Overzicht van het Belgisch administratief recht

OBARDe twintigste druk van het 'Overzicht van het Belgisch administratief recht' is beschikbaar. Het boek werd in 1962 door prof. Mast voor de eerste keer uitgegeven en is in geen tijd uitgegroeid van een cursus voor studenten tot een leidraad en een referentiewerk voor de rechtspraktijk. De huidige uitgave is samengesteld en geactualiseerd door Jean Dujardin, Marnix Van Damme en Johan Vande Lanotte.

Het boek behandelt niet alleen de grote onderwerpen uit het materieel administratief recht zoals het openbaar ambt, stedenbouw, leefmilieu, onteigeningen, de organisatie en de werking van de provincies, gemeenten en OCMW’s en de verzelfstandigde bestuursvormen op provinciaal en lokaal vlak en de intergemeentelijke samenwerking, maar omvat ook een diepgaande bespreking van de beginselen van behoorlijk bestuur en de werking van de openbare dienst.

Het onderdeel van de rechtsbescherming van de burger tegenover het bestuur blijft de hoofdmoot. Dit onderdeel was vroeger bijna uitsluitend gericht op het beroep bij de Raad van State, maar is aangevuld met de bespreking van talrijke rechtscolleges en andere instrumenten om de klachten van de burger te behandelen en hem wegwijs te maken in het kluwen van instanties in zijn zoektocht naar genoegdoening en rechtsherstel. De tekst met betrekking tot de rechtsbescherming werd in deze uitgave volledig herwekt aan de hand van onder meer de wet van 20 januari 2014 houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State, en de uitvoeringsregels ervan.

Het boek is op alle vlakken volledig geactualiseerd tot op 1 juli 2014 zowel wat betreft wetgeving, rechtspraak als rechtsleer.

Klik hier om dit boek te bestellen.

Hierna volgt een kort interview met de auteurs naar aanleiding van het verschijnen deze nieuwe uitgave.

De voorbije paar jaar heeft de ontwikkeling van het administratief recht niet stilgestaan. Welke zijn zoal de voornaamste wijzigingen?

Het administratief recht is traditioneel een regelingsintensieve rechtstak. In die zin is het er in de voorbije twee jaar niet anders aan toegegaan dan in het verleden. Dat neemt niet weg dat sommige recente wijzigingen meer dan andere de aandacht trekken. Zo is de wetgeving op de overheidsopdrachten grondig vernieuwd onder invloed van de Europeesrechtelijke regelgeving en wordt er, althans procedureel, tot een soort osmose gekomen tussen bepaalde domeinen van het materieel administratief recht, zoals die betreffende de ruimtelijke ordening en het leefmilieu. Het concept van de omgevingsvergunning is toonaangevend in dat verband. Daarnaast heeft ook de bevoegdheidsverdeling in het federale België gevolgen voor het administratief recht. Te denken valt in dat verband bijvoorbeeld aan de regeling inzake de provincies. Daarnaast zijn er natuurlijk de recente hervormingen op het vlak van de bevoegdheden, de procedure en de organisatie van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Betreft het hier veeleer losse wijzigingen of zijn die wijzigingen illustratief voor een meer structurele evolutie in het administratief recht?

Sommige van die wijzigingen zijn inderdaad structureel en dat maakt een update van het administratief recht zo nuttig en interessant. Zijn de toenemende europeanisering van het internrechtelijk administratief recht en de interferentie met de bevoegdheidsverdelende regels constanten in het ontwikkelingsproces, dan vertoont de recente ontwikkeling van het administratief recht toch ook een aantal opvallende nieuwigheden van meer beginselmatige aard.

Vormt de omgevingsvergunning niet een structurele wijziging die in het oog springt?

Het optreden van het bestuur is de voorbije decennia almaar meer het voorwerp gaan uitmaken van regelgeving. Hiervoor vallen diverse redenen aan te wijzen, zoals het gegeven dat bepaalde onderdelen van het administratief recht in het verleden grondig hervormd zijn geworden en zulks met een toegenomen regulering is gepaard gegaan. In dat verband kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de hervorming van het openbaar ambt of aan de uitbouw van een preventieve rechtsbescherming. Ook de staatshervorming vormt een bron voor meer regelgeving in het administratief recht. Daarnaast deelt het administratief recht het 'lot' van alle andere rechtstakken in die zin dat van de overheid een meer actieve beleidsingesteldheid wordt verwacht en dat regelgeving daarbij het instrument bij uitstek vormt om de betrokken beleidsimperatieven te realiseren.

In het licht van deze toenemende juridisering van het bestuursoptreden wordt in de rechtsleer al langer gepleit voor een grotere systematisering en vereenvoudiging van de bestuurswetgeving. Met de introductie van de omgevingsvergunning komt de regelgever voor het eerst op een dergelijke brede schaal tegemoet aan de voornoemde verzuchtingen. Laat ons hopen dat de procedurele vereenvoudiging en harmonisering die daarmee gepaard gaan effectief leiden tot een rationeler en efficiënter bestuur. Niet alleen de burger, maar ook de bedrijfswereld en het bestuur zelf zullen daar immers baat bij hebben. In ieder geval kan het concept van de omgevingsvergunning structureel van aard zijn in de mate ermee de richting is ingeslagen van een grotere rationalisering en harmonisatie van het administratief recht.

