Rechtspraak in sociaal recht – Overzicht februari 2020

De rechtspraak becommentarieerd van februari in SocialEye.

Gepubliceerd op 02-04-2020

Gavel

De meeste wetteksten zijn alleen perfect van toepassing met verduidelijking van de rechtspraak.

Daarom selecteren en analyseren specialisten in het sociaal recht in de databank Socialeye elke dag de praktijk van de rechtbanken en tribunalen met betrekking tot het sociaal recht (arbeids- en socialezekerheidsrecht).

Hier volgt een overzicht van de geanalyseerde beslissingen in de maand februari 2020. Diepgaand commentaar op deze rechterlijke uitspraken is nu beschikbaar op SocialEye.

Arbeidsrecht

Arbeidsovereenkomst

Arbeidsrechtbank van Henegouwen (afd. Doornik), 4 oktober 2019, A.R. 18/177/A (Terra Laboris)
Opzegging door een OCMW: het Hof herinnert eraan dat arbeidsovereenkomsten die zijn gesloten in het kader van artikel 60 van de wet van 8 juli 1976 betreffende de organisatie van het OCMW, onderworpen zijn aan de gebruikelijke regels voor arbeidsovereenkomsten die onder de wet van 3 juli 1978 vallen, dus ook voor de opzegging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Arbeidsrechtbank Brussel, 14 juni 2019, A.R. 18/336/A (Terra Laboris)
Schadevergoeding wegens het niet-verrichten van de overeengekomen werkzaamheden: geval van aanvraag in de sector dienstencheques: de rechtbank van eerste aanleg concludeert dat de huishoudhulp in geval van het niet-verrichten van huishoudhulp, na een eenzijdige beslissing van de werkgever, recht heeft op vergoeding van haar schade, die kan neerkomen op betaling van een vergoeding of schadevergoeding.

Contract voor bepaalde duur

Hvj, 11 december 2019, zaak C-483/19, Stad Verviers t. J
De raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG heeft met name tot doel de kwaliteit van arbeid voor bepaalde tijd te verbeteren en een kader vast te stellen om misbruik als gevolg van het gebruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen voor bepaalde tijd te voorkomen. De sociale partners en/of de lidstaten, laatstgenoemden na raadpleging van deze sociale partners, kunnen evenwel bepalen dat de raamovereenkomst niet van toepassing is op de “leerovereenkomsten en het leerlingwezen” en de “arbeidsovereenkomsten en arbeidsverhoudingen die zijn gesloten in het kader van een speciaal door of met steun van de overheid uitgevoerd opleidings-, arbeidsinpassings- en omscholingsprogramma” .

Heel beknopt stelt het Hof dat de Belgische sociale partners en de Belgische staat, na raadpleging van de sociale partners, hun beoordelingsmarge geldig konden uitoefenen om de categorieën van beroepsopleidings- of leerovereenkomsten uit de werkingssfeer van de raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te halen.

Deeltijdse arbeidsovereenkomst

Hvj, 15 oktober 2019, zaken C-439/18 en C-472/18, AEAT (A. Mortar).
Anciënniteit op basis van daadwerkelijke arbeidstijd: het Hof is van oordeel dat de Spaanse wetgeving indirecte discriminatie op grond van geslacht bevat, die weliswaar neutraal is geformuleerd, maar meer vrouwen dan mannen treft, aangezien het betrokken personeel van deeltijdwerkers overwegend vrouwelijk is.

Arbeidsovereenkomst als handelsvertegenwoordiger

Arbeidshof Bergen, 10 december 2019, onuitgegeven, A.R. nr. 2018/AM/274 (Céline Hallut, advocaat)
Het arbeidshof van Bergen heeft in zijn arrest van 10 december 2019 de manier geanalyseerd waarop de arbeidsovereenkomst van een werkneemster concreet werd uitgevoerd om te besluiten tot de ontstentenis van contact met het cliënteel van de werkgever en dus tot de ontstentenis van een overeenkomst van handelsvertegenwoordiger. Aangezien de kleinhandelaars geen cliënteel vormen in de zin van artikel 4 van de wet van 3 juli 1978, heeft het Hof beslist dat de werkneemster geen recht had op een vergoeding wegens aanbreng van cliënteel.

