Rechtspraak in sociaal recht – Overzicht oktober 2020

De rechtspraak van oktober becommentarieerd in SocialEye.

Gepubliceerd op 03-11-2020

Gavel

De meeste wetteksten zijn alleen perfect van toepassing met verduidelijking van de rechtspraak.

Daarom selecteren en analyseren specialisten in het sociaal recht in de databank Socialeye elke dag de praktijk van de rechtbanken en tribunalen met betrekking tot het sociaal recht (arbeids- en socialezekerheidsrecht).

Hier volgt een overzicht van de geanalyseerde beslissingen in de maand oktober 2020. Diepgaand commentaar op deze rechterlijke uitspraken is nu beschikbaar op SocialEye.

Arbeidsrecht

Schorsing van het arbeidscontract

Arbh. Bergen 23 april 2020, A.R. 2019/AM/189 (Terra Laboris)
Tijdelijke werkloosheid en  als zelfstandige: Het arbeidshof herinnert eraan dat de regels met betrekking tot de uitoefening van een bijkomstige activiteit tijdens de werkloosheid van toepassing zijn op het geval van tijdelijke werkloosheid en dat, bij gebrek aan voorafgaande aangifte, de uitsluiting van het recht op uitkeringen principieel gerechtvaardigd is.

Arbrb. Brussel, 1 september 2020, A.R. 18/770/A (Terra Laboris)
Personeel van een diplomatieke missie en vakantiegeld: De rechtbank van eerste aanleg heeft het verzoek van personeelsleden van een diplomatieke missie in België van een buitenlandse lidstaat van de Europese Unie ingewilligd, waarbij het heeft vastgesteld dat de Belgische wetgeving inzake jaarlijkse vakantiedagen van toepassing is en hun bijgevolg een dubbel vakantiegeld heeft toegekend, binnen de grenzen van de regels van verjaring.

Verbreking van het arbeidscontract

Arbh. Luik, afdeling Luik, kamer 3-F, 16 juni 2020 - A.R nr. 2018/AL/679 (A. Saintes en R. Capart, Elegis)
Anciënniteitsclausule en berekening van de opzegtermijn: het Hof wijst erop dat bij de berekening van de duur van de opzegtermijn geen rekening hoeft te worden gehouden met de anciënniteit die is vastgelegd in een contractueel beding dat niet anderszins is gekwalificeerd of gespecificeerd. Dat zal alleen het geval zijn als dat de gezamenlijke bedoeling van de partijen was. Het Hof oordeelt dat het waarschijnlijk de gemeenschappelijke bedoeling van de partijen was om overeenstemming te bereiken over een anciënniteit in de schaal, en dat er dus geen reden is om hiermee rekening te houden bij het bepalen van de duur van de opzeggingstermijn.

Arbh. Luik (afd. Luik), 9 maart 2020, A.R. 2019/AL/255 (Terra Laboris)
Cumulatie van medische vergoedingen wegens overmacht en onderlinge verzekeringspremies: het arbeidshof beslist dat er geen cumulatieverbod bestaat tussen een vergoeding die wordt betaald bij de beëindiging van een arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht en de ZIV-uitkeringen aangezien deze vergoeding kan worden beschouwd als een blijk van erkenning.

Arbh. Luik (afd. Namen), kamer 6B, 28 mei 2020 - A.R. 2019/AN/38 (J. Nossent en M. Strongylos, Elegis)
Dringende reden na betaling van een opzeggingstermijn: een opzeggingstermijn is een eenzijdige handeling die alleen nietig kan worden verklaard als het besluit tot opzegging van de overeenkomst ongeldig is. De loutere dwaling met betrekking tot de redenen die tot het ontslagbesluit hebben geleid, heeft geen enkele invloed op de geldigheid van het verlof. Bijgevolg is het niet mogelijk om de dienstbetrekking nadien om ernstige redenen op te zeggen wanneer deze reeds is beëindigd.

