Verjaring van een vordering uit een arbeidsovereenkomst

documentWanneer je als werknemer of werkgever aanspraak maakt op een vordering die haar oorsprong vindt in de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst, is het van belang om te weten hoeveel tijd je hebt om die vordering te laten gelden. Wacht je te lang, dan zou het kunnen dat die vordering is verjaard. Stroobants Buelens advocaten geeft meer uitleg.

Artikel 15 van de Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt dat de rechtsvorderingen die uit de arbeidsovereenkomst ontstaan, verjaren 1 jaar na het eindigen van die overeenkomst of 5 jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan, zonder dat deze termijn 1 jaar na het einde van de overeenkomst mag overschrijden.

In principe heb je dus tot maximaal 1 jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst om via een gerechtelijke procedure een vordering te stellen. Voor de berekening van die termijn, wordt de dag waarop de verjaring begint te lopen niet meegeteld. De berekening gebeurt bovendien van de zoveelste tot de zoveelste, de laatstgenoemde dag inbegrepen.

De termijn geldt zowel voor hoofdvorderingen als voor tegenvorderingen.

Als de arbeidsovereenkomst door de werkgever met onmiddellijke ingang beëindigd wordt op 2 februari, maar de werkgever laat na om de verschuldigde opzeggingsvergoeding te betalen, dan heeft de werknemer in principe tot 3 februari van het daaropvolgende jaar om een vordering tot betaling van de opzeggingsvergoeding te stellen. Indien de werknemer na zijn ontslag bepaalde bedrijfsgoederen niet heeft teruggegeven aan de werkgever, dan heeft de werkgever de mogelijkheid een tegenvordering tot teruggave in te stellen tot op diezelfde datum.

Het is evenwel niet steeds duidelijk wanneer de verjaringstermijn juist begint te lopen. Afhankelijk van de concrete omstandigheden, kan dit een verschillend tijdstip zijn. Bovendien zijn er bepaalde vorderingen die hun oorsprong wel hebben in de arbeidsovereenkomst, maar die toch niet onderworpen zijn aan de verjaringstermijn van artikel 15 van de Arbeidsovereenkomstenwet.

Dat is bijvoorbeeld het geval bij de vordering strekkende tot betaling van achterstallig loon. Aangezien de niet betaling van het loon een misdrijf uitmaakt, geldt voor dergelijke vordering de verjaringstermijn uit artikel 26 van de Voorafgaande Titel Sv.

Verder bestaat ook de mogelijkheid om via een ingebrekestelling bij aangetekende zending met ontvangstbewijs, verzonden door een advocaat, gerechtsdeurwaarder of vakbondsafgevaardigde, de verjaringstermijn te stuiten. Hierdoor kan je gemakkelijk tijd winnen.

Indien je een vordering hebt die voortvloeit uit je arbeidsovereenkomst, heb je er alle baat bij om je goed te laten informeren over de toepasselijke verjaringstermijn.

Bron: Stroobants Buelens advocaten 

Zie ook: www.ontslagadvies.be 

Gepubliceerd op 27-09-2016

Berichttitel

Berichtomschrijving
  483