Comité voor Preventie en Bescherming op het werk: taken bij ernstig arbeidsongeval

In de nieuwste editie van het Jaarboek Sociaal Overleg Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk wordt zoals steeds op een praktische en begrijpbare manier de werking van het Comité of CPBW uitgelegd. Uiteraard wordt in deze geactualiseerde uitgave waar nodig verwezen naar de Codex over het Welzijn op het Werk. Deze werd uiteindelijk uitgevaardigd door 10 koninklijke besluiten van 28 april 2017 die verschenen in het Belgisch Staatsblad van 2 juni 2017.

Gepubliceerd op 20-09-2017

worker-large

Verder springt ook het deel over de bevoegdheden van het CPBW in het oog. Dat kreeg een volledig nieuwe structuur en ook zijn enkele taken toegevoegd. U kan hierna de teksten nalezen over de bevoegdheden van het comité i.v.m. ernstige arbeidsongevallen, veiligheids- en gezondheidssignalering en u komt meer te weten over de betrokkenheid van het comité bij het inzetten van stagiairs.

Ernstig arbeidsongeval

Bij een ernstig arbeidsongeval moet de persoon of moeten de personen die overeenkomstig art. 94ter, §1 en §2 verantwoordelijkheid dragen voor de werknemer of de werknemers die slachtoffer(s) zijn van het ongeval door hun preventiedienst een onderzoek naar het ongeval doen instellen. Deze dienst of diensten moeten daarover een verslag opstellen. De persoon of personen, aan wie het overeenkomstig dit verslag toekomt om aan de in het verslag geformuleerde aanbevelingen gevolg te geven, vullen dit verslag aan met de volgende elementen:

  1. de inhoud van hun beslissing in verband met de maatregelen die elkeen zal treffen om herhaling van het ongeval te voorkomen. Zij houden daarbij rekening met de aanbevelingen geformuleerd door de preventiedienst(en) en, indien dat er is, met het advies van de comités. Na overleg met de preventiedienst(en), en eventueel de comités, kunnen zij alternatieve maatregelen vermelden die ten minste hetzelfde resultaat garanderen;
  2. een actieplan, dat de termijnen bevat waarin de maatregelen zullen toegepast zijn en de verantwoording van deze termijnen;
  3. het advies van de betrokken comités over de oorzaken die aan de basis liggen van het ernstig arbeidsongeval en over de maatregelen die zijn voorgesteld om herhaling ervan te voorkomen  (Art. I.6-5 Welzijnscodex).

Indien het omwille van materiële feiten niet mogelijk is om het door de Welzijnswet verplichte omstandig verslag binnen 10 dagen aan de met het toezicht belaste ambtenaar te bezorgen, kan de ambtenaar binnen deze termijn een voorlopig verslag aanvaarden. Dit moet ten minste de volgende elementen bevatten:

  1. de identificatie van de slachtoffers en hun werkgevers;
  2. de gedetailleerde beschrijving van de plaats van het ongeval;
  3. een eerste omschrijving van het ongeval;
  4. de vastgestelde primaire oorzaken;
  5. een gedetailleerd overzicht van de nog uit te voeren onderzoekingen met vermelding van de materiële feiten waardoor geen omstandig verslag kan bezorgd worden;
  6. de bevindingen van de afvaardiging van het comité die zich na het ernstig arbeidsongeval onmiddellijk ter plaatse heeft begeven;
  7. de adviezen van de betrokken comités die reeds zouden zijn vastgelegd in goedgekeurde notulen op het ogenblik van het bezorgen van het voorlopig verslag aan de ambtenaar  (Art. I.6-6 Welzijnscodex).

Veiligheids- en gezondheidssignalering

Boek I, Titel 6 Welzijnscodex behandelt de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk. De bevoegde minister kan aan werkgevers of categorieën van werkgevers de toestemming verlenen om voorgeschreven maatregelen te vervangen door alternatieve maatregelen die hetzelfde beschermingsniveau garanderen. De aanvraag daartoe moet ingediend worden bij de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid en is vergezeld van een voorstel van alternatieve maatregelen en van het advies van het of de betrokken comités  (Art. III.6-6 Welzijnscodex).

Stagiairs

Vooraleer de stagiair te werk te stellen, neemt de werkgever, na advies van de preventieadviseur belast met de leiding van de interne dienst of de afdeling van deze dienst en na advies van het Comité, de nodige maatregelen inzake onthaal en begeleiding van de stagiairs, zulks met het oog op de bevordering van hun aanpassing en integratie in de werkomgeving en om ervoor te zorgen dat zij in staat zijn hun arbeid naar behoren uit te oefenen (Art. X.4-8 Welzijnscodex).

Over de auteur

afbeelding-othmar-vanachter

Het Jaarboek Sociaal Overleg Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk wordt samengesteld door Prof. Dr. Othmar Vanachter. Hij is doctor in de rechtsgeleerdheid, licentiaat in de politieke en sociale wetenschappen en emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit der rechtsgeleerdheid KU Leuven.

  970