Verkiezingscampagnes: wat mogen partijen en kandidaten in de strijd om de kiezer?

Stef Keunen en Sofie Hennau staan stil bij het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet en belichten de mogelijkheden waarover gemeentebesturen en politieke partijen beschikken om de verschillende campagnemiddelen te verbieden, dan wel toe te passen. Hun bijdrage verscheen op 27 juni 2018 in aflevering 385 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW).

Gepubliceerd op 26-06-2018

keunen-stef
Stef Keunen
hennau-sofie
Sofie Hennau
njw-385

De voorbije decennia heeft onder meer het internet de manier van campagnevoeren grondig gewijzigd. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2018 lijkt zich ook in de Vlaamse gemeentebesturen een evolutie te voltrekken: de voorbije maanden onderzochten verschillende gemeentebesturen de piste om verkiezingsborden te verbieden bij de nakende gemeenteraadsverkiezingen. Deze vaststellingen doen de vraag rijzen naar de mogelijkheden die het huidige kiesdecreet biedt met betrekking tot nieuwe vormen van campagnevoering. 

De auteurs staan stil bij het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet en belicht de mogelijkheden waarover gemeentebesturen en politieke partijen beschikken om de verschillende campagnemiddelen te verbieden, dan wel toe te passen.

De sperperiode

Tijdens de sperperiode, die aanvang neemt op 1 juli van het verkiezingsjaar, worden de campagneactiviteiten van de politieke partijen op drie manieren aan banden gelegd:

  • Beperkingen wat betreft overheidscommunicatie: de informatie van een gemeente moet steeds tot doel hebben om de burger op een neutrale en objectieve wijze te informeren. Informatiebladen mogen niet verworden tot politiek gekleurde campagnebladen van een zittende meerderheid.
  • Beperkingen inzake verkiezingsuitgaven: elke lijst en individuele kandidaat is gebonden door een wettelijk maximum dat afhankelijk is van het aantal ingeschreven kiezers op de kiezerslijst van de gemeente.
  • Beperkingen inzake campagnemiddelen: het Lokaal Kiesdecreet is ter zake gebonden door de federale regelgeving, zoals aangenomen in de loop van de jaren 1990.

Het internet en de lokale kiescampagne

Het internet heeft nieuwe mogelijkheden geopend voor politici en partijen om een meer persoonlijke en rechtstreekse band met het electoraat uit te bouwen. De regelgeving besteedt hier weinig aandacht aan. In tegenstelling tot commerciële reclamespots op radio, televisie en in bioscopen, legt het Lokaal Kiesdecreet geen beperkingen op voor reclamespots via print of internet. Ook is wettelijk toegelaten dat kandidaten campagne voeren via sociale media of eigen websites of online banners en pop-ups gebruiken tijdens de sperperiode.

Conclusie

Ondanks strikte bepalingen inzake verkiezingsaffiches, gadgets of geschenken, zijn nieuwe campagnemiddelen slechts in beperkte mate aan juridische beperkingen onderworpen. Bijkomend leert een analyse van de rechtspraak van de Raad van State en de Raad voor Verkiezingsbetwistingen dat lokale initiatieven en evenementen zo uiteenlopend zijn, dat ze moeilijk door algemene regelgeving gevat kunnen worden. Beide vaststellingen doen vragen rijzen bij de effectiviteit van het bestaande regelgevende kader. Mogelijk kan een meer algemeen regelgevend kader, dat slechts maximumtarieven vastlegt voor de verschillende politieke partijen en/of specifieke campagnemiddelen, een antwoord bieden op de geïdentificeerde problemen.

Over de auteurs

Stef Keunen is assistent bestuursrecht aan de Universiteit Hasselt (faculteit rechten).

Sofie Hennau is doctor-assistent aan de Universiteit Hassel (faculteit rechten).

  393