Tewerkstelling buitenlandse werknemers

Sophie MaesBaert MartijnFaingnaert DriesVan Sophie Maes, Martijn Baert en Dries Faignaert verscheen een boek met als titel "Tewerkstelling buitenlandse werknemers". Dit boek geeft een praktisch overzicht van de verschillende stappen die de werkgever en de buitenlandse werknemer in de huidige stand van de wetgeving (januari 2015) moeten doorlopen opdat de werknemer wettig in België zou kunnen werken en verblijven. Hierna vindt u een kort interview met de auteurs naar aanleiding van hun boek.

Bestel het boek "Tewerkstelling buitenlandse werknemers" van Sophie Maes, Martijn Baert en Dries Faignaert.

M&D Seminars organiseert een studienamiddag over tewerkstelling van buitenlandse werknemers. Tijdens deze studienamiddag zullen de auteurs van dit boek dat aan de deelnemers wordt overhandigd, een praktisch overzicht geven van de huidige stand van zaken wat de tewerkstelling van vreemdelingen betreft. Je kan deze opleiding volgent in Gent of in Leuven:

  • Tewerkstelling buitenlandse werknemers - 16/09/2015 - Leuven 
  • Tewerkstelling buitenlandse werknemers - 16/10/2015 - Gent

    Welk kernboodschap zouden jullie aan de lezers willen meegeven?

    Begin tijdig aan de voorbereiding van de tewerkstelling van een buitenlandse werknemer. Het is een complexe materie omwille van de interactie van diverse regelgevingen. Tot op de dag van vandaag geldt immers nog steeds het onderscheid tussen de toelating om in België te werken enerzijds en de toelating om België binnen te komen en er te verblijven anderzijds.

    Om in België te mogen werken heeft een buitenlandse werknemer van buiten de EER/Zwitserland een arbeidskaart nodig tenzij hij beroep kan doen op één van de 34 vrijstellingen van de arbeidskaartverplichting. Sinds 1 juli 2014 is de materie inzake arbeidskaarten grotendeels geregionaliseerd zodat men per gewest (Vlaanderen, Brussel of Wallonië) moet nagaan wat de voorwaarden en procedures zijn.

    Maar het is niet omdat de buitenlandse werknemer een arbeidskaart heeft, dat hij in België mag verblijven. Hiervoor heeft hij een visum en/of verblijfsvergunning (elektronische A-kaart) nodig. Het visum moet bij de bevoegde Belgische ambassade of het bevoegde Belgische consulaat in het buitenland worden aangevraagd. Maar ook deze hebben hun eigen regels en gebruiken. Eens in België moet de werknemer zich bij zijn gemeente laten registreren en een verblijfsvergunning (elektronische A-kaart) aanvragen. Tussen de gemeentes bestaan vaak verschillen en kan de tijd om een verblijfsvergunning af te leveren uiteenlopen.

    Tewerkstelling buitenlandse werknemersDaarnaast zorgt het onderscheid tussen de toelating om in België te werken en de toelating om in België te verblijven voor heel wat verwarring. Zo zijn een aantal buitenlandse werknemers vrijgesteld van een Schengenvisum (zoals Amerikanen, Japanners, etc.) en kunnen zij gedurende maximaal 90 dagen (in een periode van 180 dagen) in het Schengengebied verblijven. Maar het is niet omdat de werknemer geen visum nodig heeft dat hij geen arbeidskaart moet hebben. De vrijstelling van een arbeidskaart voor het bijwonen van 'vergaderingen in beperkte kring' geldt immers slechts voor maximaal 20 opeenvolgende dagen per vergadering met een maximum van 60 dagen per jaar.

    Buitenlandse werknemers zijn zich vaak niet bewust van dit onderscheid. Toch doen werkgevers er goed aan zeer nauwgezet op te volgen of de buitenlandse werknemer de nodige stappen onderneemt en in het bezit is van een geldige verblijfstitel. Zo niet is de arbeidskaart immers zonder waarde en kunnen aan de werkgever zware strafsancties worden opgelegd. Daarenboven zal de verlenging van de arbeidskaart geweigerd worden indien blijkt dat de werknemer geen geldige verblijfstitel had voor de afgelopen tewerkstellingsperiode.

    Wanneer de buitenlandse werknemer met zijn gezin naar België komt is nog meer voorbereiding nodig gezien deze procedures (gezinshereniging) tot 6 maanden kunnen duren.

    Komt de Europese blauwe kaart voor hooggeschoolde derdelanders tegemoet aan een reële nood, of schiet hij zijn doel voorbij?

