Concurrentie tijdens en na de arbeidsrelatie

Er verscheen een boek over concurrentie tijdens en na de arbeidsrelatie, geschreven door Edward Carlier. Naar aanleiding van dit boek heeft de auteur een kort geschreven interview gegeven dat u hier kunt lezen.

Gepubliceerd op 05-06-2019

Hoe is concurrentie tijdens en na de arbeidsrelatie aan te pakken?

Concurrentie tijdens de arbeidsrelatie is sowieso verboden. Voor wat concurrentie na de arbeidsrelatie betreft, verdient het aanbeveling om, zeker bij gevoelige profielen, de nodige bescherming in te bouwen in de arbeidsovereenkomst. Denk hierbij aan concurrentiebedingen en bedingen die de afwerving van personeel en cliënteel bemoeilijken. Bepaalde van deze clausules zijn aan strikte geldigheidsvoorwaarden onderworpen. Los daarvan, kunnen bepaalde onachtzame formuleringen bovendien ongewenste gevolgen hebben. De opmaak van deze bedingen dient dus met enige zorg te gebeuren.

Het beteugelen van concurrentie kan via verschillende soorten vorderingen, elk met hun eigen voor- en nadelen. Behoudens waar bepaalde wettelijke grenzen duidelijk werden overschreden, zijn de slaagkansen van deze vorderingen mede afhankelijk van de aanwezigheid van passende clausules in de arbeidsovereenkomst.

Wat zijn de mogelijke problemen?

Het grootste probleem is vaak de bewijslast. Veel handelingen, ook indien zij tijdens de arbeidsovereenkomst plaatsvonden, gebeurden immers ver buiten het zicht van de (ex-) werkgever. Bij het vorderen van niet contractueel voorziene schadevergoedingen, stelt zich doorgaans ook het probleem van het bewijs van schade en oorzakelijk verband. Niet elk commercieel verlies is ondubbelzinnig aantoonbaar, noch is elk commercieel verlies noodzakelijk veroorzaakt door bepaalde ongeoorloofde acties van (ex-)personeelsleden.

Zijn er zaken die de wetgever kan verbeteren?

Hier en daar zijn de wetteksten onduidelijk of niet op elkaar afgestemd, maar de rechtspraak slaagde er reeds in om in veel gevallen duidelijkheid te scheppen. Daarnaast stelt zich ook de vraag naar de bevoegdheid van de rechter om een arbeidsrechtelijk concurrentiebeding dat niet aan de wettelijke geldigheidsvoorwaarden voldoet, te matigen, eerder dan het automatisch ongeldig te verklaren. Zelfs al zou hier en daar wetgevend worden opgetreden, dan nog zal echter een essentiële rol weggelegd blijven voor de rechtspraak, gezien veel afhangt van feitelijke omstandigheden.

De auteur

carlier-edward

Edward Carlier is advocaat.

  385