Arbh. Brussel, 3 september 2020, A.R. 19/1.116/A (Terra Laboris)
CAO nr. 109 en vereiste van anciënniteit: de rechtbank van eerste aanleg wijst artikel 2, lid 2, eerste streepje, van CAO nr. 109 af als zijnde in strijd met het gelijkheidsbeginsel, dat voor de toepassing ervan een anciënniteit van zes maanden in de onderneming vereist.

Arbrb. Antwerpen (afdeling Hasselt), 8 juli 2020, G.K. 20/521/A (Terra Laboris)
Dringende reden en het dragen van het masker: de rechtbank van eerste aanleg heeft het door een onderneming ingediende verzoek om toestemming voor het ontslag van een kandidaat voor de sociale verkiezingen van 2020 om ernstige redenen ingewilligd; een van de aangevoerde feiten is de door de werkgever in mei 2020 opgelegde weigering om het masker te dragen.

HvJ, 30 juni 2020, nr. 247.959 (Terra Laboris).
Arbeidsongeschiktheid: de Raad van State stelt het Hof van Justitie van de Europese Unie vragen over de verplichting om in geval van een handicap in redelijke aanpassingen te voorzien: indien de werknemer als gevolg van de handicap niet meer in staat is de functie te vervullen die hij of zij voordien vervulde, moet hij of zij dan worden overgeplaatst naar een andere functie? Het is dus noodzakelijk het arrest van het Hof van Justitie af te wachten, dat, voor zover we weten, voor het eerst over deze specifieke vraag wordt gevraagd.

Welzijn op het werk

Arbh. Brussel, 26 mei 2020, A.R. 2020/AB/407 (Terra Laboris)
Psychosociale lasten: het Hof herinnerde aan de verplichtingen van de werkgever uit hoofde van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers tijdens de uitoefening van hun werk, zodra hij op de hoogte is gebracht van het bestaan van een psychosociale last die een werknemer van de onderneming treft. De werkgever moet maatregelen nemen wanneer hij op de hoogte is van het lijden van een werknemer op het werk.

Collectief arbeidsrecht
Arbeidshof, Bergen, 26 juni 2020, ongepubliceerd, A.R. nr. 2019/AM/231 (C. Hallut, Advocaat, www.hallut.be).
Ontvankelijkheid van een rechtszaak van een representatieve werknemersorganisatie: het Hof verklaarde dat de aanvraag ontvankelijk was, zelfs als het ABVV geen voorafgaande toestemming had gekregen van de slachtoffers van discriminatie, voor zover een van de discriminerende handelingen gericht was tegen een onbepaalde groep van personen.

Sociale zekerheidsrecht

Bijdragenbetaling

Arbh. Brussel, 6 november 2019 en 24 juni 2020, A.R. 2016/AB/957 (Terra Laboris).
Lokaal personeel van diplomatieke missies: de rechtbank beveelt een buitenlandse staat om geldbedragen te betalen en de verrichte werkzaamheden aan het RSVZ te declareren, met een dwangsom.

Ongevallen op het werk

Arbh. Brussel, 15 juni 2020, A.R. 2017/AB/814 (Terra Laboris)
Beoordeling van de blijvende ongeschiktheid: het Hof herinnert eraan dat de gerechtelijk deskundige een adviserende rol heeft, dat de rechter bevoegd is te oordelen en dat bij de criteria voor de beoordeling van de gevolgen van een ongeval geen rekening mag worden gehouden met de uitdrukkelijke weigering van het slachtoffer om een operatie te ondergaan.

Arbrb. Luik (afd. Luik), 21 januari 2020, A.R. 2019/AL/189 (Terra Laboris)
Conflict tussen collega's: de rechtbank oordeelde dat de feiten het gevolg waren van een geschil van professionele aard, ook al maakte het deel uit van een bredere context van persoonlijke vijandschap of gevoelens van privacy, in het bijzonder met betrekking tot problemen in verband met kinderen. De rechtbank stelde echter vast dat de belanghebbende het ongeluk opzettelijk had uitgelokt, ook al wilde ze de gevolgen niet, en wel op grond van het feit dat ze de vechtpartij had uitgelokt door haar collega fysiek te benaderen en haar een klap te geven.