    De richtlijn betreffende de Europese blauwe kaart had tot doel de mobiliteit van derdelanders binnen Europa te verhogen en creëerde een aantal verwachtingen inzake de invoering van een “unieke” verblijfs-en werkvergunning voor derdelanders. De lidstaten behielden bij de omzetting van de richtlijn nog veel ruimte. België koos voor een relatief complex systeem waarbij de werkgever gedurende de eerste 2 jaren eerst een voorlopige arbeidsvergunning moet aanvragen, waarna de Dienst vreemdelingenzaken de Europese blauwe kaart uitreikt. Er moet ook voor de Europese blauwe kaart een “dubbele” procedure worden gevolgd. Ook het feit dat (onder meer) de gedetacheerde werknemers uitgesloten zijn uit het toepassingsgebied van de Europese blauwe kaart, zorgt ervoor dat een zeer belangrijk aandeel van de buitenlandse werknemers niet in aanmerking komt voor de Europese blauwe kaart. Voor hen is er dus niets veranderd. Ook de loongrens om een Europese blauwe kaart te bekomen, ligt gevoelig hoger dan voor de aanvraag van een gewone arbeidskaart B voor hooggeschoold personeel (51.465 EUR bruto (bedrag 2015) t.o.v. 39.802 EUR bruto (bedrag 2015)). Dit zorgt ervoor dat werkgevers in de praktijk gewoon de procedure voor de arbeidskaart B blijven volgen in de plaats van de minder gekende procedure voor de Europese blauwe kaart. De cijfers van de bevoegde regionale diensten liegen er niet om: in Vlaanderen werden in 2014 slechts 18 voorlopige arbeidsvergunningen afgeleverd, in Brussel 10 en in Wallonië geen enkele. De bepaalde voordelen die de Europese blauwe kaart biedt, wegen blijkbaar niet op tegen de strengere voorwaarden en de minder gekende procedure.

    Wat voor sancties bestaan er momenteel bij de tewerkstelling van illegale buitenlandse werknemers, en volstaat dit om werkgevers de regels te doen naleven?

    De straffen die aan werkgevers (maar ook aan hun aangestelden en lasthebbers) kunnen worden opgelegd zijn niet min. Bij de tewerkstelling van een buitenlandse werknemer die illegaal in België verblijft, kunnen gevangenisstraffen tot 3 jaar en/of bijzonder hoge geldboetes worden opgelegd (sanctie niveau 4). Bovendien kan ook een tijdelijke bedrijfssluiting en/of een tijdelijk exploitatieverbod worden opgelegd. De tewerkstelling van illegale werknemers is daarenboven één van de stokpaardjes van de sociale inspectiediensten en de arbeidsauditoraten. De praktijk toont aan dat als een inbreuk wordt vastgesteld, er vaak tot vervolging voor een strafrechtbank zal worden overgegaan.

    De overgrote meerderheid van de werkgevers heeft daarom de duidelijke wil om zich te conformeren aan de regels ter zake, maar heeft niet altijd voldoende zicht op de precieze draagwijdte van hun verplichtingen. Bij wijze van voorbeeld: sinds 2013 zijn werkgevers verplicht om vooraf na te gaan of hun buitenlandse werknemers van buiten de EER/Zwitserland over een geldige Belgische verblijfsvergunning beschikken, alsook om daarvan een kopie bij te houden voor de gehele duur van de tewerkstelling. Deze regel is bedoeld om misbruiken tegen te gaan. Het (misschien onbedoelde) gevolg is wel dat zelfs indien zulke buitenlandse werknemer geldig in België verblijft maar de werkgever de ‘bijkomende’ verplichting tot het bijhouden van een kopie van de verblijfsvergunning niet naleeft, in theorie zeer zware straffen kunnen worden opgelegd. Vaak zijn werkgevers ook weinig vertrouwd met de complexe materie van het vreemdelingenrecht, dat bepaalt onder welke voorwaarden een buitenlandse werknemer een Belgische verblijfsvergunning kan verkrijgen. Nochtans is een basiskennis hiervan geen overbodige luxe voor werkgevers, gelet op hun verantwoordelijkheden...

    Een belangrijk probleem is tot slot dat werkgevers die wetens en willens illegale werknemers in België tewerkstellen, zeer vaak ook tal van andere inbreuken begaan. Zo zullen die illegale werknemers door de werkgever veelal niet worden aangegeven aan de sociale zekerheid via Limosa dan wel Dimona, en vaak maken zulke werkgevers misbruik van de kwetsbare positie van illegale werknemers door hen (veel) te lage lonen uit te betalen. Mede daarom heeft men, onder invloed van de Europese ‘Sanctierichtlijn’, vanaf 2013 ook de opdrachtgever en tussenpersoon willen aanpakken die samenwerken met een dienstverlener die illegale werknemers tewerkstelt. Via een complex aansprakelijkheidsregime kunnen in bepaalde gevallen zowel strafrechtelijke als burgerrechtelijke sancties worden opgelegd. Met andere woorden: bedrijven kunnen zich niet zomaar verschuilen achter het feit dat zij samenwerken met derden, maar moeten zich ervan vergewissen dat hun dienstverlener geen illegale werknemers tewerkstelt. Minstens moeten zij hun contractspartij laten verklaren dat hij nooit illegale werknemers zal tewerkstellen. Ook deze verplichting blijkt nog te vaak onbekend te zijn bij de Belgische bedrijven.


 


Bron: Sophie MAES, Martijn BAERT en Dries FAINGNAERT, Tewerkstelling buitenlandse werknemers, Mechelen, Wolters Kluwer, 2015, 134 p.

Bestel het boek "Tewerkstelling buitenlandse werknemers" van Sophie Maes, Martijn Baert en Dries Faignaert.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over tewerkstelling van buitenlandse werknemers.

M&D Seminars organiseert een studienamiddag over tewerkstelling van buitenlandse werknemers. Klik op volgende links voor meer informatie:


Gepubliceerd op 05-08-2015

Berichttitel

Berichtomschrijving
  352