Het lot van het personeel bij gerechtelijke reorganisatie (WCO) en faillissement

De economische impact van COVID-19 laat zich voelen. De financiële positie van heel wat ondernemingen staat onder druk en maatregelen dringen zich op. Daarbij wordt in verschillende gevallen als worst case scenario een eventuele insolventieprocedure op tafel gelegd. Kan een procedure van gerechtelijke reorganisatie en een tijdelijke bescherming tegen schuldeisers nog soelaas bieden of dringt een faillissement zich op? Bij het in kaart brengen van deze scenario’s zal ook rekening gehouden moeten worden met de gevolgen voor het personeel en de mogelijke acties die de onderneming t.a.v. het personeel kan en moet ondernemen.

Gepubliceerd op 01-10-2020

Jurgen De Vreese
Advocaat bij Lydian
Kato Aerts
Advocaat bij Lydian

Het idee achter de procedure van gerechtelijke reorganisatie is dat de continuïteit van ondernemingen en het vermijden van een faillissement cruciaal zijn voor het welzijn van de bevolking. De gerechtelijke reorganisatie wordt geregeld in Boek XX, Titel V van het Wetboek Economisch Recht (WER) en voorziet onder andere in een specifieke overdracht die onderworpen is aan een eigen wetgevend kader: een overdracht onder gerechtelijk gezag, geregeld in het WER en CAO nr. 102. Omdat de wetgever ervan uit gaat dat een dergelijke ‘doorstart’ beter is dan een faillissement, kent men bepaalde gunsten toe aan een onderneming in moeilijkheden. In die situatie zijn de belangen van de onderneming evenwel vaak niet (helemaal) gelijklopend met, of soms zelfs tegengesteld aan die van de werknemers. Dat spanningsveld, en de vraagstukken die het kan opleveren, belichten we in dit boek.

pensive-man-leaning-on-white-table-3777553

Faillissement soms onvermijdelijk

Indien het waarborgen van de continuïteit van een onderneming onmogelijk blijkt, zal een faillissement in de meeste gevallen echter onvermijdelijk zijn. Dit kan verregaande gevolgen hebben voor onder andere de ondernemer, leveranciers, klanten, maar zeker ook voor het personeel. Bij een faillissement lijken werknemers vaak niet te weten waar ze aan toe zijn. Zullen ze hun job kunnen behouden? Zo niet, welke vergoedingen krijgen ze uitbetaald en welke maatregelen faciliteren hun zoektocht naar een nieuwe job? De meeste wettelijke bepalingen zijn ingeschreven in boek XX, Titel VI van het WER. Het WER geeft een bondige en pragmatische toelichting bij de positie van de werknemers wiens werkgever getroffen wordt door een faillissement. Het correct afhandelen van een faillissement en de daarbij horende maatregelen met betrekking tot de werknemers is de taak van de curator. Een werkgever wenst echter meestal zelf ook al op voorhand te weten wat de gevolgen van het faillissement zullen zijn voor zijn werknemers.  Aan de hand van vier concrete vragen brengen we in dit boek de gevolgen van een faillissement voor de betrokken werknemers in kaart.

  486