Arbh. Bergen, 2 september 2020, A.R. 2019/AM/257 (Terra Laboris)
Charter van de Maatschappelijk Verzekerde : het Hof stelt het Grondwettelijk Hof vragen over mogelijke discriminatie met betrekking tot de verplichtingen van het Charter enerzijds en van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur anderzijds, gelet op de regels inzake de beroepstermijn, vraagt het Hof zich af of de verjaringstermijnen daarin al dan niet zijn opgenomen.

Cass. 11 mei 2020, nr. S.19.0012.N (Terra Laboris)
Basisloon en tijdskrediet: het Hof wijst een beroep van een wettelijke verzekeraar af en bevestigt dat een werknemer met tijdskrediet voor de berekening van de dagvergoeding in het kader van tijdelijke arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een arbeidsongeval zijn loon moet laten berekenen op basis van artikel 36, § 1, van de wet van 10 april 1971 betreffende de arbeidsongevallen, en niet alsof het om een deeltijdse vergoeding gaat.

Ziektekosten- en vergoedingsverzekering

Arbrb. Brussel, 17 juni 2020, A.R. 2019/AB/239 (Terra Laboris)
Cumulatie van uitkeringen: de rechtbank beslist over een geschil tussen het ZIV en een verzekeringsorgaan over de te hanteren methode voor de berekening van de wederzijdse uitkeringsvergoeding die moet worden verminderd in geval van toekenning van een vergoeding voor het materiële verlies van blijvende ongeschiktheid volgens het gemene recht.

Werkloosheid

Arbh. Bergen, 23 januari 2020, A.R. 2018/AM/358 (Terra Laboris)
Goede trouw: het arbeidshof van Bergen stelt de vraag nopens de interpretatie van artikel 98bis van het organiek besluit inzake werkloosheid, dat de directeur van het GB toelaat de werkloze die bewijst dat hij te goeder trouw heeft gehandeld gelijk te stellen met de werkloze die heeft voldaan aan de reglementaire bepalingen. Er wordt een heropening van de debatten over de vraag bevolen.

Arbh. Luik (afd. Luik), 21 februari 2020, A.R. 2018/AL/455 (Terra Laboris)
Voorlopige uitkering: het Hof neemt de verplichtingen over van artikel 47 van het Koninklijk organiek besluit betreffende de werkloosheid, dat de begunstigde van de voorlopige uitkeringen verplicht om in het jaar van de beëindiging een rechtszaak aan te spannen, ongeacht de kans van slagen van de procedure. Indien dit niet het geval is, moeten de vergoedingen worden terugbetaald.

Cass. 14 september 2020, nr. S.18.0012.F (Terra Laboris)
Standstillverplichting: aangezien de aanzienlijke vermindering van het recht op sociale zekerheid voor oudere werklozen als gevolg van de beperking in de tijd van het recht op een integratie-uitkering gerechtvaardigd is op grond van het algemeen belang, is het arrest in strijd met artikel 23 van de Grondwet.

Arbh. Bergen, 11 juni 2020, A.R. 2019/AM/271 (Terra Laboris)
Voorlopige uitkering: het Hof wijst erop dat, indien de begunstigde van een voorlopige werkloosheidsuitkering geen beroep op de arbeidsrechtbank instelt om de beëindiging te betwisten, de uitkeringen moeten worden terugbetaald.

Gehandicapten

Arbh. Brussel, 8 juni 2020, A.R. 2019/AB/195 (Terra Laboris)
Nationaliteit: het Hof bevestigt het conflict tussen artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de uitkeringen aan personen met een handicap en het Europees recht, zijnde artikel 29 van richtlijn nr. 2011/95/EU. Dit arrest is in overeenstemming met de rechtspraak die de nationaliteitsvoorwaarde met betrekking tot de waarborgen van het Europees recht opzij zet.

  629