Het nieuwe praktijkboek ontslag: hét hulpmiddel bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst

Inger VerhelstOlivier Wouters zwAls werkgever of werknemer word je geregeld geconfronteerd met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Geen eenvoudige materie, die de afgelopen jaren bovendien grondig gewijzigd is. Inger Verhelst en Olivier Wouters, vennoten bij Claeys & Engels en tevens mede-auteurs van het Praktijkboek ontslag, geven verdere toelichting over een aantal recente wijzigingen, zoals het outplacement.


Tot welke doelgroep richt het Praktijkboek ontslag zich?

Het Praktijkboek Ontslag richt zich in hoofdzaak tot HR Professionals die in ondernemingen dagdagelijks met ontslagen bezig zijn en op zoek zijn naar een praktisch bruikbaar antwoord.

Alhoewel het Praktijkboek ook regelmatig door onze confraters en andere juristen gehanteerd wordt, hebben we geprobeerd vooral te denken vanuit het standpunt van de werkgever of werknemer en niet te vervallen in “juridismen”.

Dit boek is erg toegankelijk. Waaraan ligt dit?

Aangezien het boek vertrekt vanuit het standpunt van de werkgever of werknemer die met een praktische vraag over ontslag geconfronteerd wordt, is de structuur toegankelijker dan dat van een boek dat de structuur van de wet volgt. Bovendien start elk hoofdstuk met een schema waarin de verschillende vragen die de lezer zich moet stellen, zijn opgenomen. Aan de hand daarvan kan de lezer dus gericht en gemakkelijk zoeken naar het antwoord op zijn vraag.

Zijn de nieuwe ontslagregels die begin januari 2014 geïntroduceerd werden, al goed ingeburgerd?

We merken in de praktijk dat de overgangsregels voor het ontslag van werknemers met een arbeidsovereenkomst die dateert van voor 2014 stilaan goed gekend zijn. De meeste werkgevers zijn intussen ook vertrouwd met de opzeggingstermijnen die starten op een maandag voor alle werknemers en zijn zich bewust van de motiveringsplicht. Het verdwijnen van de proeftijd is eveneens gekend. Maar er blijven nog altijd interpretatiekwesties zoals bijvoorbeeld het lot van een opzeggingsclausule die in een arbeidsovereenkomst opgenomen werd: moet een werkgever deze toepassen, of naast zich neerleggen? Hierover bestaat nog veel onduidelijkheid.

De nieuwe termijnen in weken vormen nog geen parate kennis. Ondanks de motiveringsplicht moeten Belgische werkgevers ook nog altijd wennen aan de idee dat “dossiers moeten worden opgebouwd”. Vaak krijgen we nog te horen dat werknemers ontslagen worden omwille van onbehoorlijke prestaties maar werd dit niet eerder besproken met de werknemer in kwestie noch gedocumenteerd. De mindset van de Belgische werkgevers vereist op dat vlak nog wel wat bijsturing.

Geeft de invoering van de motiveringsplicht aanleiding tot meer gerechtelijke procedures en/of meer discriminatieclaims?

Sedert eind vorig jaar kunnen we kennis nemen van de eerste gerechtelijke uitspraken inzake de motiveringsplicht en het kennelijk onredelijk ontslag. Het is nog wat vroeg om al tendenzen vast te stellen, doch onze eerste indruk is toch dat de meeste rechters slechts aan een marginale toetsing doen zonder zich te veel in te mengen in het beleid van de werkgevers.

Werd er nog veel gewijzigd op het vlak van SWT?

In de vorige editie van 2015 hebben we het hoofdstuk over de oudere werknemers grondig herzien. De regering Michel had immers per januari 2015 de leeftijdsvoorwaarde voor de toegang tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) gevoelig opgetrokken. In de loop van 2015 werd ook de CAO nr. 17 hieraan aangepast: voortaan is de algemene leeftijdsvoorwaarde voor SWT dus bepaald op 62 jaar.

Sinds begin 2016 werden de sociale zekerheidsbijdragen op de bedrijfstoeslagen andermaal opgetrokken om het stelsel nog verder te ontmoedigen.

Alle nieuwe wijzigingen zijn in de laatste editie op punt gesteld.

Wat is er dit jaar veranderd op vlak van outplacement?

Met de nieuwe ontslagregels werd ook een nieuw algemeen regime van outplacement ingevoerd: alle werknemers met een opzeggingstermijn (of opzeggingsvergoeding overeenstemmend met een termijn van 30 weken), hebben recht op een outplacementbegeleiding. De werkgever kan de kost van de outplacementbegeleiding deels verhalen door de opzeggingsvergoeding te verminderen met vier weken loon.

Tot en met 31 december 2015 gold er een overgangsbepaling die de mogelijkheid gaf aan werknemers om het outplacementaanbod te weigeren en bijgevolg voor een integrale uitbetaling van de opzeggingsvergoeding te kiezen.

Sinds 1 januari 2016 is die keuzemogelijkheid weggevallen. Werkgevers kunnen dus automatisch vier weken in mindering brengen van de opzeggingsvergoeding. Uiteraard op voorwaarde dat er tijdig een geldige outplacementbegeleiding wordt aangeboden.

De werknemer heeft uiteraard nog steeds de keuze de outplacementbegeleiding al dan niet te volgen, doch dit zal geen invloed hebben op de aftrek van vier weken loon. Wel zal deze weigering een invloed hebben op de kost voor de werkgever: deze laatste dient enkel de outplacementbegeleiding te financieren (door betaling aan het outplacementbureau) indien de werknemer het aanbod aanvaardt. We zien in de praktijk ook dat sommige werkgevers de vier weken niet in mindering brengen als een soort incentive om tot een definitief en globaal akkoord te komen over het vertrek van de werknemer uit het bedrijf.

Is er iets veranderd op vlak van de vele ontslagbeschermingen? 
Neen, de nieuwe ontslagwetgeving heeft geen aanpassingen aangebracht aan de reeks ontslagbeschermingen. De rechtspraak leert dat de werkgever de nodige aandacht moet blijven besteden aan de vraag of de werknemer die hij wil ontslaan, niet op de een of andere wijze een bepaalde ontslagbescherming geniet. Zo niet, stelt hij zich bloot aan extra (zware) kosten. In de meeste gevallen komt het er op neer dat de werkgever een correcte motivering heeft voor zijn ontslagbeslissing (bv. ontslag tijdens een periode van tijdskrediet), maar in een aantal specifieke gevallen moet de werkgever eerst een procedure volgen (bv. personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraad of preventiecomité). In ons Praktijkboek besteden we dan ook veel aandacht aan deze kwestie.

Inger Verhelst en Olivier Wouters
Claeys & Engels


 

ONTPRB16001Meer informatie vindt u op onze webshop.

Met het Praktijkboek ontslag beantwoorden de auteurs van het advocatenkantoor Claeys & Engels op een praktische wijze allerlei vragen en problemen die opduiken bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.


Het boek wordt jaarlijks geüpdatet.

Gepubliceerd op 11-07-2016

Berichttitel

Berichtomschrijving
  154