Pensioenleeftijd wordt geleidelijk opgetrokken

Een wet van 10 augustus 2015 verhoogt de wettelijke pensioenleeftijd en zet de hervorming van het vervroegd pensioen en het overlevingspensioen voort. Bedoeling is om de loopbanen te verlengen en de leefbaarheid van ons pensioensysteem te versterken.

De maatregelen in de 3 pensioenstelsels worden samengebracht in 1 wet:
  • titel 2 behandelt de pensioenen van de publieke sector;
  • titels 3 en 4 behandelen dezelfde maatregelen binnen de stelsels van de werknemers en de zelfstandigen; 
  • titels 5 en 6 behandelen technische correcties binnen de regeling van de overlevingspensioenen en de overgangsuitkeringen, om interpretatieproblemen te vermijden en de regels toepasbaar te maken op de overgangsuitkering.


De wettelijke pensioenleeftijd wordt verhoogd van 65 naar 66 jaar in 2025, en van 66 naar 67 jaar in 2030. Dat lijkt ook op Europees niveau de norm te worden.
Uit het verslag van de commissie voor de Sociale Zaken blijkt dat - in tegenstelling tot het scenario van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 – de referentieloopbaan, die momenteel 45 jaar bedraagt, niet wordt verlengd. De hervorming zal er dus ook toe leiden dat het gemiddelde pensioenbedrag stijgt, aangezien de loopbanen langer zullen duren. 
De definitieve tekst die in het Staatsblad is verschenen, bevat een wijziging ten opzichte van de ontwerptekst: de wettelijke pensioenleeftijd blijft 65 jaar voor pensioenen die uiterlijk op 1 januari 2025 ingaan. Voor pensioenen die ten vroegste op 1 februari 2025 en uiterlijk op 1 januari 2030 ingaan, wordt de leeftijd op 66 jaar gebracht, om op 1 februari 2030 op 67 jaar uit te komen.

De leeftijd waarop de langstlevende echtgenoot van een werknemer aanspraak kan maken op een overlevingspensioen wordt verder verhoogd van 50 jaar in 2025 tot 55 jaar in 2030. De rechthebbenden die deze minimumleeftijd niet bereiken op het ogenblik van het overlijden van hun rechtgever, vallen onder het stelsel van de overgangsuitkering.

De vorige regering had de minimumleeftijd voor het vervroegd pensioen al verhoogd van 60 tot 62 jaar. En de loopbaanvoorwaarde werd opgetrokken van 5 jaar in de overheidssector en 35 jaar in de privésector tot 40 jaar in beide stelsels.
De nieuwe wet verhoogt de minimumleeftijd tot 62,5 jaar in 2017 en tot 63 jaar vanaf 2018. En de loopbaanvoorwaarde wordt opgetrokken van 40 jaar in 2016 tot 41 jaar in 2017 en 42 jaar in 2019.
Er zijn nog steeds uitzonderingen voor lange loopbanen maar ook in die gevallen wordt de loopbaanvoorwaarde aangescherpt.
 
 Normale loopbaan Lange loopbaan 
 MinimumleeftijdMinimumloopbaanMinimumleeftijdMinimumloopbaan
201561 jaar en 6 maanden40 jaar60 jaar41 jaar
201662 jaar40 jaar60 jaar
61 jaar
42 jaar
41 jaar
201762 jaar en 6 maanden41 jaar60 jaar
61 jaar
43 jaar
42 jaar
201863 jaar41 jaar60 jaar
61 jaar
43 jaar
42 jaar
201963 jaar42 jaar60 jaar
61 jaar
44 jaar
43 jaar

En er zijn overgangsmaatregelen, parallel met de vorige hervorming:
  • voor pensioenen die ingaan in de loop van de maand januari gelden de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden van het voorgaande jaar;
  • wie op een bepaald moment de mogelijkheid heeft om vervroegd met pensioen te gaan, behoudt dat recht, ongeacht de datum waarop men beslist om het pensioen op te nemen.

