Vergaande samenwerking tussen Milieuhandhavingscollege, Raad voor Vergunningsbetwistingen en Raad voor Verkiezingsbetwistingen

De Vlaamse overheid wil de organisatie en werking van de 3 belangrijkste Vlaamse bestuursrechtcolleges zoveel mogelijk op elkaar afstemmen. De huidige colleges blijven als aparte entiteiten bestaan, maar worden gecentraliseerd op eenzelfde plaats. Ze krijgen eenzelfde structuur, één overkoepelende algemene vergadering, een gezamenlijke website, enz. Bovendien zal de eerste voorzitter bestuursrechters kunnen uitwisselen 'ten behoeve van de goede werking'.

MINSTENS 8 BESTUURSRECHTERS PER COLLEGE
Hamer4Hoewel daar in deze tekst niet verder wordt op ingegaan, gaat het nieuwe decreet ervan uit dat de 5 provinciale Raden voor Verkiezingsbetwistingen worden omgeturnd tot één gemeenschappelijke ‘Raad voor Verkiezingsbetwistingen’. Vanaf 1 januari ten laatste, moeten het bestaande Milieuhandhavingscollege (MHC), de huidige Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvvB) en de nieuwe Raad voor Verkiezingsbetwistingen (RvV) elk ten minste 8 bestuursrechters tellen. Dat kunnen zowel effectieve, als aanvullende of plaatsvervangende bestuursrechters zijn.
Elk bestuursrechtcollege zal dan een eerste voorzitter hebben, voorzitters en kamervoorzitters.

Het decreet beschrijft de wijze van selectie en benoeming van de bestuursrechters, hun bezoldiging, ontslag en oprustestelling, hun evaluatie, en de tucht- en ordemaatregelen die opgelegd kunnen worden.

DBRC
De griffiers, de referendarissen en het ondersteunend personeel worden gecentraliseerd binnen het departement Bestuurszaken van de Vlaamse overheid, in een zogenaamde ‘Dienst van de Bestuursrechtcolleges (DBRC)’.

Een functie bij de DBRC kan niet gecumuleerd worden met een andere functie bij de Vlaamse overheid. De DBRC-leden moeten hun taak immers in alle onafhankelijkheid en onpartijdigheid kunnen uitoefenen.

VERSTERKING VAN DE GOEDE WERKING
Bestuursrechters die benoemd of aangesteld zijn bij één Vlaams bestuursrechtcollege, kunnen door de eerste voorzitter ter beschikking gesteld worden van een ander Vlaams bestuursrechtcollege Dit “ten behoeve van de goede werking van de Vlaamse bestuursrechtcolleges”, aldus het nieuwe decreet.


Ter beschikkingstelling kan alleen voor zover de betrokken bestuursrechter over voldoende kennis beschikt over het domein waarvoor het andere college bevoegd is.

De verplichte terbeschikkingstelling geldt niet de aanvullende bestuursrechters die momenteel benoemd zijn bij de RvvB, op de plaatsvervangende bestuursrechters van het huidige MHC, en op de huidige effectieve, aanvullende en plaatsvervangende bestuursrechters van de RvV.

ÉÉN ALGEMENE VERGADERING
De algemene vergadering bestaat uit alle effectieve bestuursrechters van de 3 Vlaamse bestuursrechtcolleges, zonder de raadsleden en plaatsvervangers van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen die momenteel al benoemd waren, maar mét de voorzitter van dat college. De hoofdgriffier en de beheerder van elk college wonen de vergaderingen bij met een raadgevende stem.


De gemeenschappelijke algemene vergadering beslist:

  • over de aanstelling van de eerste voorzitter;
  • over de hernieuwing van het mandaat van de eerste voorzitter;
  • over het huishoudelijk reglement van de algemene vergadering zelf en van elk Vlaams bestuursrechtcollege; en
  • over strategische aangelegenheden inzake de werking en organisatie van de Vlaamse bestuursrechtscolleges.