Intimidatie

Arbrb. Luik (afd. Luik), 16 januari 2020, AR 18/498/A (Terra Laboris)
Begrip intimidatie: de rechtbank maakt een gedetailleerde analyse van pesterijen in een openbaar bestuur, die verschillen van het conflict (of hyperconflict) tussen personen of het als kwetsend, beledigend of vernederend ervaren van de uitoefening van het gezag en de tuchtbevoegdheid van de werkgever. Communicatie- of relatieproblemen moeten eveneens worden uitgesloten als bewezen pesterijen.

Gelijke behandeling

Hvj, 7 november 2019, aff. C-396/18, Cafaro v. DQ (A. Mortar).
Verschil in verband met de leeftijd van de werknemer: Mits bepaalde voorwaarden in verband met de legitimiteit van de nagestreefde doelstellingen (die in casu worden erkend, vermits zij niet alleen betrekking hebben op de luchtvaartveiligheid, maar bovendien op de nationale veiligheid) en de evenredigheid van de aangenomen maatregel, is een leeftijdsgrens denkbaar in het kader van beroepsactiviteiten zoals die in casu die bijzonder veeleisende fysieke capaciteiten vereisen.

Bezoldiging - belastingheffing over een buitenlands salaris in de woonstaat

Hof van Justitie van de Europese Unie nr. C-602/17 van 24 oktober 2018, www.curia.europa.eu (B. Mariscal).
Het feit dat een werknemer die in België verblijft, in België wordt belast op zijn dagen van arbeid buiten het buitenland waar zijn werkgever is gevestigd, vormt geen belemmering voor het door Europa gewaarborgde vrije verkeer van werknemers.

Voordelen in natura - brandstofkaart

Antwerpen, 27 november 2018 (rolnr. 2017/AR/695), www.monkey.be (B. Mariscal)
Wanneer een werkgever zowel een bedrijfswagen als een tankkaart ter beschikking stelt, moet slechts één enkel voordeel van alle aard worden belast, met name het forfaitair geraamde voordeel van alle aard dat van toepassing is voor bedrijfswagens. Dit principe geldt echter slechts voor één brandstofkaart. De tweede en derde tankkaart die aan een werknemer worden toegekend, worden niet geacht deel uit te maken van het voordeel in natura (VAA) met betrekking tot de terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen. Dit principe geldt echter slechts voor één enkele tankkaart.

Bedrijfsvoorheffing

Burgerlijke rb. Luik, 20 juni 2019, rol nr. 17/2951/A, www.monkey.be (B. Mariscal)
Vrijstelling voor starters: een vrijstelling (10% van de bedrijfsvoorheffing die werd ingehouden op de bezoldigingen van de werknemers) van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing wordt toegekend voor starters. Wanneer de werkgever een activiteit voortzet die eerder werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon of een andere rechtspersoon, vangt de termijn van 48 maanden aan op de eerste dag van de maand die volgt op de eerste inschrijving van deze natuurlijke persoon of rechtspersoon bij de Kruispuntbank van Ondernemingen. Dit is met name het geval wanneer een eenmanszaak wordt omgezet in een vennootschap of wanneer een nieuwe vennootschap wordt opgericht om een bestaande vennootschap over te nemen.

Sociale zekerheidsrecht

Onderwerping

Cass., 16 december 2019, nr. S.18.0068.F (Terra Laboris)
Frauduleuze onderwerping: verjaringstermijn voor de beslissing van de RSZ:  Hof van Cassatie brengt verduidelijkingen aan betreffende de verjaringstermijn van 7 jaar waarover de RSZ beschikt in geval van bedrieglijke onderwerping aan de sociale zekerheid van de werknemers in verband met de situatie van de werknemer van wie de onderwerping wordt vernietigd.

