To Brexit or not to?

Op 26 juni 2016 heeft bij een referendum in het Verenigd Koninkrijk 51,9% van de kiezers vóór een terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie ('Brexit') gestemd. Op 29 maart 2019 zal het Verenigd Koninkrijk in principe de EU verlaten.

Na maanden van onderhandelingen kwamen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk op 14 november 2018 tot een ontwerpterugtrekkingsakkoord, alsook tot een politieke verklaring waarin het kader voor hun toekomstige betrekkingen wordt vastgesteld. Dit ontwerpterugtrekkingsakkoord moest echter door het Verenigd Koninkrijk worden bekrachtigd; op 15 januari 2019 heeft het Britse parlement het akkoord uiteindelijk verworpen, waardoor de kans groter is geworden dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie zal verlaten zonder akkoord (“no-deal”). Een nieuwe stemming wacht midden maart.

Gepubliceerd op 06-03-2019

stefan-nerinckx-small
Stefan Nerinckx
Advocaat-vennoot, Fieldfisher
brexit

Op de datum waarop het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat zonder akkoord zal het Verenigd Koninkrijk een derde land worden waardoor alle primaire (verdragen die de basis- en grondregels voor alle EU-activiteiten bevatten) en secundaire EU-wetgeving (verordeningen, richtlijnen en besluiten gebaseerd op de uitgangspunten van de primaire wetgeving) vanaf dat moment niet langer op het Verenigd Koninkrijk van toepassing zal zijn. Dit houdt in dat de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk onderdanen van een derde land zullen zijn.

Ontwerp van wet

Op de Ministerraad van 8 februari 2019 werd een voorontwerp van wet goedgekeurd die aanpassingen voorziet inzake de federale wetgeving om een overgangsfase te voorzien wanneer het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie zou verlaten zonder akkoord. De wet zal bijgevolg enkel in werking treden als er geen akkoord tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk is bereikt. Zij is bedoeld als tijdelijk antwoord op de belangrijkste moeilijkheden als gevolg van de Brexit in de aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de federale wetgever vallen. Het wetsontwerp bepaalt dat de wetgeving van tijdelijke aard is (in beginsel tot 31 december 2020).

Het wetsontwerp is gesteund op het principe van wederkerigheid; dit houdt in dat de tijdelijke wetgeving slechts van toepassing zal zijn indien de Britse autoriteiten dezelfde schikkingen treffen voor de Belgische inwoners in het Verenigd Koninkrijk.

Tenslotte bepaalt het ontwerp ook dat aangezien het nog niet duidelijk is hoe de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk zich verder zullen ontwikkelen, hetzij op gecoördineerde wijze door de Europese Commissie, hetzij bilateraal door België bij KB, voor sommige bepalingen van de wet de toepassing ervan vóór 31 december 2020 kan worden beëindigd.

Vrij verkeer en migratie

Aldus beoogt het wetsontwerp om de rechten van onderdanen van het Verenigd Koninkrijk, die hun recht op vrij verkeer hebben uitgeoefend, en zowel het recht op verblijf als om te werken hebben, maximaal te vrijwaren. Daarom wordt naast het ontwerp van wet ook het koninklijk besluit van 2 september 2018 aangepast: de aanpassing moet ervoor zorgen dat de Britse onderdanen die op het ogenblik van de brexit in België verblijven en op basis van de brexitwet ook tijdelijk verder in België kunnen verblijven, ook verder mogen blijven werken. Dit geldt evenzeer voor hun familieleden die in België rechtsgeldig verblijven en werken.

Aangezien er een status quo wordt beoogd voor een beperkte periode, zullen alle op het moment van terugtrekking hangende verblijfsaanvragen van zowel de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk en hun familieleden behandeld worden volgens de voorwaarden die golden op het moment voor de terugtrekking en dus voor de Brexit. In het geval dat de geldigheid van het verblijfsdocument vervalt, kan deze op eenvoudige wijze de vernieuwing van zijn vervallen verblijfsdocument bij de gemeente aanvragen.

Een onderdaan van het Verenigd Koninkrijk die na terugtrekking uit de Europese Unie een verblijfsaanvraag indient, zal zich echter niet langer kunnen beroepen op de voorwaarden die golden op het moment voor de terugtrekking.

Sociale zekerheid

Ook in de continuïteit van de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels binnen de EU voor mobiele werknemers wordt voorzien in het wetsontwerp. Het wetsontwerp voorziet dat de bepalingen van de coördinatieverordeningen (met name verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en haar toepassingsverordening 987/2009 van 16 september 2009) van toepassing blijven en dat deze de situaties met buitenlandse elementen waarbij het Verenigd Koninkrijk betrokken is, blijven regelen. Het Verenigd Koninkrijk wordt aldus gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie tot 31 december 2020.

Dit is het geval om (i) de toepasselijke socialezekerheidswetgeving te bepalen, alsmede (ii) inzake het bepalen van de verschillende categorieën uitkeringen inzake sociale zekerheid.

Echter een aantal reglementeringen die binnen het materieel toepassingsgebied van de EU-verordening 883/2004 vallen behoren niet tot de bevoegdheid van de federale overheid, zoals gezinsbijslagen. Het is dan ook aan de deelstaten om hiervoor desgevallend de nodige maatregelen te nemen.

Inwerkingtreding

Het wetsontwerp voorziet ook nog specifieke bepalingen inzake energiebeleid, financiële diensten, economie en verzekeringen. Het wetsontwerp moet nu nog het wetgevend proces doorlopen.

De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van de ontwerpwet en KB. Wordt vervolgd!

Auteur: Stefan Nerinckx

stefan-nerinckx

Stefan Nerinckx is advocaat-vennoot in het departement Employment & Pensions bij Fieldfisher Brussel

Hij is een expert in arbeidsrecht, sociale zekerheidsrecht en arbeidsmigratie met meer dan 20 jaar ervaring.

> Uitgebreide biografie

  233