Duaal leren: Vlaanderen kiest voor 2 soorten overeenkomsten

Powered by SocialEye

stageMet een nieuw kaderdecreet over alternerende opleidingen heeft de Vlaamse overheid de bestaande statuten en overeenkomsten binnen het stelsel werken en leren geharmoniseerd. Een en ander werd verder uitgewerkt in een besluit van 8 juli 2016.


Dat is mogelijk omdat de Vlaamse Gemeenschap dankzij de zesde staatshervorming bepaalde aspecten met betrekking tot de invulling van de werkplekcomponent bij alternerend leren en werken zelf kan regelen.


1 september
De nieuwe regeling is van kracht sinds 1 september. Dat was nodig om te vermijden dat jongeren en werkgevers tijdens het nieuwe schooljaar in een vacuüm terecht zouden komen. Want op 1 september liep de overgangsmaatregel af voor de industriële leerovereenkomsten die samen met de beroepsinlevingsovereenkomst werden overgeheveld naar de gemeenschappen.


Deze overgangsmaatregel hield in dat op federaal vlak de paritaire leercomités bleven instaan voor het beheer van de industriële leerovereenkomsten, terwijl op Vlaams niveau het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen de taken van de FOD Werkgelegenheid deels overnam.


Overeenkomsten
Voortaan bestaan er nog maar 2 soorten overeenkomsten voor leerlingen in het systeem van leren en werken. Voor de uitvoering van de alternerende opleiding, voor zover de opleiding op de werkplek via een reguliere tewerkstelling wordt ingevuld, sluit de leerling met een opleidingsverstrekker en een onderneming:

  • een overeenkomst van alternerende opleiding als de opleiding gemiddeld op jaarbasis minstens 20 uur per week opleiding op een ‘reële werkplek’ omvat, zonder rekening te houden met de wettelijke feest- en vakantiedagen;
  • een (onbezoldigde) stageovereenkomst alternerende opleiding:
    • als de opleiding door de Vlaamse Regering als duaal is aangeduid en op de werkplek gemiddeld op jaarbasis minder dan 20 uur per week bedraagt, zonder rekening te houden met de wettelijke feest- en vakantiedagen;
    • als de opleiding uitsluitend plaatsvindt op een ‘gesimuleerde werkplek’. 

De modaliteiten voor de overeenkomst en de stageovereenkomst alternerend leren zijn gelijklopend, met uitzondering van de vakantieregeling en de vergoeding. Bij de overeenkomst van alternerende opleiding ontvangt de leerling een maandelijkse leervergoeding.


Alternerende opleiding


Een ‘alternerende opleiding’ is:

  • ‘elke opleiding van het voltijds secundair onderwijs, met uitzondering van de integratiefase van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs,
  • die door de Vlaamse Regering als duaal wordt aangeduid en
  • elke opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs en in de leertijd’.

In dergelijke opleiding worden contactonderwijs bij een opleidingsverstrekker en opleiding op de werkplek gecombineerd. Beide componenten beogen samen de uitvoering van één enkel opleidingsplan en zijn daarom inhoudelijk en organisatorisch op elkaar afgestemd.


Het nieuwe decreet regelt ‘bepaalde aspecten’ van die alternerende opleidingen. De regels gelden voor het huidige stelsel leren en werken, de studierichtingen in de ‘proeftuinen duaal leren en werken’ (schoolbank op de werkplek) en het toekomstig duaal leren en werken.

In de toelichting bij het decreet heeft men het over de ‘eerste bouwsteen’ die noodzakelijk is omdat de overgangsperiode voor het industrieel leerwezen afgelopen is. De ‘andere bouwstenen’ zullen het voorwerp uitmaken van een organiek decreet dat het duaal leren en werken regelt.


