Heeft een Belgische werknemer die in Frankrijk is tewerkgesteld recht op kinderbijslag?

Stel, je heb gedurende meerdere jaren in België gewerkt en plots moet je voor het werk naar Frankrijk. Hoe zit het dan met de kinderbijslag? Val je nog steeds onder het Belgische socialezekerheidsstelsel of zijn er andere bepalingen waar je rekening mee zal moeten houden?

Bron: Chatvraag SocialEye

Gepubliceerd op 13-04-2018

socialeye-vraag-antwoord

Abonnees van SocialEye die niet onmiddellijk zelf het juiste antwoord vinden op hun vraag, kunnen bij hun opzoeking de hulp inroepen van onze medewerkers via de chatfunctie. Voor de lezers van LegalWorld lichten we geregeld één van deze interessante vragen toe.

Kinderbijslag

De kinderbijslag is een maandelijkse bijdrage die werknemers en zelfstandigen ontvangen voor de opvoeding van een kind. Deze bijslag wordt in principe toegekend voor de kinderen tot 31 augustus van het kalenderjaar waarin ze 18 jaar worden. Deze leeftijd wordt voor bepaalde categorieën opgetrokken tot 25 jaar, bijvoorbeeld wanneer het kind gaat verder studeren.

Om recht te hebben op kinderbijslag, is het in principe vereist in België te werken en verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst of in België te ressorteren onder het sociaal statuut voor de zelfstandigen.

Grensoverschrijdende tewerkstelling

Bij grensoverschrijdende activiteiten van Europese burgers kunnen er soms echter problemen ontstaan. Socialezekerheidsstelsels verschillen namelijk grondig tussen de lidstaten van de EU, en het zijn steeds de nationale wetgevingen van de landen die bepalen onder welke voorwaarden de ouders gezinsbijslagen ontvangen.

Het risico bestaat dat de burgers het slachtoffer worden van wetsconflicten. Dit kan leiden tot een zogenaamde ‘dubbele onderwerping’ waarbij men onderworpen wordt aan het stelsel van zowel het woonland als het werkland, of het kan gebeuren dat men in geen enkel stelsel sociaal verzekerd is.

Coördinatieregels

Om dergelijke problemen op te vangen bestaan er binnen de EU coördinatieregels. Deze regels zijn van toepassing op tal van socialezekerheidsregelingen, bijvoorbeeld ziekte-uitkeringen, gezinsbijslagen, werkloosheidsuitkeringen, … Binnen deze regels kunnen we 5 belangrijke basisprincipes terugvinden:

  1. de gelijke behandeling van onderdanen, ongeacht de nationaliteit;
  2. het aanduiden van de bevoegde sociale zekerheidsstaat. De coördinatieregels maken duidelijk welke wetgeving van toepassing is. Er wordt voor gekozen één en slechts één bevoegd land aan te duiden;
  3. de bescherming van de rechten die in opbouw zijn. Zo kunnen verzekeringsperiodes opgebouwd in een bepaald land mee in rekening worden gebracht om de wachtperiode in een andere lidstaat te volbrengen;
  4. de bescherming van de opgebouwde rechten. Hierdoor is het mogelijk de uitkeringen te gelde te maken (te exporteren) in een andere lidstaat;
  5. de samenwerking tussen de administraties van de betrokken staten. Zo zullen administraties de benodigde gegevens onderling moeten over maken.

En wat bij kinderbijslag?

Specifiek voor de kinderbijslag geldt het volgende:

Het is in principe het land van de tewerkstelling dat bepalend is voor de uitkering van de gezins- en kinderbijslagen. Het maakt daarbij niet uit waar de werknemer woont of waar de werkgever gevestigd is. De uitkeringen moeten uitgekeerd worden in de staat waar de kinderen of de rechtgevende gezinsleden verblijven. Wanneer de partner in het woonland echter rechtstreeks rechten opent op gezinsbijslagen, zal het woonland de prestaties toekennen. Indien blijkt dat men in het werkland hogere gezinsprestaties uitkeert, dan betaalt deze staat het verschil bovenop de prestaties toegekend volgens het woonland.

Voor werknemers die voor minder dan twee jaar naar het buitenland worden uitgezonden wordt een uitzondering gemaakt. Zij kunnen verzekerd blijven en premie blijven betalen in het land waar zij vóór hun uitzending werkten.

  117