Referteperiode sociale verkiezingen 2020 al gestart

Ondernemingen die sociale verkiezingen moeten organiseren kunnen best al starten met de voorbereidingen. 1 oktober was immers, anders dan de vorige jaren, al een eerste belanghebbende datum. Ria Matthijssens, partner bij BDO en auteur van het jaarboek De ondernemingsraad, wijst op het belang van de procedure.

Gepubliceerd op 12-11-2018

ria-matthijssens1
Ria Matthijssens
BDO Legal
istock-908231120

De volgende sociale verkiezingen zullen doorgaan in 2020. Is het niet erg vroeg om daar al rekening mee te houden?

Toch niet, of er in 2020 al dan niet sociale verkiezingen dienen georganiseerd te worden hangt af van het aantal werknemers in dienst tijdens de referteperiode. Voor de sociale verkiezingen van 2020 zou de referteperiode lopen van 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2019. Bij de voorgaande sociale verkiezingen was de referteperiode het vorige kalenderjaar en dus slechts 12 maanden. Voor de aankomende sociale verkiezingen zou de referteperiode dus met 1 kwartaal verlengd worden. Hiermee wil men de representativiteit van de referteperiode verhogen. Ondernemingen moeten zich hiervan bewust zijn!

Hierbij is het ook van belang om rekening te houden met de wettelijke benadering van het ‘gemiddelde personeelsbestand’. Met name de vraag welke werknemers hiervoor in aanmerking moeten worden genomen. Wat bijvoorbeeld met uitzendkrachten, langdurig zieken, vervangingscontracten, deeltijdse werknemers, …?

Wat houdt de opstart einde 2019 juist in?

De werkgever moet de volgende gegevens voorleggen:

  • De aard, de domeinen en de graad van zelfstandigheid of afhankelijkheid van de zetel ten opzichte van de juridische entiteit of van de juridische entiteiten ten opzichte van de technische bedrijfseenheid.
  • Het aantal werknemers per categorie (arbeiders, bedienden en jeugdige werknemers).
  • De functies van het leidinggevend personeel met verduidelijking met de inhoud van deze functies en, ter indicatieve titel, de lijst van de personen die deze functies uitoefenen.
  • De functies van de kaderleden en, ter indicatieve titel, de lijst van de personen die deze functies uitoefenen. Als het gemiddelde personeelsbestand van uw onderneming onder 100 werknemers ligt of als er minder dan 30 bedienden zijn, moet die informatie niet doorgegeven worden.

Hoe kunnen de werkgevers hierop anticiperen?

Ze kunnen daarop al inspelen door een aantal zaken in kaart te brengen. Zo kunnen ze de zelfstandigheid of de afhankelijkheid van de zetel vaststellen en het aantal werknemers per categorie rangschikken of monitoren, bv. in functie van het aantal deeltijdse werknemers, uitzendkrachten of contracten van bepaalde duur. En ze kunnen ook al de functies van het leidinggevend personeel en/of de kaderleden in kaart brengen. Daarvoor kunnen ze vb. het organogram met een scherpe blik bekijken en zo nodig tijdig bijsturen

Het is van belang dat de werkgevers zich deugdelijk voorbereiden zodat zij op consequente wijze een standpunt kunnen innemen waardoor zowel juridische als menselijke problemen vermeden worden.

  358