Algemeen verbindend verklaring van cao’s schendt vrijheid van vakvereniging niet

Isabelle Van Hiel analyseerde een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 2 juni 2016 (Geotech Kancev), dat ondanks het belang ervan onderbelicht is gebleven in de literatuur. Dit arrest gaat over de (negatieve) vrijheid van vakvereniging. Haar bijdrage is op 3 juni 2020 verschenen in aflevering 423 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW).

Gepubliceerd op 03-06-2020

Algemeen verbindend verklaring is een wijdverspreide methode

werk

De uitbreiding van het toepassingsgebied van de cao tot niet-leden wordt op twee manieren bereikt.

De eerste manier is om de binding van de cao uit te breiden tot alle werknemers die in dienst zijn van een gebonden werkgever.

In de tweede plaats kan het toepassingsgebied van de cao worden uitgebreid tot werkgevers die geen lid zijn van een werkgeversorganisatie. Vaak wordt daarbij gebruik gemaakt van een algemeen verbindend verklaring, waarbij de staat, door middel van een wet of besluit, het toepassingsgebied van de cao uitbreidt tot ondernemingen die geen partij zijn bij de cao.

Algemeen verbindend verklaring blijft niet vrij van betwisting

Hoewel de vrijheid van vakvereniging en het recht op collectief onderhandelen grondrechten zijn, blijft de toepassing van cao op ongeorganiseerde werkgevers en werknemers nochtans niet vrij van betwisting. Zo werden in het verleden bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens klachten ingediend op grond van de (negatieve) vrijheid van vakvereniging. Daarnaast werden cao’s die aansluiting bij sectorale pensioen- en ziektekostenverzekeringen verplicht stelden, meermaals aangevochten bij het Hof van Justitie van de Europese Unie wegens vermeende inbreuken op het EU-recht.

Recentelijk, in Geotech Kancev, kwamen de onderscheiden elementen samen in een klacht van een werkgever bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tegen een cao-verplichting om aan te sluiten bij een sectorfonds. De verzoekende onderneming betoogde dat de bijdrageverplichting haar verplichtte om lid te worden van één van de werkgeversorganisaties en het haar onmogelijk maakte om een eigen werkgeversorganisatie op te richten. Daarnaast stelde ze dat de rekeningen van het fonds onvoldoende transparant waren over het gebruik van de werkgeversbijdragen.

Algemeen verbindend verklaring is niet in strijd met artikel 11 EVRM

In Geotech Kancev verduidelijkt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat niet alle verplichtingen om bijdragen te betalen, aanleiding zullen geven tot een inmenging in de negatieve vrijheid van vakvereniging. De aanvullende socialezekerheidsregeling van de cao is gesteund op het solidariteitsprincipe en de algemeen verbindend verklaring is noodzakelijk om het doel ervan te bereiken. De betrokken bijdragen worden niet als lidmaatschapsbijdragen beschouwd, aangezien ze uitsluitend worden gebruikt voor het beheer van de uitbetaling van de respectieve voordelen die het fonds biedt aan werkgevers en werknemers, en dit ongeacht of de werkgever al dan niet lid is van een werkgeversorganisatie.

Hoewel het feit dat het fonds alleen door de cao-partijen wordt beheerd, er een ongeorganiseerde werkgever zou toe kunnen aanzetten om lid te worden van een van deze organisaties, oordeelt het Hof dat deze de facto incentive te gering is om het door artikel 11 van het verdrag gewaarborgde recht op vrijheid van vereniging ten gronde aan te tasten en derhalve geen inmenging vormt in de vrijheid van de verzoekende onderneming om zich niet tegen haar wil bij een vereniging aan te sluiten.

Voorafgaandelijke stemming op afstand

  • Bestuursorgaan
    • Niet expliciet opgenomen in de wet maar in principe toegestaan.
  • Algemene vergadering
    • KB nr. 4 machtigt het bestuursorgaan om de aandeelhouders te verplichten, zelfs zonder enige statutaire machtiging, om de algemene vergadering te laten plaatsvinden louter door het gebruik van de procedure van de voorafgaande stemming of via stemming bij volmacht. Beide opties moeten tegelijk worden aangeboden aan de aandeelhouders;
    • Nog steeds fysieke vergadering vereist, waarop de leden van het bureau, het bestuursorgaan en desgevallend de commissaris fysiek aanwezig moeten zijn, maar KB nr. 4 laat toe dat deze vergadering via video- of telefoonconferentie kan gehouden worden;
    • KB nr. 4 machtigt het bestuursorgaan om elke deelname aan de fysieke vergadering te verbieden wanneer niet kan gegarandeerd worden dat de op dat ogenblik geldende maatregelen ter bestrijding van de Covid-19-pandemie kunnen worden nageleefd;
    • Vragen kunnen voorafgaand aan de vergadering (schriftelijk) worden gesteld.

