Vijf jaar wet eenheidsstatuut: ‘Er is nog maar een kleine stap gezet’

Uit De Juristenkrant nr. 396 van 23 oktober 2019

In 2019 viert de wet op het eenheidsstatuut haar vijfde verjaardag. Advocaten Olivier Wouters en Arnout Crauwels van Claeys & Engels doorploegden vijf jaar rechtspraak over de contradicties tussen de wet en de parlementaire voorbereiding. ‘Eigenlijk wordt de rechter daar in een rol geduwd die niet altijd comfortabel is.’

Gepubliceerd op 24-10-2019

Ruth Boone

Dat de wet zelf ook weer het voorwerp van juridische procedures zou worden, was voorspeld, en is ook bewaarheid geworden, bevestigen Oliver Wouters (links op de foto’s) en Arnout Crauwels: ‘We hebben vastgesteld dat er heel wat rechtspraak is over de zogenaamde ‘dubbele fotoregeling’, de overgangsbepalingen voor arbeidsovereenkomsten die tot stand waren gekomen voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet. Reden daarvoor is dat de wet niet altijd overeenstemt met de wil van de wetgever, zoals die blijkt uit de parlementaire voorbereiding. Er zit soms wat contradictie in.’

engels-62019
(c) Wouter Van Vaerenbergh

Outplacement

Ook hier zie je weer dat de wetgever slordig werk aflevert en de problemen dan maar doorschuift naar de rechter?

‘Je kan inderdaad de indruk hebben dat de wetgever denkt, ‘we zullen wel zien wat de rechter ervan maakt’. Eigenlijk wordt de rechter daar in een rol geduwd die niet altijd comfortabel is.’

‘We zien trouwens dat wetgevend werk in arbeidsrechtelijke materies veel vaker dan vroeger het resultaat is van een compromis, daar waar dat vroeger meer voorbehouden was voor cao’s. Wetten worden zo opgesteld dat ze door beide partijen geïnterpreteerd kunnen worden, ze moeten er allebei iets kunnen uithalen. Dat leidt er vaak toe dat de wet aan duidelijkheid te wensen overlaat. Men zegt dat soms ook met zoveel woorden.’

‘Je ziet het bijvoorbeeld ook bij de nieuwe regeling over het stemrecht van uitzendkrachten. Dat leidt tot veel interpretatievragen over de toepasbaarheid in de praktijk. Het is jammer dat er soms wat te weinig tijd wordt genomen om daarover na te denken.’

‘Het is ook niet normaal dat een wet moet worden aangevuld met standpunten van de administratie, zoals de RSZ of de FOD WASO. Dat leidt ertoe dat je op allerlei websites moet gaan kijken. Bovendien kunnen die standpunten dan ook nog eens afwijken van de wet. Dat maakt het moeilijk om de juiste lijn te vinden. Denk bijvoorbeeld aan de berekening van de opzegtermijn voor een werknemer die zelf ontslag neemt. De wet is bijzonder raar te lezen, je komt aan termijnen van dertien weken voor sommigen, tot zes maanden bij anderen. Je ziet dat de administratie in sommige materies uit pragmatisme probeert om de wet te overrulen.’

Een kleine stap

Kunnen we na de inwerkingtreding van de wet op het eenheidsstatuut ondertussen al spreken van een echt eenheidsstatuut?

‘We zijn nog ver van huis. Het zal nog een tijdje duren. Ten eerste zijn er nog veel arbeidsovereenkomsten die dateren van voor 1 januari 2014. Maar anderzijds zijn er nog veel bepalingen in de sociale wetgeving waar het onderscheid arbeiders-bedienden blijft bestaan: paritaire comités, sociale verkiezingen, vakantiegeld, sociale zekerheid, gewaarborgd loon. Er zijn nog veel verschillen. Het is een werf, die bij elke regeringsvorming op tafel ligt. Er spelen natuurlijk heel wat tegenstelde belangen.’

‘Het onderscheid is oubollig, maar het blijft diepgeworteld in ons arbeidsrecht. De aanpassing kan blijkbaar alleen maar met heel kleine stapjes gebeuren.’

  561