Re-integratie langdurig zieken: binnenkort sancties mogelijk?

De ministerraad keurde op voorstel van minister van Sociale Zaken Maggie De Block en minister van Werk Kris Peeters een wetsontwerp goed dat de sociaalprofessionele re-integratie van arbeidsongeschikten moet bevorderen.

Gepubliceerd op 23-05-2018

re-integratie

Traject re-integratie langdurig zieke werknemers

Vice-eersteminister en minister van werk Kris Peeters: “Door de re-integratie van langdurig zieken op de arbeidsmarkt aan te moedigen, bereiken we een dubbel doel. Zieke werknemers die via aangepast werk terug aan de slag kunnen, halen voldoening uit dat werk en ontvangen een hoger inkomen. Binnen de sociale zekerheid kunnen we de kosten voor ziekte-uitkeringen dan weer binnen de perken houden. We kunnen daardoor de betaalbaarheid van de sociale zekerheid verder verzekeren. Daarbij mogen we van niemand het onmogelijke vragen, niet van werknemers maar ook niet van bedrijven. We voorzien dat bedrijven een bijdrage moeten betalen en werknemers een vermindering van hun uitkering krijgen als die onterecht niet meewerken aan een re-integratietraject . We zullen echter niemand verplichten om te werken als hij dat medisch gezien niet kan. Ook bedrijven die met alle goede wil geen aangepast werk vinden, worden niet gesanctioneerd.”

Sinds december 2016 bestaat een traject om langdurig zieke werknemers terug naar het werk te begeleiden. Tijdens het traject wordt nagegaan of de werknemer medisch in staat is om terug aan de slag te gaan en wordt gezocht naar aangepast werk.

Met het re-integratietraject worden verschillende doelen nagestreefd. Sociaalprofessionele re-integratie draagt bij aan het gezondheidsherstel en de revalidatie van de werknemer. In het verleden bleek al dat werknemers vaak vragende partij zijn voor een re-integratietraject. Bovendien vermindert de integratie van langdurig ziekte werknemers de kosten voor de sociale zekerheid van de arbeidsongeschiktheid. Tussen 2005 en 2015 is het aantal mensen die meer dan een jaar ziek thuis zitten met 80% gestegen. In 2015 ging het om 122.825 mensen. Het inperken van de kosten is nodig om de financiële houdbaarheid van de ziekte-uitkeringen te garanderen.

Herstelbijdrage, administratieve bijdrage en vermindering uitkeringsbedrag

De regering wil dat zowel werknemers als werkgevers een inspanning leveren om deel te nemen aan de re-integratietrajecten, zonder van hen iets te verlangen dat onmogelijk is. Doen zij dit niet, dan kunnen bijkomende bijdragen opgelegd worden aan de werkgever, of kan het uitkeringsbedrag van de werknemer (tijdelijk) verminderd worden.

Werkgevers

Als de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer van oordeel is dat ander of aangepast werk mogelijk is, moet de werkgever een re-integratieplan of gemotiveerd verslag opstellen. Via dat verslag kan de werkgever eventueel argumenteren waarom een re-integratie volgens hem toch niet mogelijk is.

Werkt de werkgever niet mee en bezorgt hij het re-integratieplan of gemotiveerd verslag niet binnen de voorziene termijn aan de werknemer en aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, dan zal de werkgever een herstelbijdrage moeten betalen om de meerkosten voor de sociale zekerheid te compenseren. Voordat de bijdrage wordt toegepast, wordt de werkgever op de hoogte gebracht dat hij niet aan zijn verplichtingen voldoet. Hij krijgt nog een extra termijn van 14 werkdagen om toch nog het nodige te doen.

Wanneer een werkgever geen redelijke inspanningen levert om arbeidsongeschikte werknemers in zijn onderneming of instelling aan het werk te houden, riskeert hij bovendien een administratieve bijdrage van 800 euro.

Bedrijven met minder dan 50 werknemers worden vrijgesteld van de bijdrage evenals de werknemers die zijn tewerkgesteld bij en organisatie van minder dan 50 werknemers. Voor kmo’s is het namelijk relatief moeilijker om werknemers te re-integreren door de bijkomende administratieve inspanningen en de bepekte mogelijkheden tot het vinden van aangepast werk.

Werknemers

Ook van de werknemers worden enige inspanningen vereist. Zo moet de werknemer vragenlijsten invullen om na te gaan of re-integratie mogelijk is. Hij moet ook aanwezig zijn op een gesprek over zijn re-integratiemogelijkheden. Doet hij dit niet, dan kan zijn uitkeringsbedrag met 5 of 10% verminderd worden. Die vermindering kan maar gedurende één maand worden toegepast. Het uitkeringsbedrag kan bovendien nooit lager zijn dan het minimum uitkeringsbedrag dat van toepassing is voor zijn specifieke (gezins)situatie.

Het voorontwerp van wet wordt nu voor advies voorgelegd aan de Raad van State.

Bronnen:          

  • Persbericht ministerraad van 18 mei 2018
  • Persbericht Kabinet Peeters van 18 mei 2018
  811