‘Sociaal recht is absoluut niet meer hip bij jongeren’

Sommige mensen maken indruk met hun cv, anderen met hun verschijning. Bij Willy van Eeckhoutte is dat een combinatie van de twee: kale reus, strak in het pak, priemende blik - die veel strenger overkomt dan hij eigenlijk is. Maar ook: doctor in de rechten, buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, advocaat bij het Hof van Cassatie en tot voor kort zelfs stafhouder van dat elitekorps. Van Eeckhoutte doceert al jaren arbeids- en socialezekerheidsrecht. Hij heeft een nieuw boek uit: ‘Handboek Belgisch Sociaal Recht’. Een uitstekende gelegenheid, zo vond De Juristenkrant, om eens te polsen naar de stand van deze intussen niet meer zo jonge rechtstak. 

Jan Van Delm

[Dit is een fragment uit het interview, het hele artikel kunt u lezen in De Juristenkrant van 8 oktober 2014 of via Jura.be]

WillyvanEeckhoutte-2[...]

De Juristenkrant: Hebben de werkgevers dan een punt als ze klagen over de gigantische complexiteit van de wetgeving? 
Willy van Eeckhoutte: ‘Hun klacht is terecht. Geen enkele onderneming leeft alle wetten na tot in de puntjes. Zelfs Justitie kan dat niet. Tot 1 september was ik stafhouder van de balie bij het Hof van Cassatie. Daar lag een stapel pv’s: allemaal overtredingen op de voorschriften voor welzijn en veiligheid op het werk.’
‘Het is gewoon materieel onmogelijk om al die voorschriften na te leven. Sommige wetten treden in werking met terug-werkende kracht. Andere wetten verwijzen voor de verdere uitvoering naar een kb dat er nooit komt. Zo wachten we al jaren op een sluitende definitie van het begrip ‘arbeidsongeschiktheid’. Dat creëert natuurlijk grote onzekerheid en is nefast voor onze economie.’

[...]

In de pensioenen lijkt er nu toch wat te bewegen, dankzij het rapport van Frank Vandenbroucke en zijn collega’s? 
‘Dat is een kentering, dat klopt, maar het is nog maar een eerste stap. En ook nu zie je hoe verkrampt de reacties al zijn. Nog voor ze één letter van dat rapport gelezen hebben, zijn de vakbonden al tegen. Terwijl ze zoveel geloofwaardiger zouden zijn, als ze ook eens iets zouden durven te accepteren waar ze zelf niet meteen beter van worden.’

Waaraan denkt u dan concreet? 
‘Neem nu het tijdskrediet. Op dit ogenblik telt die periode mee voor de berekening van je pensioen. Zolang dat gaat over thuisblijven voor je kinderen of voor je zieke ouders, is dat nog te begrijpen. Maar als je in die periode een wereldreis hebt gemaakt? In het buitenland vallen ze steil achterover, als ik zoiets vertel. Goed, dat was misschien mooi, toen we ons dat nog konden permitteren. Maar zodra het geld op is, zijn dat toch de eerste zaken waar we in alle sereniteit eens moeten over praten. Daar hoeven we toch niet meteen voor te gaan steigeren?’
‘Het grote probleem van onze sociale zekerheid is dat we iedereen iets willen geven, zonder altijd naar de precieze noden te peilen. Neem nu de kinderbijslag. Er zijn nu plannen om die te veranderen, wat voor sommigen tot inlevering zou leiden. Persoonlijk heb ik die kinderbijslag niet nodig, ik hoef die helemaal niet. Maar dat kan dus niet, want je hebt daar recht op, en als iedereen zo gaat beginnen, dan evolueer je van sociale zekerheid naar sociale bijstand, enzovoort… Enfin, argumenten genoeg om toch maar niets te moeten veranderen, terwijl sommige bijdragen toch substantieel mogen verho-gen, maar dat kan natuurlijk alleen maar als andere verlagen. En dat ligt blijkbaar moeilijk: almaar minder mensen zijn bereid om te betalen, als ze er zelf niet onmiddellijk beter van worden. En dat is jammer. Maar ja, blijkbaar ben ik zo’n halve cryptocommunist (lacht).’

[...]

Met dat eenheidsstatuut hebben nu ook de arbeiders - net zoals de bedienden - geen carenzdag meer en is er ook geen discriminatie meer op het vlak van de opzegtermijnen. Maar daarmee zijn nog lang niet alle verschillen weggegomd, he? 
‘Neen, helemaal niet. Na het akkoord dat minister De Coninck, haar kabinetschef Eva Van Hoorde - die nog van mijn advocatenassociatie deel heeft uitgemaakt - en Yasmine Kherbache, kabinetschef van premier Di Rupo, hadden bereikt, was er een echte hoerastemming. Maar het zogenaamde eenheidsstatuut is vooral een gemiste kans - met alle respect voor het fantastische werk dat zij hebben geleverd, want het was op dat ogenblik allicht het hoogst haalbare. Als je het arrest van het Grondwettelijk Hof dat aan de basis ligt van het eenheidsstatuut, goed leest, dan staat in het overwegende gedeelte dat we ‘de harmonisering van de rechtsposities van arbeiders en bedienden voltooid moesten hebben tegen 8 juli 2013’. Het Grondwettelijk Hof gaf daarmee expliciet te kennen dat veel meer moest gebeuren dan maar een oplossing voor de carenzdag en een harmonisering van de opzegtermijnen, de twee zaken waarover het Hof zich maar kon uitspreken in het beschikkend gedeelte van het arrest.’

Zou u het zelf anders aangepakt hebben?
‘Waarschijnlijk ben ik opnieuw zeer naïef, maar ik zou de carenzdag niet hebben afgeschaft, maar voor iedereen hebben ingevoerd. Waarom geen systeem invoeren van baaldagen, zoals in Nederland, waarbij je, zonder dat je ook maar één enkel motief moet opgeven, gewoon kan thuisblijven als het jou uitkomt? Je hoeft dan hoe dan ook - en dat is de reden waarom ik de carenzdag liever veralgemeend had gezien - niet meer naar de dokter voor een ziektebriefje. Iedereen denkt trouwens ten onrechte dat een doktersbriefje indienen een algemene verplichting is - je moet dat eigenlijk in beginsel nooit doen, tenzij het arbeidsreglement dat oplegt of de werkgever daar uitdrukkelijk om vraagt. Iedereen weet overigens dat vele dokters veel te genereus zijn: ‘Hoeveel dagen moet je hebben’, vragen ze dan. Reken maar eens uit wat al die consultaties voor één dag afwezigheid nu kosten aan onze ziekteverzekering, en welke besparing het zou opleveren, als je een carenzdag voor iedereen zou invoeren. Maar daar willen de vakbonden natuurlijk niet van weten, want dan harmoni-seer je ‘naar beneden toe’, en daar zijn ze als de dood voor. Terwijl dat op dit punt perfect had gekund. Het zou hen overigens veel respect hebben opgeleverd: zich bereid tonen in het algemeen belang toegevingen te doen.’

(De auteur is journalist bij de VRT)

[Dit is een fragment uit het interview, het hele artikel kunt u lezen in De Juristenkrant van 8 oktober 2014 of via Jura.be] 


Gepubliceerd op 09-10-2014

Berichttitel

Berichtomschrijving
  135