1. Home
  2. Nieuws
  3. Domein
  4. Sociaal recht en HR
  5. Hervorming berekening pensioenrechten: hoe zit het nu?

Hervorming berekening pensioenrechten: hoe zit het nu?

Naar aanleiding van de recente commentaren met betrekking tot de hervorming van de berekening van de pensioenrechten, geeft de Minister van Pensioenen, Daniel Bacquelaine, de volgende verduidelijkingen.

Gepubliceerd op 07-09-2017

istock_000017767531large

Vanaf wanneer?

De hervorming betreft enkel de pensioenen die ten vroegste op 1 januari 2019 zullen ingaan. Ze heeft bovendien enkel betrekking op de gewerkte of gelijkgestelde periodes na 1 januari 2017.

Zijn er uitzonderingen?

De hervorming van de berekening van de pensioenrechten opgebouwd tijdens de 2de  periode werkloosheid en tijdens de periodes van brugpensioen voorziet vele uitzonderingen.

  • Betreffende de werkloosheid: tijdelijke werklozen worden niet betroffen (economische- en technische werkloosheid, werkloosheid wegens weerverlet of overmacht), evenals deeltijdse werknemers, gerechtigden op inschakelingsuitkeringen, geactiveerde werklozen (PWA, …), havenarbeiders, artiesten, …
  • Betreffende de brugpensioenen: brugpensioenen toegekend vóór 1 januari 2017 worden niet betroffen, evenals brugpensioenen voor ondernemingen in herstructurering, voor ondernemingen in moeilijkheden, wegens medische redenen en voor de zware beroepen.

Raad van State

De ontwerpen van de reglementaire teksten worden momenteel onderzocht door de Raad van State. In hun huidige vorm, voorzien deze ontwerpen geen uitzonderingen voor de werklozen die ouder zijn dan 50 jaar. Indien een werkloze die ouder is dan 50 jaar zich niet kan beroepen op een uitzondering om te ontsnappen aan de degressiviteit die werd ingesteld door de vorige Regering (tijdelijke werkloze, deeltijdse werknemers met een IGU, …), zullen zijn rechten worden berekend in de tweede periode op basis van het minimumjaarrecht.

Wat met de laagste lonen?

De aangehaalde vermindering van de pensioenrechten ten belope van 140 € bruto, impliceert dat het gaat om werknemers die enerzijds in het kader van hun laatste job een loon hebben genoten dat boven het loonplafond lag (54.648,70 €) en die anderzijds zonder onderbreking in 2de en 3de periode van volledige werkloosheid zijn gebleven gedurende ten minste 4 jaar. Omgekeerd moet er worden opgemerkt dat de berekening van de pensioenen op basis van het minimumjaarrecht (in 2de en 3de periode werkloosheid) diegenen vrijwaart waarvan het laatste loon lager lag dan 23.841,73 € op jaarbasis. De laagste lonen worden dus volledig gevrijwaard.

Bron: persbericht Daniel Bacquelaine

  508