Stemming bij volmacht

  • Bestuursorgaan
    • Niet expliciet opgenomen in de wet maar in principe toegestaan.
  • Algemene vergadering
    • KB nr. 4 machtigt het bestuursorgaan om de aandeelhouders te verplichten, zelfs zonder enige statutaire machtiging, om de algemene vergadering te laten plaatsvinden louter door het gebruik van de procedure van de voorafgaande stemming of via stemming bij volmacht. Beide opties moeten tegelijk worden aangeboden aan de aandeelhouders;
    • KB nr. 4 machtigt het bestuursorgaan om één volmachthouder aan te duiden;
    • Als de vennootschap het KB toepast, zijn specifieke steminstructies verplicht;
    • KB nr. 4 machtigt het bestuursorgaan om elke deelname aan de fysieke vergadering te verbieden wanneer niet kan gegarandeerd worden dat de op dat ogenblik geldende maatregelen ter bestrijding van de Covid-19-pandemie kunnen worden nageleefd.
    • Vragen kunnen voorafgaand aan de vergadering (schriftelijk) worden gesteld.

Uitstel en annulatie

  • Bestuursorgaan
    • Niet expliciet opgenomen in de wet, maar voor niet-dringende onderwerpen kan het bestuursorgaan een bestuursvergadering uitstellen of annuleren.
  • Algemene vergadering
    • Het bestuursorgaan kan een bijeengeroepen, maar nog niet aangevangen algemene vergadering steeds uitstellen of annuleren (niet van toepassing op de gewone algemene vergadering);
    • KB nr. 4 machtigt het bestuursorgaan om de gewone algemene vergadering tot tien weken uit te stellen na de uiterste datum, zijnde zes maanden na afsluiting van het boekjaar.

Op basis van het WVV kan een vennootschap op uiteenlopende wijzen haar vergaderingen organiseren met respect voor de social-distancemaatreglen. Zeker voor wat betreft de bestuursorganen is er veel vrijheid. Voor de algemene vergadering van aandeelhouders moet nagegaan worden welke alternatieve vergadermethodes statutair toegelaten zijn en zal moeten worden afgewogen welke methode praktisch haalbaar is.

Verzekering

Voor ziekenhuizen ligt dat anders. Voor hen is samenwerking in het kader van een geïnstitutionaliseerd samenwerkingsverband niet alleen vanuit kwantitatief, maar ook vanuit kwalitatief oogpunt meer risicovol, omdat de wetgever er voor heeft gekozen hen verantwoordelijk te maken voor de operationalisering van de zorgstrategie (met inbegrip van de continuïteit, kwaliteit en veiligheid van de samenwerking) op netwerkniveau. In geval van een medisch incident waarbij de patiëntveiligheid, kwaliteit van zorg, of zorgcontinuïteit in het geding is in netwerkverband, zal daarom meer en eerder naar de bij de samenwerking betrokken ziekenhuizen worden gekeken door patiënten en hun naasten. De aansprakelijkheid van ziekenhuizen zal dus nog evolueren en in omvang groeien, zo verwacht ik. Zowel ziekenhuizen als netwerken zullen in aangepaste verzekeringspolissen moeten voorzien in lijn met hun nieuwe wettelijke taken enerzijds en de (nieuwe) afspraken en overeenkomsten binnen samenwerkingsverband anderzijds zodat alle daarmee samenhangende risico’s voldoende verzekerd zijn.

De auteur

van-hiel-isabelle

Isabelle Van Hiel is adviseur en academisch consulent verbonden aan de Vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht van de UGent.

van-hiel-isabelle
Isabelle Van Hiel
de-bruyne-jan
Jan de Bruyne
surinx-dorien
Dorien Surinx
mortier-ria
Ria Mortier

 

 

  110