Nieuw ondernemingsraadzakboekje

Zachte landingsbanen voor oudere werknemers

Binnenkort verschijnt een nieuwe editie van het Ondernemingsraadzakboekje. Het biedt u zoals steeds een verhelderend, praktisch en actueel overzicht van de werking en organisatie van de ondernemingsraad. Tegelijk krijgt u als werkgever, kaderlid of vakbondsafgevaardigde een duidelijk beeld van uw rechten, plichten en bevoegdheden.

Gepubliceerd op 15-03-2018

iocenters-2673328

De belangrijkste wijzigingen zijn hoofdzakelijk het gevolg van de uitvoering van het IPA 2017-2018 en het zomerakkoord dat op 26 juli 2017 door de federale regering aangekondigd werd. 

Eén van die nieuwe maatregelen is die van zachte landingsbanen voor oudere werknemers om hun werklast te verlichten. U kan de passage hierover alvast nalezen.

Zachte landingsbanen voor oudere werknemers

Vanaf 1 januari 2018 wil de federale regering in uitvoering van het Zomerakkoord van 26 juli 2017 zogenaamde ‘zachte landingsbanen’ mogelijk maken voor werknemers uit de privésector van minstens 58 jaar die met hun werkgever overeenkomen de werklast te verlichten.

Met zachte landingsbaan wordt bedoeld dat, onder bepaalde voorwaarden, de werkgever aan zijn oudere werknemer een compenserende vergoeding kan toekennen als deze laatste loonverlies lijdt als gevolg van een maatregel tot verlichting van zijn werklast. Deze vergoeding zal dan vrijgesteld worden van RSZ-bijdragen maar wordt wel gewoon belast.

Om vrijgesteld te kunnen worden van RSZ moeten de volgende voorwaarden samen vervuld zijn:

  • de vergoeding moet via een cao of een wijziging van het arbeidsreglement bepaald worden;
  • een sectorale cao kan bepalen dat een Fonds voor Bestaanszekerheid instaat voor de betaling van de vergoeding, in de andere gevallen zal de werkgever zelf de betaling moeten doen;
  • werkgevers die in toepassing van cao 104 een werkgelegenheidsplan voor 45-plussers hebben moeten de zachte landingsbanen invoeren conform de bepalingen van de cao 104;
  • de cao of het arbeidsreglement moeten de maatregelen tot verlichting van de werklast die aanleiding kunnen geven tot een vergoeding bepalen. Deze maatregelen moeten in elk geval tot gevolg hebben dat het inkomen van de werknemer daalt, anders mag de vergoeding niet toegekend worden. Bovendien moet de werknemer een job behouden met een effectieve tewerkstellingsbreuk die minstens 4/5e van een voltijdse werknemer bedraagt;
  • het bedrag van de vergoeding mag maximaal het loonverlies dekken dat de werknemer heeft, én het nettoloon van de werknemer mag niet hoger liggen dat hetgeen hij had vóór de verlichting van de werklast;
  • de vergoeding moet op dezelfde manier geïndexeerd worden als de lonen in de onderneming.

Als aan al deze voorwaarden werd voldaan kan de vergoeding die de werkgever (of desgevallend het FBZ) betaalt aan de werknemer vrijgesteld worden van RSZ-bijdragen. De vergoeding wordt niet als loon beschouwd, maar zal dan ook geen aanleiding kunnen zijn voor de opbouw van rechten in de sociale zekerheid (ziekte-uitkeringen, werkloosheidsuitkeringen, pensioen, …).

7500113912-1
ondernemingsraad
sociaal-beleid
vakbondsafvaardiging
  327