Let wel, uit het verslag blijkt dat de formulering van die garantie voor de overheidssector werd herzien op vraag van de syndicale organisaties. Bovendien zijn er nog andere overgangsmaatregelen die tot stand gekomen zijn op basis van het sociaal overleg. En er is een overgangsmaatregel voor de personen die een bepaalde leeftijd zullen bereiken of bereikt hebben in 2016, zodat het aantal bijkomende jaren om het vervroegd pensioen te kunnen opnemen, beperkt blijft.
Voor de overheidssector:
1/ De overgangsbepaling in verband met verloven vóór het pensioen. De geleidelijke verhoging van de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden na 2016 geldt niet voor wie:
  • zich op 1 januari 2015 in volledige of gedeeltelijke disponibiliteit voorafgaand aan de oppensioenstelling bevindt;
  • vóór 1 januari 2015 bij zijn werkgever een door die laatste goedgekeurd verzoek heeft ingediend om uiterlijk op 2 september 2015 in disponibiliteit te worden geplaatst;
  • ten laatste op 1 januari 2015 voldeed aan de voorwaarden om verlof vóór de oppensioenstelling op te nemen.

2/ De garantie in verband met het bijkomend aantal jaren om vervroegd met pensioen te mogen gaan. Voor wie in 2016:
  • 55 en 56 jaar is, is het bijkomend aantal jaren beperkt tot 3;
  • 57 en 58 jaar is, is het bijkomend aantal jaren beperkt tot 2;
  • 59 jaar en ouder is, is het bijkomend aantal jaren beperkt tot 1.

De uitbreiding tot de personen van 55 jaar en ouder werd ook al aanvaard bij de afschaffing van de diplomabonificatie. De garantie zal gelden voor de gecumuleerde gevolgen van beide hervormingen.
Voor de werknemers:
1/ De garantie in verband met het bijkomend aantal jaren. Personen die de leeftijd van 59 jaar en ouder bereiken in 2016, zullen niet meer dan 1 jaar langer moeten werken.
De maatregel is restrictiever dan de maatregel voor de publieke sector. Want volgens de simulaties van de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP), zal geen enkele persoon die 58 jaar oud is in 2016 meer dan 2 jaar langer moeten werken om het vervroegd pensioen op te kunnen nemen.
2/ Een maatregel behoudt de huidige voorwaarden voor vervroegd pensioen voor werknemers:
  • die werden ontslagen;
  • die ontslag hebben genomen; of
  • die een overeenkomst hebben gesloten die een einde maakt aan hun arbeidsovereenkomst tegen het presteren van een opzegtermijn of de betaling van een opzeggingsvergoeding.

Dit in de mate dat de opzegtermijn of de periode gedekt door de opzeggingsvergoeding een aanvang heeft genomen vóór 9 oktober 2014 en eindigt na 31 december 2016, en dat de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen zijn vervuld op de datum van het einde van de opzegtermijn of de periode gedekt door de opzeggingsvergoeding.
3/ Een maatregel behoudt de huidige voorwaarden voor vervroegd pensioen voor werknemers:
  • die in onderling overleg met hun werkgever een individuele overeenkomst hebben gesloten die een einde maakt aan hun arbeidsovereenkomst;
  • voor zover de overeenkomst schriftelijk is, vóór 9 oktober 2014 werd gesloten buiten het kader van een conventioneel brugpensioen en zijn grondslag vindt in wettelijke of reglementaire bepalingen of in één van de opgesomde collectieve instrumenten die in een procedure van uittreding voorzien om het vervroegd pensioen te kunnen opnemen, én voor zover op het einde van de arbeidsovereenkomst deze werknemers voldoen aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen.

De personen op wie de 2 maatregelen voor werknemers betrekking hebben, kunnen hun vervroegd rustpensioen als zelfstandige krijgen onder dezelfde leeftijds- en loopbaanvoorwaarden. Op die manier kunnen ze hun vervroegd pensioen op dezelfde datum opnemen in beide stelsels.
Voor zelfstandigen is er ook een garantie met betrekking tot het aantal bijkomende jaren om het vervroegd pensioen te kunnen opnemen, parallel met wat geldt voor werknemers. Personen die de leeftijd van 59 jaar en ouder in 2016 bereiken, zullen niet meer dan 1 jaar langer moeten werken.
Bron: Wet van 10 augustus 2015 tot verhoging van de wettelijke leeftijd voor het rustpensioen en tot wijziging van de voorwaarden voor de toegang tot het vervroegd pensioen en de minimumleeftijd van het overlevingspensioen, BS 21 augustus 2015 (titel aangepast door erratum
 

Gepubliceerd op 12-10-2015

Berichttitel

Berichtomschrijving
  102