Ontslagbescherming personeelsafgevaardigden - 25 jaar wet van 19 maart 1991

PersoneelsafgevaardigdenDe gewone en plaatsvervangende werknemersvertegenwoordigers van de ondernemingsraden (OR) en de comités voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) en de kandidaat-werknemersvertegenwoordigers genieten van een speciale bescherming tegen ontslag. Ook de vakbondsafgevaardigden die de opdrachten van het comité uitoefenen, omdat er geen comité werd opgericht in de onderneming, genieten dezelfde bescherming tegen ontslag.


 

De wet van 19 maart 1991 bepaalt concreet dat de werknemersvertegenwoordigers en de kandidaat-werknemersvertegenwoordigers enkel kunnen worden ontslagen om dringende reden vooraf aangenomen door het arbeidsgerecht, of om economische of technische redenen vooraf erkend door het bevoegd paritair orgaan. Deze wettelijke bescherming is van openbare orde.


 

De wet legt dus zeer strikte regels op voor het ontslaan van beschermde werknemers. Naar aanleiding van de 25ste verjaardag van de wet en met het oog op de sociale verkiezingen van mei 2016 laait het debat over een herziening van de wet van 19 maart 1991 weer op.


 

Hoewel de wet zelf nauwelijks wijzigingen onderging, stond haar evolutie niet stil. In de voorbije tien jaar zorgde de rechtspraak voor verduidelijking en aanvulling van een aantal lancunes en onvolkomenheden.


 


 

Gepubliceerd op 14-04-2016

Berichttitel

Berichtomschrijving
  170