Ongevallen op het werk

Arbeidsrechtbank van Luik (afdeling Verviers), 27 juni 2019, A.R. 17/826/A (Terra Laboris)
Regels inzake verjaringstermijnen voor de terugvordering van het onverschuldigd betaalde van uitkeringen wegens blijvende arbeidsongeschiktheid: de rechtbank wijst erop dat, hoewel de wet van 10 april 1971 betreffende de arbeidsongevallen geen vertrekpunt bepaalt voor de verjaringstermijn van de vordering tot terugbetaling van de ten onrechte uitbetaalde uitkeringen, overeenkomstig de regels van het gemene recht de theorie van het ontstaan van het recht in aanmerking moet worden genomen: de verjaringstermijn begint te lopen bij de betaling van de onverschuldigde vergoedingen.

Arbeidshof Brussel, 6 januari 2020, A.R. 2019/AB/424 (Terra Laboris)
Basisloon: het Hof bevestigt zijn standpunt betreffende de kwestie nopens het basisloon bij blijvende arbeidsongeschiktheid in de overheidssector: het in aanmerking te nemen loon is het gedesindexeerde loon, waarbij de rente moet worden berekend met de herindexeringscoëfficiënt

Zorgverzekering en vergoedingen

Arbeidsrechtbank van Henegouwen (afdeling Charleroi), 2 september 2019, A.R. 13/4.418/A (Terra Laboris)
Voortgezette verzekerbaarheid: de rechtbank, bij wie de vraag nopens het behoud van de ZIV-verzekerbaarheid in geval van afwezigheid van een geneeskundig onderzoek bepaald in artikel 101, § 1, lid 1 van de gecoördineerde wet aanhangig is gemaakt, besluit tot het verlies van de verzekerbaarheid ondanks het onwettige karakter van de beslissing tot opschorting van de erkenning. Dit standpunt is niet unaniem in de rechtspraak.

Werkloosheid

Arbeidhof Brussel, 18 september 2019, A.R. 2017/AB/473 (Terra Laboris)
Standstill en inschakelingsuitkeringen: het arbeidshof van Brussel herhaalt de opeenvolgende stappen van de rechterlijke controle betreffende de naleving van de standstillverplichting en dit naar aanleiding van een geschil inzake inschakelingsuitkeringen. Zij concludeert dat de wijziging van de wetgeving niet van toepassing kan zijn op deze specifieke categorie van jongeren.

Hvj, 23 januari 2020, Zaak C-29/19 (ZP/BUNDESAGENTUR FÜR ARBEIT) (Terra Laboris).
Het Hof concludeert dat verordening nr. 883/2004 zich verzet tegen een nationale regel die voorziet in een minder gunstige berekening van werkloosheidsuitkeringen voor werknemers die gebruik hebben gemaakt van hun recht op vrij verkeer.

Cass. 16 december 2019, nr. S.19.0046.F (Terra Laboris).
Inhoudingen op werkloosheidsuitkeringen: het Hof oordeelde dat de wettelijke toepassing door een socialezekerheidsinstelling van de inhoudingen bedoeld in artikel 1410 §4 van het Gerechtelijk Wetboek de arbeidsrechtbanken verbiedt om betalingstermijnen toe te kennen aan een persoon die onverschuldigd betaalde uitkeringen moet terugbetalen.

Beroepsziekten

Arbeidsrb. Luik (div. Luik), 2 december 2019, A.R. 2019/AL/70 (Terra Laboris)
In een vonnis van 2 december 2019 heeft de arbeidsrechtbank van Luik (afdeling Luik) de aanstelling van een deskundige aanvaard, naar aanleiding van een verzoek tot verergering van een ziekte die van de lijst is geschrapt, aangezien deze verergering zowel in het kader van de lijst als in het kader van het niet-lijstsysteem kan worden onderzocht.