Deeltijds
Uitzonderlijk kan een leerling voor de uitvoering van zijn alternerende opleiding een deeltijdse arbeidsovereenkomst sluiten:

  • als het gaat om specifieke paritaire comités en subcomités in de non-profitsector;
  • als het een opleiding betreft van het deeltijds beroepssecundair onderwijs die niet als duaal is aangeduid en op de werkplek gemiddeld op jaarbasis minder dan 20 uur per week bedraagt, zonder rekening te houden met de wettelijke feest- en vakantiedagen, en uiterlijk tot een datum bepaald door de Vlaamse Regering.

Dit soort van overeenkomsten in de non-profitsector is nodig om te kunnen genieten van het stelsel van de Sociale Maribel. De decreetgever verwijst dan ook uitdrukkelijk naar de opsomming van paritaire (sub)comités in het KB van 18 juli 2002 op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector. Met een reeks evidente uitzonderingen, zoals het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap.


Algemene modaliteiten
De overeenkomsten kunnen enkel worden gesloten door:

  • een leerling die een regelmatige leerling is of zijn wettelijke vertegenwoordiger;
  • een erkende onderneming;
  • een opleidingsverstrekker (opleidings- of onderwijsinstelling die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap).

Verder noteren we volgende algemene modaliteiten:

  • De overeenkomst tot uitvoering van de alternerende opleiding moet voor elke leerling afzonderlijk schriftelijk worden vastgesteld uiterlijk op het tijdstip waarop de leerling zijn alternerende opleiding in de onderneming aanvat.
  • De stageovereenkomst alternerende opleiding en de overeenkomst van alternerende opleiding moeten worden opgesteld volgens het model dat vastgelegd is door de Vlaamse Regering. De modellen voor beide overeenkomsten zijn opgenomen in bijlage bij het uitvoeringsbesluit maar ze zijn niet verschenen in het Belgisch Staatsblad! We kunnen wel verwijzen naar de website van Syntra (model overeenkomst en model stageovereenkomst).
  • De overeenkomst tot uitvoering van de alternerende opleiding is een overeenkomst van bepaalde duur die schooljaaroverschrijdend kan zijn.
  • De leerling kan om zijn opleidingsplan uit te voeren, opeenvolgende overeenkomstenmet verschillende ondernemingen sluiten. Maar de duur van alle overeenkomsten samen mag niet meer bedragen dan de duur van de alternerende opleiding waarop de overeenkomsten betrekking hebben en dit vanaf het moment dat de alternerende opleiding voor de leerling ingevuld is met een werkplekcomponent.

In werking


Globaal genomen zijn de nieuwe regels in werking getreden op 1 september 2016, met uitzondering van een aantal bepalingen over de erkenning van ondernemingen, het sectoraal partnerschap en het Vlaams Partnerschap Duaal Leren. Deze bepalingen zijn al in werking getreden op 1 juli 2016.


Er zijn heel wat overgangsregels:

  • De overeenkomsten die vóór de inwerkingtreding van het nieuwe decreet gesloten zijn met lesvolging in het stelsel leren en werken, blijven lopen tot de einddatum ervan.
  • De Leerovereenkomstenwet wordt (wat Vlaanderen betreft) opgeheven. Maar ze blijft van kracht voor de overeenkomsten die met toepassing van deze wet zijn gesloten vóór 1 september 2016 en tot hun einddatum. Op die overeenkomsten zijn de bepalingen van het nieuwe decreet niet van toepassing.
  • De ondernemingen die bij de inwerkingtreding van het nieuwe decreet erkend waren in het stelsel leren en werken of in het schooljaar 2015-2016 verbonden waren door een overeenkomst met een leerling in het stelsel leren en werken worden erkend voor één jaar vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe regeling.
  • Uit het uitvoeringsbesluit blijkt dat het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot vaststelling van de voorwaarden waartegen beroepsinlevingsovereenkomsten kunnen worden afgesloten bij haar diensten, wordt opgeheven. Ook bij de beroepsinlevingsovereenkomsten noteren we overgangsbepalingen.


Bronnen:

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2016 houdende uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen, BS 1 september 2016
  • Decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen, BS 17 augustus 2016

Steven Bellemans

Gepubliceerd op 09-09-2016

Berichttitel

Berichtomschrijving
  273