Arbeid in de deeleconomie

Stefan-NerinckxDe nieuwe spelers in de deeleconomie, zoals Uber of Deliveroo, zijn niet alleen voor hun directe concurrenten disruptief, ze schudden ook de arbeidsverhoudingen door elkaar. Want de vraag welk sociaal statuut Uberchauffeurs of Deliverookoeriers hebben, is overal voer voor debat, maar nergens al duidelijk uitgeklaard. Advocaat Stefan Nerinckx ploos de Belgische arbeidswetgeving uit, op zoek naar een antwoord.


Even leek het erop dat Ubertaxichauffeurs in Californië werknemers zouden worden van het bedrijf. Een taxichaffeur had bij de Californische Labor Commissioner een klacht ingediend tegen Uber. Ze vond dat ze recht had op een werknemersstatuut omdat Uber een grote mate van controle uitoefent op de chauffeurs die zich inschrijven op de app (zoals de mogelijkheid om hen tijdelijk uit te sluiten, als ze drie matige ratings na mekaar krijgen). Nerinckx: ‘De Labor Commissioner heeft beslist dat er inderdaad sprake is van een werknemersrelatie, op basis van de mate van controle door Uber. Uber is tegen die beslissing in beroep gegaan.’


In een andere zaak van mei 2016 sloot Uber een dading in het kader van twee class-actionvorderingen door Uberchaffeurs in Californië en Massachussetts. ‘Het bedrijf zou zijn contracten aanpassen, en 100 miljoen dollar betalen aan de 1.500 eisers. De dading werd uiteindelijk vernietigd door een rechter in San Francisco, omdat hij ze als niet redelijk, juist en rechtvaardig beschouwde. En een rechter in California besliste onlangs dat in deze zaak geen class action mogelijk was, dus dat iedere chauffeur zelf een zaak moet beginnen tegen Uber.’ Een duidelijk oordeel over het statuut van Uberchauffeurs blijft dus uit, en dat is ook het geval in Groot-Brittannië, waar een transportvakbond dit jaar naar de rechter stapte tegen Uber. De vakbond beschouwt Uberchauffeurs als ‘workers’ (een specifiek statuut dat zich situeert tussen werknemer en zelfstandige in, wat rechten en plichten betreft) en eiste een minimumloon en de toepassing van de wetgeving over veiligheid en gezondheid.  De uitspraak laat op zich wachten.


Ook in België krijgen bedrijven uit de deeleconomie stilaan voet aan de grond: Uber, of Deliveroo zijn geen exotische begrippen meer. ‘In België is het nog niet tot rechtszaak gekomen over het arbeidsstatuut. Het juridisch dispuut in Brussel draaide om de voorwaarden voor het krijgen van een taxilicentie. Wel heeft een Spaanse rechtbank een prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie gesteld, die op zich niet over arbeidsrelaties gaat, maar er wel gevolgen voor kan hebben. Het draait om de vraag of Uber aan e-commerce doet (louter terbeschikkingstellen van de app), of een transportbedrijf is (vervoer van personen). Het antwoord op die vraag bepaalt welke wetgeving van toepassing is. Het Hof moet nagaan hoe nauw de band is tussen de hoofdactiviteit - het ter beschikking stellen van een bepaalde technologie - en haar onderliggende activiteit - het transport dat ze met de app mee helpt organiseren; uit die evaluatie kunnen eventueel bepaalde conclusies worden getrokken over de arbeidsverhoudingen. Het wordt dus afwachten wat het Hof van Justitie zal beslissen.’


Ondertussen moeten we het dus doen met de bestaande Belgische arbeidswetgeving. Het Belgische arbeidsrecht kent voornamelijk twee statuten, het werknemers- en het zelfstandigenstatuut. ‘Het onderscheid wordt voornamelijk bepaald door de mate van ondergeschiktheid in de uitoefening van de werkzaamheden. Vroeger was die ondergeschiktheid veel duidelijker afgelijnd, maar de arbeidsmarkt evolueert: werknemers werken bijvoorbeeld in zelfsturende teams. De manier van werken verandert, waardoor het begrip ondergeschiktheid wat geërodeerd is. Men is het begrip dan ook breder gaan interpreteren’, verduidelijkt Nerinckx. In België heeft de wetgever met de wetten van 27 december 2006 en 25 augustus 2012 een aantal criteria vastgelegd die de mate van ondergeschiktheid in de arbeidsrelatie bepalen (vrijheid van organisatie van de activiteit, beslissingsmacht over de financiële middelen van de onderneming, of de garantie op betaling van een vaste vergoeding). ‘Je moet case per case bekijken omdat de deeleconomie veel facetten heeft. Ik heb de oefening gedaan voor de Uberchauffeurs, maar met de huidige criteria raak ik er niet uit. Ook voor de Sociale Inspectie lijkt me dit een moeilijke oefening. Ik denk dat het juridisch arsenaal aanwezig is, maar als de Belgische wetgeving klaar wil zijn voor de deeleconomie, zullen de criteria moeten aangepast worden of bijkomende criteria worden ontwikkeld, om te verfijnen en rechtszekerheid te creëren over het sociaal statuut.’


Een derde statuut zoals in het Verenigd Koninkrijk, met zijn ‘workers’-statuut, vindt Nerinckx niet noodzakelijk. ‘Er bestaan nu al flexijobs voor de horeca, maar moeten we dat gaan uitbreiden naar de deeleconomie? Het risico bestaat op een precair statuut dat voor onevenwicht zorgt. In een recent rapport over die zogenaamde gig economy, waarin mensen dag per dag op zoek moeten naar werk, stelt consultancybureau McKinsey dat een mature economie wordt gekenmerkt door een overwegend aantal werknemers en minder mature economieën beroep doen op het meer precaire statuut van zelfstandigen.’

Auteur: Ruth Boone

Bron: De Juristenkrant (nr. 336 van 26 oktober 2016)

Zie ook: Hoe zit het intussen met de deeleconomie? (HrWorld - 30/09/2016)

Stefan Nerinckx, ‘The ‘Uberization’ of the labourmarket: some thoughts from an employment law perspective on the collaborative economy’, ERA Forum, 2016, link.springer.com 


 

Gepubliceerd op 02-11-2016

  608