Vlaams regeerakkoord: werk en sociale economie in 2 werven

De onderhandelaars voor de Vlaamse Regering 2019-2024 hebben hun regeerakkoord voorgesteld.

Gepubliceerd op 04-10-2019

Regeerakkoord 2019-2024

Alle arbeidspotentieel benutten (Werf 1)

Het Vlaamse niveau vraagt de federale overheid om de activering (vervroegde uittredingsstelsels, langdurig zieken … ) te versterken. Bedoeling is om elke Vlaming een loopbaanperspectief en een actieve begeleiding op maat naar tewerkstelling aan te bieden tot aan de pensioenleeftijd.
Niet langer het statuut of het uitkeringsstelsel, maar de competenties en de afstand tot de arbeidsmarkt bepalen de toegang tot de dienstverlening. Het statuut van een persoon mag geen belemmering vormen voor deelname aan begeleiding naar werk of opleiding. Sociale voordelen worden verder afhankelijk gemaakt van de hoogte van het inkomen, en niet langer van een sociaal statuut (inactiviteitsvallen).

De onderhandelaars formuleren onder andere deze concrete acties:

-  De stimulanspremie wordt ingezet voor inactieven zonder uitkering die een beroepsopleiding volgen en daarmee aan werk geraken. 

-  Er wordt vanaf 2021 een Vlaamse jobbonus ingevoerd. Die bedraagt minimaal 600 euro op jaarbasis voor mensen die voltijds werken en hierbij tot maximaal 1.700 euro bruto per maand verdienen (uitgefaseerd richting een bruto maandloon bij voltijdse prestatie van 2.500 euro).  

-  Elke werkzoekende kan rekenen op een kwaliteitsvolle dienstverlening op maat (resultaatgericht, ‘aanklampend activeringsbeleid’ via screening en bindende afspraken).

-  Wie actief werk zoekt maar binnen 2 jaar niet aan de slag kan, kan verplicht worden ingezet in  gemeenschapsdienst (als onderdeel van een begeleid traject). Het Versnellingsplan van VDAB wordt versterkt uitgevoerd.

-  De digitale communicatie met de werkzoekende wordt juridisch sluitend. Nederlands wordt, naast het verwerven van de technische competenties, in de geïntegreerde trajecten beschouwd als finaliteit van de opleiding. 

-  Er is sprake van een ‘individuele korting op maat’ bij de hervorming van het doelgroepenbeleid (ten laatste tegen begin 2021). DAC en GESCO  doven versneld uit en de arbeidsreserve wordt uitgebreid.

-  Het is de bedoeling om uiterlijk binnen de 3e maand na de start van de arbeidsongeschiktheid te bekijken of een re-integratie bij de huidige of bij een nieuwe werkgever mogelijk is. Uiterlijk voor de 5de maand van de ziekte of arbeidsongeschiktheid voor wie dit mogelijk en opportuun is, moet er een concreet en verplicht re-integratietraject worden opgestart (multidisciplinaire aanpak).

-  Voor definitief niet-toeleidbaren wordt aan de federale overheid gevraagd om een apart statuut te voorzien, buiten de werkloosheidsverzekering.

-  Elke nieuwkomer met een arbeidsperspectief die in aanmerking komt voor een inburgeringstraject, schrijft zich binnen de twee maanden verplicht in bij de VDAB (National Academic Recognition Information Center (NARIC)). 

-  Er komt een uitrol van het nieuwe kader ‘maatwerk’ door een harmonisering van de statuten (RSZ-categorieën) van de voormalige beschutte en sociale werkplaatsen (sociale economie, uitrol individueel maatwerk via de hervorming van de oude SINE-maatregel en de Lokale Diensteneconomie-initiatieven).

-  Algemeen wordt er gewerkt aan een klantvriendelijk, gepersonaliseerd en administratief eenvoudig dienstverleningsmodel voor werkgevers (nieuwste technologische mogelijkheden, dienstverlening VDAB, Vlaamse ondersteunende maatregelen, vacatures …).

-  Vlaanderen wil het hervormde beleid inzake arbeidsmigratie onverkort uitvoeren, gericht op het aantrekken van hooggeschoolden, en middengeschoolden in knelpuntberoepen (korte doorlooptermijn, gemeenschappelijk elektronisch platform, beroepskaarten).

Loopbaanzekerheid voor iedereen (Werf 2)

De transitie tot een open, flexibele en mobiele talentenmarkt vereist de omslag naar levenslang leren, naar een echte leercultuur met scholing, omscholing en bijscholing gedurende de hele loopbaan, zo klinkt het. De Vlaming wordt gestimuleerd om zijn loopbaan in eigen handen te nemen (Mijn Loopbaan van de VDAB, digitaal paspoort over gevolgde opleidingen en competenties ...).  

Verder is er onder andere sprake van een individuele leer- en loopbaanrekening als een persoonsvolgend ontwikkelbudget, een ‘slimme digitale tool’ (ingebed in het VDAB loopbaanplatform) rond het arbeidsmarktgerichte opleidingsaanbod, en meer aandacht voor jobrotatie, loopbaankansen na jobverlies …
 
Ander sleutelbegrip is dienstverlening op maat via een performante en klantgerichte overheid. Via een uitbreiding van de opdracht van VDAB tot de centrale datagedreven en resultaatsgerichte werkzaamheids- en loopbaanregisseur in Vlaanderen (‘open services’ platform).

En verder noteren we onder andere de mogelijkheid om zelf IBO contracten af te sluiten. In ondernemingsplannen met de VDAB worden ook KPI’s opgenomen (implicaties voor financiering). De regisseur stelt zich op als ‘connector’ die de partners met elkaar verbindt, via fysieke of digitale platformen (co-creatie stimuleert innovatie).
Het agentschap Syntra Vlaanderen zou worden afgeschaft. Binnen het Departement Werk en Sociale Economie komt er een expertisecentrum innovatieve leerwegen. VDAB wordt ook voor duaal leren de werkplekregisseur. En VLAIO zorgt er als regisseur ondernemersvorming voor dat er voldoende innovatieve en flexibele ondernemerschapstrajecten en bijscholingen voor ondernemers in de markt worden gezet.

Een goede aansluiting van de opleidingen op wat de arbeidsmarkt vraagt, is van cruciaal belang om een hoge werkzaamheidsgraad te bereiken, zo blijkt ook uit het regeerakkoord. Daarom wil men onderwijs en vorming dichter bij het bedrijfsleven brengen. Via digitale tools, duaal leren, werkenden die zich omscholen, sectorale vormingsfondsen, opleidingsinfrastructuur …

Tot slot komt de combinatie werk-privé aan bod. Denk hier aan betaalbare kinderopvang, gebruiksvriendelijke dienstencheques en wijkwerkcheques, flexibele werktijden, thuis- en telewerken, flexibel ouderschapsverlof door het pro rata toekennen van de aanmoedigingspremie, het coachen van medewerkers op resultaten eerder dan werktijd  … In overleg met het federale niveau bespreekt men de overdracht van de (federale) thematische verloven binnen de Vlaamse stelsels (ook één stelsel voor de publieke en de private sector), naar het voorbeeld van het Vlaams Zorgkrediet.

Bron:

  565