Ouderschapsverlof: ook voor 2 weken?

De werknemer kan, naar aanleiding van de geboorte of de adoptie van een kind, zijn arbeidsprestaties schorsen of verminderen met het oog op ouderschapsverlof. Maar kan hij dit ook voor een korte periode van bijvoorbeeld 2 weken? Het boek 'Tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen' van Ann Witters geeft een antwoord op deze en andere vragen.

Gepubliceerd op 28-05-2018

istock_000020600340_medium

Begrip ouderschapsverlof

In de praktijk bestaan er twee mogelijkheden tot schorsing of vermindering van de arbeidsprestaties met het oog op ouderschapsverlof. Deze twee mogelijkheden zijn uitgewerkt in enerzijds de CAO nr. 64 tot instelling van een recht op ouderschapsverlof (hierna CAO nr. 64) en anderzijds het KB van 29 oktober 1997 inzake loopbaanonderbreking met het oog op ouderschapsverlof (hierna KB).

De toepassingsvoorwaarden en modaliteiten van de twee systemen van ouderschapsverlof leunen zeer nauw bij elkaar aan. Beide systemen kunnen echter niet met elkaar worden gecumuleerd. De geboorte of adoptie van een kind kan bijgevolg slechts éénmaal aanleiding geven tot een recht op ouderschapsverlof. 

Het belangrijkste verschil tussen beide regelingen is het feit dat CAO nr. 64 geen recht geeft op een vergoeding of uitkering terwijl het KB een recht op een onderbrekingsuitkering creëert. We zullen in dit artikel dan ook enkel de regeling van het KB bespreken.

Het stelsel van loopbaanonderbreking of loopbaanvermindering met het oog op ouderschapsverlof is in principe van toepassing op alle werknemers en werkgevers. Zowel de voltijds als de deeltijds tewerkgestelde werknemers kunnen hun arbeidsprestaties volledig schorsen. Het recht tot vermindering van de arbeidsprestaties is enkel van toepassing op voltijdse werknemers.

Duur ouderschapsverlof

De werknemer heeft recht op ofwel maximaal 4 maanden volledige loopbaanonderbreking, ofwel maximaal 8 maanden vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse dienstbetrekking, ofwel maximaal 20 maanden 1/5 loopbaanvermindering.

In geval van volledige schorsing kunnen de perioden van onderbreking naar keuze van de werknemer worden opgesplitst in maanden. Bij een halftijdse schorsing of een vermindering met 1/5 kan de maximumperiode van respectievelijk 8 of 20 maanden worden opgesplitst in periodes van respectievelijk 2 of 5 maanden of een veelvoud hiervan. 

De werknemer kan deze verschillende opnamevormen combineren. Hij zal er echter wel rekening mee moeten houden dat 1 maand volledige schorsing gelijk is aan 2 maanden halftijdse schorsing van de arbeidsprestaties of gelijk is aan 5 maanden vermindering van de prestaties met 1/5.

De periode van loopbaanonderbreking of -vermindering kan worden verlengd mits naleving van het vereiste minimum, in functie van het door de werknemer gekozen stelsel. Een periode van loopbaanonderbreking kan aansluiten bij of volgen op een eerdere periode van loopbaanvermindering en vice versa.

De minimumperiode van ouderschapsverlof volgens het KB van 29 oktober 1997 is dus 1 maand, bij een volledige schorsing. Een werknemer die bijvoorbeeld in de zomerperiode maar 2 weken thuis wil blijven, kan hier dus geen beroep op doen.

  261