Overwerken? Iedereen wint!

Sinds 1 juli 2005 genieten vele werkgevers een vrijstelling om bedrijfsvoorheffing te storten voor bepaalde categorieën van werknemers die overuren presteren.

 

Gepubliceerd op 15-10-2019

Partena Professional

De werknemer van zijn kant geniet een belastingvermindering ten belope van hetzelfde bedrag. Deze vermindering is reeds van kracht in de bedrijfsvoorheffing van de maand waarin de overuren worden gepresteerd.

De vrijstelling is beperkt tot een aantal overuren per jaar en per werknemer.

Voor de vrijstelling komen bepaalde overuren niet in aanmerking, namelijk de totale belastingvrijstelling van het loon gelijk aan 300 of 360 overuren, onder bepaalde voorwaarden, in de horeca sector.

Bedoelde werkgevers

De vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing is van toepassing op de werkgevers die vallen onder het toepassingsgebied van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. Het gaat dus hoofdzakelijk om de werkgevers van de privésector, met inbegrip van de vzw’s. Zijn dus uitgesloten: de werkgevers van de openbare sector (bv. de plaatselijke besturen), de kerkfabrieken en de internationale organisaties.

De erkende uitzendbureaus kunnen deze vrijstelling ook genieten net zoals de volgende autonome overheidsbedrijven: de naamloze vennootschap van publiek recht Proximus en de naamloze vennootschap van publiek recht bpost.

De vrijstelling is ook van toepassing op de volgende naamloze vennootschappen van publiek recht in het kader van hun activiteiten van openbare dienstverlening:

  • HR Rail met uitzondering van het door haar ter beschikking gesteld personeel aan de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS;
  • Infrabel.

Bedoelde werknemers

De vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing is van toepassing op de boven bedoelde werkgevers van de privésector en de erkende uitzendbureaus voor de door hen tewerkgestelde werknemers die:

  • onderworpen zijn aan de arbeidswet van 16 maart 1971.
    De bedoelde werknemers zijn dus de werknemers van de privésector, zowel van de profit- als van de non-profitsector (uitgezonderd de publieke ondernemingen uit die laatste sector).
    Vallen buiten het toepassingsgebied: de personen die een leidinggevende functie of een vertrouwenspost hebben (directeur, gerant, ploegbaas, personen die effectief gezag uitoefenen en die verantwoordelijk zijn voor het geheel van of voor een belangrijke onderafdeling van de onderneming), evenals de handelsvertegenwoordigers, huisarbeiders, dienstboden, personen tewerkgesteld in een familieonderneming waar gewoonlijk alleen bloedverwanten, aanverwanten of pleegkinderen onder het uitsluitende gezag van de vader, de moeder of de voogd tewerkgesteld zijn;
  • en die vallen onder categorie 1 zoals bedoeld in artikel 330 van de programmawet van 24 december 2002.

Behoren niet tot deze categorie 1:

  • de werknemers die in aanmerking komen voor de Sociale Maribel, d.w.z. de werknemers die worden tewerkgesteld bij een werkgever van de non-profitsector (PC’s nr. 319, 319.01, 319.02, 329, 330, 331 en 332), met uitzondering van de paritaire comités nr. 318, 318.01 en 318.02 (diensten voor gezins- en bejaardenhulp);
  • de werknemers die tewerkgesteld worden bij een werkgever die ressorteert onder paritair comité nr. 327, 327.01, 327.02 of 327.03 (beschutte en sociale werkplaatsen), uitgezonderd de sociale werkplaatsen in het Vlaams Gewest die ressorteren onder paritair comité 327.01 (kenteken 373).

Bedrag van de vrijstelling

Oorspronkelijk bedroeg de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing 24,75% van het brutobedrag van de bezoldigingen dat als berekeningsbasis heeft gediend voor de overwerktoeslag. Sinds 1 april 2007 komt het deel van de bedrijfsvoorheffing dat niet aan de Schatkist moet worden gestort overeen met het volgende percentage van het brutobedrag van deze bezoldigingen:

% van het wettelijk overloon van toepassing voor de gepresteerde uren

% van de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing

20%

32,19%

50% of 100%

41,25%

Voorbeeld

Een werknemer presteert in de maand juli 2019, 10 overuren waarvoor een overwerktoeslag van 50% wordt betaald. Hij is gehuwd, zijn echtgenote heeft inkomsten en hij heeft 2 kinderen ten laste. Zijn basisuurloon bedraagt 20,00 €.

 

zonder vermindering

met vermindering

Bruto

3.000,00

3.000,00

RSZ-bijdragen zonder werkbonus (- 13,07%)

- 392,10

- 392,10

Belastbaar

2.607,90

2.607,90

Bv

- 624,88

- 624,88

Vermindering gezinslasten

104,00

104,00

Vermindering overuren (57,75% × (10u × 20,00 €))

 

115,50

Bijzondere socialezekerheidsbijdrage

- 9,30

- 9,30

netto

2.077,72

2.193,22

 

zonder vermindering

zonder vrijstelling

met vermindering

met vrijstelling

Ingehouden BV

520,88 €

405,38 €

Vrijstelling van doorstorting van BV (41,25% × (10u × 20,00 €))

 

– 82,50 €

BV te storten aan de Schatkist

520,88 €

322,88 €

Gids loonfiscaliteit 2019

  877