Vlaanderen wil tegen 2036 alle historisch verontreinigde gronden kennen en sanering opstarten

Op 29 november 2017 keurde het Vlaams Parlement een wijziging van het Bodemdecreet goed. Door deze belangrijke aanpassingen aan het Vlaamse bodembeleid wordt volgens OVAM een belangrijke stap gezet om te garanderen dat de sanering van alle verontreinigde gronden in Vlaanderen tegen 2036 is ingezet.

Gepubliceerd op 12-02-2018

vervuilde-grond

Zo komt er een verplicht bodemonderzoeksmoment voor nog niet onderzochte gronden met een potentieel historische bodemverontreiniging en wordt de veralgemeende conformverklaring van bodemonderzoeken afgeschaft. Het wijzigingsdecreet verscheen op 2 februari 2018 in het Belgisch Staatsblad en de meeste bepalingen treden 10 dagen na de publicatie in werking.

80.000 risicogronden

Volgens schattingen zijn er ruim 80.000 risicogronden, waarvan er op dit ogenblik ongeveer 40.000 zijn onderzocht. Om de doelstelling van onderzoek en bodemsanering van de gronden met historische bodemverontreiniging tegen 2036 te realiseren, voorziet de wijziging van het decreet in een instrument om ook de nog niet onderzochte risicogronden en de eventuele aanwezige historische bodemverontreiniging aan de oppervlakte te krijgen, zodat de bodemkwaliteit van alle gronden met historische risico-activiteiten gekend is.

4 belangrijke wijzigingen in Bodemdecreet

In het wijzigingsdecreet zijn vier belangrijke inhoudelijke wijzigingen voor het bodembeleid opgenomen:

  • Er komt een verplicht bodemonderzoek voor nog niet onderzochte gronden met potentieel historische bodemverontreiniging. Voor particulieren bestaat de mogelijkheid tot vrijstelling van deze onderzoeksplicht.
  • De veralgemeende conformverklaring van bodemonderzoeken wordt afgeschaft, samen met de auditing van de erkende bodemsaneringsdeskundigen.
  • De voorwaarden voor de sectorfondsen worden versoepeld.
  • Het gebruik van bagger- en ruimingsspecie, grondbrij en bentonietslib (bodemmaterialen) valt nu ook onder de regeling over het gebruik van uitgegraven bodems.

Rechtszekerheid

SERV en Minaraad hadden in hun advies reeds opgemerkt dat aanpassingen aan de regelgeving alleen niet voldoende zijn. Aanvullende maatregelen en budgetten zullen nodig zijn. Een billijke verdeling van de saneringsplichten en -lasten is daarbij belangrijk. Ook de impact van de nieuwe regeling op het bestuurlijk en strafrechtelijk handhavingsspoor moet duidelijk zijn. Daarom zal na de inwerkingtreding jaarlijks worden nagegaan of in de praktijk met de gewijzigde regelgeving de vooropgestelde doelstellingen worden bereikt en de regelgeving voor de betrokken actoren voldoende waarborgen biedt naar uitvoerbaarheid, duidelijkheid en rechtszekerheid.

  303