Rechten personen met handicap

Stef KeunenHet Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH) viert in 2016 zijn tienjarig bestaan. Dit is dan ook het uitgelezen moment om de impact van het VN-Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap te onderzoeken. Stef Keunen bespreekt in aflevering 335 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) op systematische wijze de uitspraken van het Comité. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

De auteur behandelt de totstandkoming van het VRPH en de evolutie in de denkwijze die het Verdrag tot stand bracht. Daarna wordt stilgestaan bij samenstelling en werking van het Comité. Aansluitend wordt de relevante jurisprudentie ontleed, waarop afsluitend een beschouwing over de impact van mensenrechtencomités volgt.

Het VRPH en zijn toezichtmechanisme

Het Verdrag had niet tot doel om nieuwe rechten te creëren maar wel om bestaande mensenrechten te vertalen naar de specifieke context en situatie van personen met een handicap. Het VRPH wilde dan ook de rechten van personen met een handicap verbeteren, beschermen en promoten. Binnen het Verdrag is de sociale benadering van het begrip ‘handicap’ het uitgangspunt. Het is niet langer het individu met een handicap dat zich aan de samenleving moet aanpassen, maar wel de samenleving die tegemoet moet komen aan de barrières waarmee de persoon met een handicap wordt geconfronteerd. Om de doelstelling van het Verdrag te controleren is er verdragsrechtelijk een toezichtmechanisme ingeschreven. Het Facultatief Protocol bij het VRPH voorziet in een individueel klachtenrecht bij het VN-Comité.

De impact van VN-Comité

Het Verdrag noch het Facultatief Protocol voorzien in een bepaling die stelt dat de beslissingen van het Comité afdwingbaar zijn in de interne nationale rechtsorde. Wat de individuele beslissingen betreft, worden de verdragspartijen slechts ‘aangespoord’ om de veroordeling door het Comité publiek bekend te maken, deze te vertalen in de officiële landstalen en ze ter beschikking te stellen in een toegankelijke vorm. Het Comité maakt evenwel slechts aanbevelingen. De omzetting van beslissingen van het VN-Comité in intern recht verloopt dan ook moeizaam. De oorzaak daarvan ligt in het quasi-juridisch karakter van het Comité, waarin het verschilt van andere internationale mensenrechtenorganen zoals het EHRM. Dit wil evenwel niet zeggen dat de beslissingen van het Comité de facto geen waarde hebben. Aan de beslissingen kleeft een karakter van naming and shaming, waardoor verdragspartijen op een publiekelijk forum (moreel) worden ‘veroordeeld’ wegens mensenrechtenschendingen. Het is wenselijk dat de nationale rechters in de toekomst verwijzen naar de jurisprudentie van het VN-Comité in de behandeling van handicap gerelateerde zaken.

Het VRPH heeft een nieuwe dynamiek op gang gebracht. Het is echter essentieel dat elke verdragspartij zijn verantwoordelijkheid opneemt: “The struggle for human rights will be won or lost at the national level”.


De auteur is Assistent bestuursrecht en PhD Centrum voor overheid en recht (Universiteit Hasselt).

Bron: Stef KEUNEN, “VN-Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap. Overzicht van rechtspraak”, NjW 2016, afl. 335, 50-62.

De volledige tekst vindt u in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW). Klik hier voor meer informatie over het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

NjW kan ook gelezen worden op smartphone en tablet. Wie al een abonnement heeft op de papieren versie geniet van een voordeeltarief. Klik hier voor meer informatie over NjW mobiel.

>>> Als u nu een jaarabonnement neemt op NjW ontvangt u gratis het volledige artikel van Stef Keunen in pdf-formaat. Zend hiervoor een e-mail met vermelding van alle vereiste contactgegevens voor de levering en facturatie van uw abonnement naar: njw@wolterskluwer.be.

De website van NjW: www.e-njw.be

Op Jura vindt u meer rechtsleer over merkenrecht.


Gepubliceerd op 03-02-2016

Berichttitel

Berichtomschrijving
  107