  • statuut van werkzoekende;
  • attestering door VDAB of een andere instantie (voor leerlingen is er geen attestering in Ecaro).

Overeenkomst voor alternerende opleiding

Deze voorwaarde verwijst naar de generieke definitie van het begrip ‘leerling’, met name:

  • elke persoon die in het kader van een alternerende opleiding door een overeenkomst verbonden is met een werkgever, met uitzondering van de arbeidsovereenkomst.

De ‘alternerende opleiding’ in de generieke definitie beantwoordt tegelijk aan zes voorwaarden:

  1. de opleiding wordt uitgevoerd deels op de werkvloer, en deels binnen of op initiatief van of onder de verantwoordelijkheid van een onderwijs- of opleidingsinstelling.
    Beide onderdelen zijn de gezamenlijke uitvoering van één enkel opleidingsplan, zijn op elkaar afgestemd en wisselen elkaar geregeld af;
  2. de opleiding leidt tot een beroepskwalificatie;
  3. het deel op de werkvloer voorziet een gemiddelde arbeidsduur van minstens 20 uren/week op jaarbasis, zonder rekening te houden met feest- of vakantiedagen;
  4. het deel voor rekening van de onderwijs- of opleidingsinstelling omvat op jaarbasis:
    • minstens 240 lesuren voor deeltijds leerplichtige jongeren;
    • minstens 150 lesuren voor jongeren die niet meer deeltijds leerplichtig zijn.
      Het aantal uren kan berekend worden naar rato van de totale duur van de opleiding (dus over de opleidingsjaren heen).
      De lesuren waarvoor de betrokken instelling een vrijstelling heeft gegeven, zijn inbegrepen in de 240/150 uren;
  5. beide delen zijn gedekt door één enkele overeenkomst waarbij werkgever én leerling betrokken partij zijn.
    Meerdere opeenvolgende overeenkomsten zijn mogelijk op voorwaarde dat:
    • de minima aan opleidingsuren binnen de opleidings- of onderwijsinstelling bereikt zijn;
    • het volledige traject, gedekt door de opeenvolgende overeenkomsten, gegarandeerd en gecontroleerd wordt door de operator die verantwoordelijk is voor de opleiding;
  6. de overeenkomst voorziet een financiële bezoldiging voor de leerling, die ten laste is van de werkgever en niet beantwoordt aan het loonbegrip in de sociale wetgeving (definitie in de wet van 12 april 1965 op de bescherming van het loon van werknemers).

In de praktijk zijn volgende overeenkomsten bedoeld (situatie op 1 juli 2016):

  • leerovereenkomst middenstand;
  • gecontroleerde leerverbintenis;
  • stageovereenkomst in het kader van de vorming tot ondernemingshoofd;
  • industriële leerovereenkomst;
  • overeenkomst voor socioprofessionele inpassing in het kader van het secundair onderwijs met verminderd leerplan;
  • inpassings- of opleidingsovereenkomst in het kader van het secundair onderwijs met beperkt leerplan, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of het alternerend secundair onderwijs.

Vlaams Gewest: duaal leren vanaf 1 september 2016

In het project ‘duaal leren’ worden vanaf 1 september 2016 verschillende types overeenkomst (in de opsomming hierboven vermeld) gefuseerd tot één type alternerende overeenkomst conform de generieke definitie van ‘leerling’ in de SZ-reglementering. De doelgroepvermindering ‘leerlingen’ zal dan gebaseerd zijn op een standaard overeenkomst alternerend leren, opgelegd binnen het systeem van duaal leren in het Vlaams Gewest.

Basisbedrag en toepassingsduur

De vermindering bedraagt € 1 000,00 per kwartaal (basisbedrag) gedurende de volledige duur van de overeenkomst alternerend leren.

Er is geen leeftijdsbeperking.

De vermindering stopt niet op 31 december van het jaar van de achttiende verjaardag.

Combinatie met SZ-onderwerping en structurele vermindering

De periode met Vlaamse vermindering leerlingen is losgekoppeld van de periode met beperkte onderwerping als leerling resp. de periode met structurele vermindering.

Periode gedekt door overeenkomst alternerende opleiding

Beperkte SZ-onderwerping als leerling

Structurele vermindering

Vlaamse vermindering leerlingen

Aanwerving --> 31 december jaar 18e verjaardag

Ja

Neen

ja

1 januari jaar 19e verjaardag --> einde overeenkomst altern. Opleiding

Neen

Ja

ja

Overeenkomst alternerende opleiding gevolgd door gewone arbeidsovereenkomst

Wanneer de jongere na afloop van de overeenkomst alternerend leren bij dezelfde werkgever in dienst blijft, kan de vermindering laaggeschoolde/middengeschoolde jongeren ingaan als betrokkene aan de voorwaarden voldoet.

De beperking bij een nieuwe aanwerving binnen vier kwartalen (zie verder) is niet van toepassing – die beperking geldt enkel indien er verschillende periodes zijn met tewerkstelling onder arbeidsovereenkomst.

Over de auteur

Els Poelman is juriste met een ervaring van 35 jaar in de sociale wetgeving.

Ze is senior Legal Counsel bij Partena Sociaal secretariaat, met specialisatie sociale zekerheid.

  512