Zijn er andere wijzigingen die als meer structureel kunnen worden omschreven?

Een ontwikkeling die zonder meer structureel mag worden genoemd heeft betrekking op de rechtsbescherming door de administratieve rechter. Van deze laatste wordt steeds vaker verlangd dat hij aan een finale geschillenbeslechting doet, dit wil zeggen dat hij met zijn uitspraak een definitief einde stelt aan de hem voorgelegde betwisting, dat zijn uitspraak van aard is om een effectief rechtsherstel te bieden aan de rechtzoekende en dat die uitspraak binnen een redelijke termijn valt zonder dat zulks de rechtzoekende tot een te complexe procesvoering bij uiteenlopende rechters noopt. Met het oog daarop werden aan de Raad van State recent meer aangepaste instrumenten ter hand gesteld om de komen tot een efficiëntere geschillenbeslechting en werd zelfs de spreekwoordelijke 'Rubicon' overgestoken onder de vorm van de bevoegdheid van de Raad van State om aan de rechtzoekende een “schadevergoeding tot herstel” toe te kennen, tot voor kort een bevoegdheid die eigen werd geacht aan de justitiële rechter ...

Aan de andere kant wordt van de administratieve rechter verwacht dat hij tot zijn uitspraak komt met inachtneming van de vereisten van een efficiënt bestuursoptreden, dat hij een slagvaardig bestuur niet bemoeilijkt om bijvoorbeeld louter formalistische redenen, waarbij nog al eens werd vergeten dat in dergelijke redenen door de wetgever zelf en niet door de Raad van State werd voorzien ... Met het waarborgen van een efficiënt bestuursoptreden zal een toenemende rechterlijke belangenafweging gepaard gaan, maar bijvoorbeeld ook de toepassing van bepaalde nieuwe catchy figuren, zoals die van de bestuurlijke lus, geïnspireerd door het Nederlandse bestuursrecht maar eigenlijk wezenlijk verschillend van de overeenkomstige Nederlandse figuur …

Welke uitdagingen zijn er voor het administratief recht in de nabije toekomst?  

De uitdagingen zijn divers. Specifiek inspelend op de voorgaande antwoorden zal een uitdaging er voor de overheid in bestaan om erop toe te zien dat maatregelen die strekken tot het waarborgen van een efficiënt bestuursoptreden in de bestaande rechtsorde worden geïntegreerd op een juridisch zo adekwaat mogelijke manier en met inachtneming van de europees- en internrechtelijke voorschriften ter zake. Dat zal niet steeds een sinecure zijn. De Vlaamse decreetgeving met betrekking tot de 'complexe projecten' en het invoeren van een procedurele nieuwigheid als de bestuurlijke lus bij onder meer de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad van State tonen dit aan. Daarbij zal er moeten worden op gelet dat bijzondere waarborgregelingen om te komen tot een meer efficiënt bestuursoptreden geen afbreuk doen aan de procedurele vereenvoudiging die langs een andere weg (zie bijvoorbeeld de omgevingsvergunning) wordt nagestreefd. Het bestuurlijk beleid moet met andere woorden voldoende coherent blijven.

Ook voor de administratieve rechter breken er boeiende tijden aan. Zo moet de Raad van State praktisch invulling geven aan de bijkomende bevoegdheden en de procedurele nieuwigheden die recentelijk werden ingevoerd. Die invulling zal niet uitsluitend een technische dimensie hebben, maar zal – gewild of ongewild – voor een deel ook justitieel-beleidsmatige repercussies hebben, al was het maar door de manier waarop toepassing zal worden gemaakt van de schadevergoeding tot herstel.

Daarnaast zijn er de blijvende administratiefrechtelijke uitdagingen. Te vermelden wat dat betreft is onder meer het overzichtelijk en beheersbaar houden van een modern administratief recht waarbij almaar meer bestuursoptreden gebeurt door toedoen van toezichthouders en met gebruikmaking van soft law waarvan de juridische draagkracht en afdwingbaarheid niet steeds even strikt afgebakend zijn. De zogeheten horizontalisering van het bestuur noopt dat laatste soms tot het loslaten van de traditionele gezagsstructuren, met alle flexibiliteit en eigenheden die dat qua invulling van het algemeen belang impliceert. In samenhang hiermee zal de rechtsonzekerheid waarmee de tanende herkenbaarheid van het bestuursoptreden gepaard gaat binnen de perken moeten worden gehouden. De onduidelijkheid die bijvoorbeeld bestaat met betrekking tot de hoedanigheid van administratieve overheid toont aan dat het in de eerste plaats aan de regelgever staat om dergelijke onduidelijkheid in de mate van het mogelijke te voorkomen.


Bron: André MAST (†), Jean DUJARDIN, Marnix VAN DAMME, Johan VANDE LANOTTE, Overzicht van het Belgisch administratief recht 2014, Mechelen, Wolters Kluwer, 2014, 1.459 p.

Klik hier om dit boek te bestellen.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over administratief recht.

Gepubliceerd op 01-10-2014

  925