EERSTE VOORZITTER
De algemene vergadering benoemt onder haar leden een eerste voorzitter voor een termijn van 5 jaar. Dat mandaat kan eenmaal hernieuwd worden.

De eerste voorzitter staat in voor de algemene en dagelijkse leiding van alle bestuursrechtcolleges en is tevens het is hoofd van de DBRC. Hij stelt het beleidsplan op, en het jaarverslag over de uitvoering van het beleidsplan.


Hij oefent tevens het mandaat van korpschef uit. Dat betekent dat hij het hiërarchisch en functioneel gezag uitoefent over de bestuursrechters.

De eerste voorzitter waakt over de eenheid van rechtspraak. Daartoe kan hij een zaak, op eigen initiatief of op vraag van een voorzitter, toewijzen aan een bijzondere kamer, die is samengesteld uit de voorzitters van alle bestuursrechtcolleges.

De eerste voorzitter kan tot slot taken van dagelijks beheer delegeren aan een beheerder. Het dagelijks beheer omvat : het technisch en financieel beheer, het beheer van de infrastructuur, de communicatie en het personeelsmanagement van de bestuursrechters en het DBRC-personeel.

VOORZITTER
De effectief aangestelde of benoemde bestuursrechters van het MHC of van de RvvB benoemen onder hun leden een voorzitter. De voorzitter van de RvV wordt echter aangewezen door alle effectieve, aanvullende en plaatsvervangende bestuursrechters die benoemd zijn bij dat college. Net als bij de eerste voorzitter, worden de 3 voorzitters van de respectievelijke colleges benoemd voor 5 jaar en kan hun mandaat maar één keertje verlengd worden.

De voorzitter waakt over de eenheid van rechtspraak binnen zijn college. Daartoe kan hij een (moeilijke) zaak op zijn initiatief of op vraag van een Kamervoorzitter toewijzen aan een kamer van 3 rechters. De voorzitter zorgt ook voor een efficiënte toewijzing van elk beroep dat bij zijn college wordt ingesteld.

De Vlaamse regering zal in een uitvoeringsbesluit nog de taken van de voorzitter op het vlak van de rechtspleging verder uitdiepen. En dan vooral zijn bevoegdheid om beroepen of bezwaren samen te voegen, om een vereenvoudigde procedure toe te passen, om een schorsing uit te spreken wegens uiterst dringende noodzakelijkheid, of om voorlopige maatregelen te nemen.

INDELING IN KAMERS
De Vlaamse bestuursrechtcolleges worden ingedeeld in kamers, zoals voorgeschreven door het huishoudelijk reglement. Een enkelvoudige kamer houdt zitting met één bestuursrechter. Een meervoudige kamer bestaat uit 3 bestuursrechters.

De eerste voorzitter bepaalt de samenstelling van de kamers en wijst de kamervoorzitters aan.


De eerste voorzitter kan ook aanvullende kamers samenstellen en kan daarbij afwijken van het huishoudelijk reglement.

RECHTSPLEGING
Het decreet verduidelijkt verder dat de procedure voor een bestuursrechtvollege een schriftelijke procedure is: schriftelijk en op tegenspraak. De partijen kunnen zich laten bijstaan door een raadsman. Het decreet bevat gemeenschappelijke regels voor het samenvoegen of splitsen van zaken, voor het horen van getuigen of deskundigen, voor het beroep doen op tolken, voor de wraking van een bestuursrechter, enz. Het zegt ook dat het instellen van een beroep of het aantekenen van een bezwaar op zich geen schorsende werking heeft, tenzij de decreten of de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening anders bepalen.

De zittingen van elk college zijn openbaar. Behalve wanneer de kamer oordeelt dat er in een specifieke zaak een gevaar is voor de goede orde of de zeden. Het college beraadslaagt wel achter gesloten deuren over zijn uitspraak.

