Onbelast bijverdienen van start gegaan

Sinds 15 juli 2018 kunnen werknemers, zelfstandigen en gepensioneerden een beperkt bedrag onbelast bijverdienen via occasionele dienstverlening aan particulieren, deeleconomie, en verenigingswerk (ook wel het ‘statuut plussen’ genoemd). Deze betaalde ‘klusjes’ moeten wel aangegeven worden.

Gepubliceerd op 18-07-2018

Maaike Hemeleers
Wolters Kluwer
istock_13391578_large

Welke activiteiten komen in aanmerking?

Het gaat om 3 soorten activiteiten:

Diensten van burger aan burger

Occasionele, betaalde diensten van een privépersoon aan een andere privépersoon. De diensten mogen niet professioneel zijn of geleverd worden via de deeleconomie, en moeten voorkomen op een lijst van toegelaten activiteiten.

Denk hierbij aan bijlessen geven, kleine onderhoudswerken aan de woning, het uitlaten van huisdieren,... Opgelet: dit mag niet met een vaste regelmaat gebeuren, bijvoorbeeld elke week het gras van de buurman afrijden.

Verenigingswerk

Betaalde diensten voor socioculturele verenigingen zonder winstoogmerk, feitelijke verenigingen of openbare besturen. De diensten mogen niet professioneel zijn en moeten voorkomen op een lijst van toegelaten activiteiten.

Enkele voorbeelden zijn sportcoach of sportscheidsrechter, begeleider in de opvang voor, tijdens en/of na de schooluren georganiseerd op de school, ... Deze diensten mogen wel met een vaste regelmaat gebeuren.

Bijklussen voor een vereniging waarvoor men in de afgelopen 12 maanden professioneel werk geleverd heeft, is niet toegelaten.

Opgelet: vrijwilligerswerk is geen verenigingswerk. Vrijwilligerswerk is onbetaald, er kunnen enkel onkosten vergoed worden (maximaal 34,03 euro per dag).

Deeleconomie

Onder deeleconomie wordt verstaan de diensten die geleverd worden voor een erkend deeleconomieplatform. Een lijst van de erkende deelplatformen kan u vinden op de website van de FOD Financiën, bij Nuttige linken. Enkele voorbeelden zijn Deliveroo en Het Bijlesbureau.

Wie kan onbelast bijverdienen?

De mogelijkheid tot onbelast bijverdienen met diensten van burger tot burger of verenigingswerk bestaat voor:

  • werknemers die gedurende het referentiekwartaal T-3 dat het begin van het bijverdienen voorafgaat minstens 4/5e werkten (dus tussen 12 en 9 maanden voor de startdatum van de klus);
  • zelfstandigen in hoofdberoep, als de klus niet in het verlengde ligt van de zelfstandige activiteit;
  • Opgelet, bruggepensioneerden (SWT of Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag) zijn geen gepensioneerden, maar werklozen.

Diensten leveren via een deeleconomieplatform kan door iedereen.

Werkzoekenden mogen in principe niet bijklussen. Er zijn echter twee uitzonderingen:

  • de werkzoekende volgt een traject burgerdienst voor jongeren;
  • de werkzoekende werkt bij een erkend deeleconomieplatform. De RVA zal in dat geval nagaan of de activiteit verenigbaar is met de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt. De inkomsten kunnen bovendien afgetrokken worden van de werkloosheidsuitkering.

Hoeveel mag je bijverdienen?

Per kalenderjaar mag maximaal 6.130 euro (geïndexeerd bedrag 2018) verdiend worden met bijklussen. Eventuele verplaatsingskosten en onkosten zijn inbegrepen in dit bedrag. Het bedrag geldt bovendien voor de 3 soorten activiteiten samen (diensten van burger aan burger, verenigingswerk en deeleconomie).

De inkomsten uit verenigingswerk en uit diensten aan burgers mogen daarnaast niet meer dan 510,93 euro per maand (geïndexeerd bedrag 2018) bedragen. Voor inkomsten uit de deeleconomie geldt enkel het plafond van 6.130 euro per jaar.

Welke formaliteiten moeten nageleefd worden?

Diensten van burger aan burger

Een mondelinge afspraak tussen beide partijen over de taak en de vergoeding volstaat.

De burger die de dienst levert moet volgende gegevens aangeven in de onlinedienst Bijklussen: het rijksregisternummer van de opdrachtgever, de dag waarop de dienst geleverd wordt en het bedrag van de vergoeding. Hier kan ook een overzicht van alle diensten teruggevonden worden.

De burger die de dienst levert heeft een bijkomende aansprakelijkheidsverzekering voor schadegevallen nodig.

Opgelet: wie betalende advertenties voor zijn diensten plaatst op sociale media of flyers uitdeelt, valt niet meer onder de bijklusregeling. De overheid gaat er dan immers van uit dat de burger dit als een (bij)beroep begint te bekijken.

Verenigingswerk

De vereniging moet schriftelijke afspraken maken met de bijklusser in een bijkluscontract. Dit contract bevat onder andere de duur, de vergoeding en de belofte dat de grens voor de bijklusregeling niet zal worden overschreden. Er is een voorbeeld van bijkluscontract

De vereniging moet volgende gegevens aangeven: het rijksregisternummer van de burger die de dienst levert, de periode waarin de dienst geleverd wordt (max. 1 jaar), en het bedrag van de vergoeding (per maand).

De vereniging moet een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en een verzekering lichamelijke schade hebben.

Deeleconomie

Inkomsten verkregen via een deeleconomieplatform worden aangegeven op de belastingbrief, en dus niet via de onlinedienst Bijklussen. De burger moet deze inkomsten dus zelf bij zijn totaal per maand en per jaar tellen, om de grensbedragen niet te overschrijden.

Het deeleconomieplatform geeft de inkomsten op het einde van het jaar door aan de FOD Financiën, waarna deze nakijkt of het grensbedrag van 6.130 euro per jaar niet overschreden is.

Opgelet: het deeleconomieplatform moet eventuele administratieve kosten ook meerekenen. Het bedrag dat ze doorgeven kan dus een beetje hoger zijn dan de ontvangen netto-inkomsten.

Inwerkingtreding

De regeling gaat van start op 15 juli 2018, zo meldt ook de website van de overheid www.bijklussen.be. De nodige wetgeving is echter tot op vandaag nog niet in het Belgisch Staatsblad verschenen. Het wetsontwerp werd wel op 5 juli 2018 goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Bronnen:

  1345