Mystery shopping mogelijk in strijd tegen discriminatie

Werkgevers moeten er rekening mee houden dat achter een sollicitant of een klant voortaan een sociaal inspecteur schuil kan gaan. Dat meldt Ann Taghon van advocatenkantoor Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse. De nieuwe regels treden in werking op 1 april 2018.

Maar er moet voldaan zijn aan een aantal strikte in de wet bepaalde voorwaarden opdat de sociaal inspecteurs aan zogenaamde mystery shopping zouden kunnen doen. Hoe de nieuwe opsporingsmethode is geregeld, leest u hieronder.

Gepubliceerd op 05-03-2018

question-2736480_1920

Sociaal inspecteurs krijgen bijzondere bevoegdheden op het vlak van discriminatie

De wet van 15 januari 2018 houdende diverse bepalingen inzake werk schrijft in het Sociaal Strafwetboek bijzondere bevoegdheden in voor de sociaal inspecteurs met het oog op het opsporen en het vaststellen van inbreuken op de antidiscriminatiewetgeving. 

Er is bepaald dat de nieuwe bevoegdheden aangewend kunnen worden voor het opsporen en vaststellen van inbreuken op “de antidiscriminatiewetgeving en zijn uitvoeringsbesluiten”. Wat hieronder begrepen moet worden is niet gespecificeerd. 

In de huidige stand van de wetgeving gaat het ongetwijfeld om inbreuken op de algemene Antidiscriminatiewet, op de Wet Racisme en Xenofobie, op de Genderwet en op de wetten die de gelijke behandeling van deeltijdse werknemers en van werknemers met een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd beogen. 

Maar het gaat wellicht ook over inbreuken op de CAO nr. 38 betreffende de werving en de selectie van werknemers en op de CAO nr. 95 betreffende gelijke behandeling in alle fasen van de arbeidsrelatie, die beide algemeen verbindend zijn verklaard, zodat de inbreuken daarop strafrechtelijk worden bestraft. 

Die strafrechtelijke sanctionering is belangrijk omdat de Antidiscriminatiewet wel strafsancties bevat, maar die kunnen op het vlak van de arbeidsbetrekkingen moeilijk toegepast worden omdat enkel het “aanzetten” tot discriminatie wordt gesanctioneerd (zie SocialEye, Sancties). 

Een vaststelling van discriminatie door een sociaal inspecteur houdt niet alleen het risico van een bestraffing in: het is niet uitgesloten dat die vaststelling door het slachtoffer van de discriminatie wordt aangewend in een burgerlijke procedure of dat zij aanleiding geeft tot een vordering van de arbeidsauditeur voor de arbeidsrechtbank.

Welke bevoegdheden krijgen de sociaal inspecteurs?

De sociaal inspecteurs krijgen de bevoegdheid zich voor te doen als klanten, potentiële klanten, werknemers of potentiële werknemers om na te gaan of op grond van een wettelijk beschermd criterium gediscrimineerd werd of wordt.

De sociaal inspecteur moet, in tegenstelling tot wat in de regel geldt, zijn legitimatiebewijs niet voorleggen en zijn hoedanigheid niet meedelen.

Voorbeeld: Een sociaal inspecteur kan zich als een sollicitant bij een werkgever aanmelden.

Welke voorwaarden moeten vervuld zijn voor de uitoefening van de bijzondere bevoegdheden?

De sociaal inspecteurs kunnen de bijzondere bevoegdheden op het vlak van discriminatie maar uitoefenen als aan een aantal voorwaarden is voldaan. 

Na een klacht of melding

Vooreerst kunnen de bijzondere bevoegdheden maar uitgeoefend worden bij objectieve aanwijzingen van discriminatie, na een klacht of een melding, ondersteund door resultaten van datamining en datamatching. 

  • Datamining wordt gedefinieerd als het gericht zoeken naar verbanden in gegevensverzamelingen met als doel profielen op te stellen voor meer diepgaand onderzoek. 
  • Datamatching wordt gedefinieerd als het vergelijken van twee sets van verzamelde data met elkaar.

Na schriftelijk en voorafgaand akkoord van de arbeidsauditeur of de procureur des Konings

De bijzondere bevoegdheden kunnen maar uitgeoefend worden na een schriftelijk en voorafgaand akkoord van de arbeidsauditeur of de procureur des Konings. 

Bovendien moeten de sociaal inspecteurs alle acties ondernomen tijdens de opsporing, en ook de resultaten ervan, optekenen in een verslag en meedelen aan de arbeidsauditeur of de procureur des Konings. 

Provoceren mag niet, strafbare feiten plegen mag soms wel

De betrokken persoon of personen waarbij vaststellingen worden gedaan, mogen niet geprovoceerd worden. De opsporingsmethode moet zich beperken tot het creëren van de gelegenheid om een discriminerende praktijk aan het licht te brengen. 

Dit kan verbazen, maar de nieuwe bevoegdheden op het vlak van discriminatie laten de sociaal inspecteurs toe onder strikte voorwaarden strafbare feiten te plegen. 

Er is namelijk bepaald dat vrij van straf blijven, de sociaal inspecteurs die, in het kader van hun opdracht en met het oog op het welslagen ervan of ter verzekering van hun eigen veiligheid, strikt noodzakelijke strafbare feiten plegen met het uitdrukkelijk en voorafgaand akkoord van de arbeidsauditeur of de procureur des Konings. 

Die strafbare feiten mogen niet ernstiger zijn dan die waarvoor de opsporingsmethode wordt aangewend en moeten noodzakelijkerwijs evenredig zijn met het nagestreefde doel. 

Voorbeeld: Een “toegelaten” strafrechtelijke overtreding is volgens de memorie van toelichting het gebruik van een valse naam.

 

Bron: SoCompact 8-2018

  341