De Vlaamse regering zal in een uitvoeringsbesluit nog regels uitschrijven voor de vorm waarin de verzoekschriften moeten worden gegoten, voor de stukken die bij het verzoekschrift moeten worden gevoegd, voor de toezending en uitwisseling van processtukken, voor de bijstand of vertegenwoordiging door een raadsman, enz.

Elk Vlaams bestuursrechtcollege spreekt zijn arresten uit in openbare zitting. Het arrest wordt met redenen omkleed.

Het college legt in zijn arrest de kosten in principe geheel of gedeeltelijk bij de partij die ten gronde in het ongelijk werd gesteld. Die kosten bestaan uit het getuigengeld, de kosten en erelonen van de deskundigen, de bekendmakingskosten (niet bij de RvV), en het rolrecht (alleen bij de RvvB).

Elk bestuurscollege zorgt voor de publicatie van haar arresten op de website van de DBRC. De arresten kunnen geanonimiseerd worden. De arresten van een bestuursrechtcollege zijn van rechtswege uitvoerbaar.

SPECIFIEKE REGELS
Het decreet rondt af met de bepalingen die specifiek zijn voor elk bestuursrechtscollege, bijvoorbeeld inzake de personen die beroep kunnen instellen bij het betrokken college, de termijnen, de mogelijkheid om een tussenuitspraak te formuleren die toelaat om de onwettigheid te herstellen (bij MHC en RvvB), de mogelijkheid om een bestreden beslissing voorlopig te schorsen (RvvB), om een bemiddelaar aan te wijzen (RvvB), enz.

UITERLIJK OP 1 JANUARI 2015
Het decreet op de organisatie en werking van de Vlaamse bestuursrechtcolleges treedt in werking op een datum die door de Vlaamse regering zal worden bepaald, en ten laatste op 1 januari 2015.

Het decreet bevat overgangsbepalingen voor de bestuursrechters – effectief, aanvullend of plaatsvervangend – die momenteel al benoemd zijn bij de 3 bestuursrechtcolleges. Die behouden in grote lijnen hun huidige statuut.


Beroepen die werden ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van het nieuwe decreet, worden afgehandeld volgens de huidige regels, en dus niet volgens de nieuwe gemeenschappelijke regels.

Alle bepalingen uit het Decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid (DABM) die betrekking hadden op de organisatie en werking van het Milieuhandhavingscollege, worden uit dat milieuwetboek geschrapt. De oprichting en bevoegdheid van het college, en de bepaling dat de Vlaamse regering op geen enkele wijze instructies mag geven aan de milieurechters, blijven wel ingeschreven staan in de milieucodex. Idem voor de bestuurlijke boetes die het MHC kan opleggen.

De werking en organisatie van de Raad voor Vergunningsbetwistingen worden op een gelijkaardige manier overgeheveld van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (art. 4.8.1 e.v. VCRO) naar het nieuwe decreet.

Hetzelfde geldt voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, die tot nu een grond vond in het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet.

NIET VOOR…
De decreetgever heeft één college buiten de scope van de ‘fusie’ gehouden. De Beroepscommissie voor Tuchtzaken voor de Lokale Besturen werd niet opgenomen in het nieuwe decreet. In de Commissie Bestuurszaken van het Vlaams Parlement verklaarde voormalig minister van Binnenlandse Zaken, Geert Bourgeois, dat die beroepscommissie géén administratief rechtscollege is. Hij zei er niet bij waarom.

Ook de Raad voor Studievoortgangsbetwistingen komt niet aan bod, maar dat is volgens de minister omdat dit bestuursrechtcollege onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap valt, en het huidige decreet Gewestmateries regelt. Nochtans vat het nieuwe decreet aan met de bepaling: “Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid”. De mogelijkheid bestaat dus dat het decreet achteraf nog wordt aangevuld met de Raad voor Studievoortgangsbetwistingen.

Carine Govaert

Decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtcolleges, BS 1 oktober 2014.

Gepubliceerd op 03-10-2014

  82