Pensioenen

Antwerpen, 22 oktober 2019, 2018/AR/699, onuitgegeven (B. Mariscal)
Geen afzonderlijk belastbaar inkomen voor de berekening van het progressievoorbehoud:De Belastingadministratie houdt voor de berekening van het progressievoorbehoud in de praktijk systematisch rekening met buitenlandse inkomsten die, als ze belastbaar waren geweest in België, afzonderlijk zouden zijn belast. Het Hof van beroep van Antwerpen riep de administratie onlangs tot de orde.

Hvj, 22 januari 2020 Zaak nr. C-32/19 (AT v. PENSIONSVERSICHERUNGSANSTALT (Terra Laboris))
Verblijfsvoorwaarde: het Hof van Justitie brengt de voorwaarden in herinnering die worden gesteld in richtlijn nr. 2004/38/EG met het oog op het verkrijgen van een duurzaam verblijfsrecht in de gaststaat en die eveneens van toepassing zijn op een werknemer die, op het ogenblik dat hij zijn activiteit stopzet, de leeftijd heeft bereikt die bepaald is door de wetgeving van deze gaststaat om zijn rechten op een ouderdomspensioen te doen gelden.

C.J.U.E., 5 november 2019, zaak C-192/18, Commissie/Polen (A. Mortier).
Recente Poolse hervormingen zijn afgestraft: In Polen heeft de conservatieve regering een hervorming doorgevoerd die onder meer tot doel had verschillende leeftijdsvoorwaarden vast te leggen voor de pensionering naargelang het geslacht binnen de magistratuur van de gewone rechterlijke instanties, van het hooggerechtshof en van het parket, respectievelijk op 60 jaar voor vrouwen en op 65 jaar voor mannen, en de minister van Justitie te machtigen om de uitoefening van de functies van de zittende magistratuur van de Poolse gewone rechterlijke instanties al dan niet toe te laten na de nieuwe pensioenleeftijd van die magistraten die eerder werd verlaagd. De Europese Commissie heeft bij het Hof van Justitie van de Europese Unie beroep ingesteld wegens niet-nakoming.

Gezinsbijslagen

Gwh, 5 december 2019, Arrest nr. 195/2019 (Jérôme Deumer, plaatsvervanger van de Luikse auditeur van de arbeid)
In zijn arrest onderschrijft het Hof het Waalse overgangsstelsel dat is ingevoerd in het kader van de hervorming van het stelsel van de gezinstoelagen en op grond waarvan kinderen die vóór 1 januari 2020 zijn geboren, onder het oude stelsel blijven vallen tot het einde van hun recht op gezinstoelagen, dat wil zeggen uiterlijk op hun 25e verjaardag.

Sociale integratietegemoetkoming

Cass. 18 november 2019, nr. S.19.0021.F (Terra Laboris)
Het punt dat het Hof in dit arrest heeft beslist, is dat voor de berekening van het leefloon tegen het tarief van de samenwonenden, als inkomen van de ascendenten, middelen van bestaan in aanmerking worden genomen die het bedrag van het integratie-inkomen zelf niet overschrijden, om te berekenen of het "fictieve" integratie-inkomen voor alle samenwonenden (de eiser en haar twee ouders) wordt bereikt.

Personen met een handicap

C. werk. Brussel, 2 december 2019, G.K. 2018/AB/916 en 2018/AB/926 (Terra Laboris).
Het arbeidshof van Brussel concludeert dat, aangezien de arbeidsgerechten kennis kunnen nemen van vorderingen op grond van feiten die zich hebben voorgedaan na de door de Belgische staat genomen administratieve beslissing, de rechter zich met name kan plaatsen op een datum na de eerste dag van de maand die volgt op de administratieve vordering, om de inkomensvoorwaarde te controleren.

  337