Discriminatie op de arbeidsmarkt: meer rechtszekerheid bij gebruik van positieve acties

Sara Vancleef ziet in het recente KB inzake positieve acties een gelegenheid voor een ruimere bespreking van positieve acties. De auteur bestudeert het juridisch kader en de inhoud van dit KB, en laat daarnaast ook enkele praktijkvoorbeelden aan bod komen. De bijdrage is op 11 maart 2020 verschenen in aflevering 418 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW).

Gepubliceerd op 11-03-2020

job

Positieve actie

Positieve acties worden oorspronkelijk toegelaten – en soms gestimuleerd – door internationale verdragen en Europese wetgeving, maar krijgen later ook een grondslag in de Belgische non-discriminatiewetten van 2007. Volgens deze wetten moest een KB bepalen in welke situaties en onder welke voorwaarden positieve acties mogelijk zijn, wat meer dan tien jaar later gebeurde.

Het koninklijk besluit

Het KB is enkel van toepassing op de privésector en bepaalt niet uitdrukkelijk in welke situaties en onder welke voorwaarden positieve acties mogelijk zijn. Wel krijgen ondernemingen de mogelijkheid om een positief actieplan aan te nemen volgens een bepaalde procedure, zonder daartoe verplicht te zijn. Het positief actieplan moet worden vastgesteld bij cao of toetredingsakte en de volgende informatie bevatten:

  • Het bestaan van een kennelijke ongelijkheid binnen het paritair comité, de bedrijfstak of de onderneming. Deze ongelijkheid moet minstens op ondernemingsniveau bestaan, maar cijfergegevens op het niveau van het paritair comité of de bedrijfstak kunnen ondersteuning bieden;
  • De omschrijving van de doelstelling en de concrete uitwerking ervan;
  • De verwachte duurtijd van de positieve actie, met een maximum van drie jaar;
  • Het positief actieplan moet beantwoorden aan een evenredigheidstoets;
  • De positieve actiemaatregel mag de rechten van anderen niet nodeloos inperken.

Het positief actieplan moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Minister van Werk. Goedgekeurde positieve actieplannen kunnen geen verboden discriminatie uitmaken, waardoor de juridische verantwoordelijkheid voor de positieve acties verschuift van de ondernemingen naar de overheid.

Positieve acties in praktijk

Sommige ondernemingen hebben positieve acties geïmplementeerd voor de komst van het KB. Uit de praktijkvoorbeelden blijkt dat positieve actie een continuüm vormt, gaande van zachte tot harde maatregelen. Het gaat dus niet noodzakelijk over quota, maar bijvoorbeeld ook over het controleren van de samenstelling van het personeel, het voorbehouden van opleidingen en stages, of een diversiteitsbeleid.

Het is afwachten of ondernemingen meer dan voorheen bereid zullen zijn om personen uit kansengroepen een duwtje in de rug te geven. Het reglementair kader biedt hen alleszins meer rechtszekerheid.

De auteur

vancleef-sara

Sara Vancleef is doctoraatsbursaal aan de Universiteit Hasselt.

  334