Omgevingsvergunning vervangt milieu- en stedenbouwvergunning

Van den Broeke GuyMartens BobGille BartDe integratie van de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning komt met rasse schreden dichterbij. De bedoeling is om beide vergunningen te integreren in de omgevingsvergunning. Wat betekent dat voor ondernemers? Kluwer Opleidingen organiseert over dit overwerp twee studiedagen: één op 3 december 2015 in Leuven en één op 10 december 2015 in Antwerpen. Sprekers zijn Guy Van den Broeke, Bob Martens, Bart Gille en Pieter Grauls. Hierna vindt u een kort interview met Bart Gille.

Ondernemers die nu rondlopen met plannen voor een nieuwe fabriekshal of opslagruimte moeten daarvoor bij het gemeentebestuur een stedenbouwkundige vergunning aanvragen. In functie van de aard van de activiteiten en de mogelijke milieueffecten hebben ondernemingen ook een milieuvergunning nodig. Voor de meest hinderlijke activiteiten (klasse 1) moeten ze daarvoor aankloppen bij het provinciebestuur, terwijl dat bij de minder hinderlijke activiteiten (klasse 2) de verantwoordelijkheid is van het gemeentebestuur. Voor de minst hinderlijke activiteiten (klasse 3) geldt enkel een meldingsplicht bij het gemeentebestuur.

Eén instantie

Momenteel is het dus goed mogelijk dat een onderneming voor de milieu- en stedenbouwkundige vergunning moet aankloppen bij verschillende overheden. “Met de omgevingsvergunning wordt dat eenvoudiger voor ondernemingen, want slechts één instantie zal zowel de stedenbouwkundige als de milieuaspecten van een project beoordelen”, zegt Bart Gille, milieujurist en gedelegeerd bestuurder van Sertius, een adviesbureau van milieudeskundigen. De behandeling van vergunningsaanvragen werd toegewezen aan het bestuursniveau dat het meest geschikt is voor die bepaalde aanvraag. Welke overheid dat precies is, hangt af van de aard van het project. Voor sommige projecten zal de Vlaamse Regering bevoegd zijn, voor andere kan dat de provinciale deputatie zijn en voor nog andere het college van burgemeester en schepenen. “Het is wel al duidelijk dat voor heel wat projecten waarvoor vandaag de deputatie op milieuvlak bevoegd is, in de toekomst het gemeentebestuur de vergunningverlenende overheid zal worden”, zegt Gille.

Vergunning voor onbepaalde duur

Nog een ingrijpende verandering: terwijl een milieuvergunning nu voor maximaal 20 jaar geldig is, heeft de omgevingsvergunning in principe geen einddatum. Alleen in uitzonderlijke gevallen, die limitatief in de nieuwe regelgeving worden opgesomd, kan een omgevingsvergunning voor bepaalde duur worden verleend. “Voor omgevingsvergunningen voor onbepaalde duur moeten ondernemers na verloop van tijd geen hernieuwing aanvragen”, zegt Gille. “Toch betekent dat nog niet dat ondernemingen carte blanche krijgen van zodra ze een omgevingsvergunning in handen hebben.” Exploitanten zullen nog altijd administratieve stappen moeten zetten, zowel bij een uitbreiding van bestaande vergunde activiteiten of bij de opstart van nieuwe activiteiten. Tegelijkertijd zijn er ook flankerende maatregelen voorzien. Vooreerst wordt de exploitatie aan periodieke evaluaties onderworpen. Daarnaast krijgen heel wat stakeholders de kans om op het einde van elke exploitatieperiode van 20 jaar opmerkingen te formuleren over de verdere exploitatie van de inrichting of activiteit. Deze opmerkingen kunnen uitmonden in het opstarten van een procedure waarbij de omgevingsvergunning wordt bijgesteld. Deze bijstelling kan onder meer leiden tot het wijzigen van de milieuvoorwaarden, het beperken van het voorwerp of het beperken van de duur van de exploitatie.

Eind 2016 of begin 2017

Het kaderdecreet voor de nieuwe omgevingsvergunning is er al een tijdje en dient uitgevoerd te worden door de Vlaamse Regering. Het is ook de Vlaamse Regering die bepaalt wanneer  de nieuwe regelgeving in werking treedt. “Het is wel voorzien dat de omgevingsvergunning pas een jaar na de datum van goedkeuring van de uitvoeringsbesluiten in werking zal treden, waardoor de omgevingsvergunning waarschijnlijk operationeel wordt vanaf het einde van 2016 of begin 2017”, zegt Gille. Hoe dan ook wil de Vlaamse Regering zo snel als mogelijk deze belangrijke nieuwe regelgeving in werking laten treden. Er komt ook een overgangsregeling waarbij bedrijven hun huidige milieuvergunning kunnen laten omzetten in een nieuwe omgevingsvergunning. “Het omgevingsvergunningsdecreet is een puur proceduredecreet en bepaalt de procedureregels voor een geïntegreerde vergunningverlening. De huidige exploitatievoorwaarden blijven dus van toepassing”, stipt Gille aan.


 


Bart Gille is jurist en gedelegeerd bestuurder van adviesbureau Sertius. Hij is ook docent van de Kluwer-opleiding Update milieuadministratie.

Wil u meer specifiek weten hoe u de nieuwe omgevingsvergunning in de praktijk moet toepassen in uw bedrijf? Tijdens de opleiding 'De nieuwe omgevingsvergunning: praktische oplossing voor bedrijven' bekijken Guy Van den Broeke en Bob Martens van A tot Z hoe uw onderneming deze nieuwe wetgeving concreet kan gebruiken. Beide docenten zijn nauw betrokken zijn bij de totstandkoming van het decreet en bij de verdere uitvoering ervan door het uitvoeringsbesluit. Deze opleiding vindt plaats op 3 december 2015 in Leuven.

Een goede milieuboekhouding en een up-to-date en efficiënte administratie zijn van essentieel belang voor uw onderneming. De milieuwetgeving is immers continu in beweging, zodat de lijst van administratieve verplichtingen voor ondernemingen regelmatig aangroeit. Bent u soms uw weg kwijt in de doolhof van milieuverplichtingen waaraan uw bedrijf moet beantwoorden? Volg het praktijkgericht seminarie 'Update milieuadministratie. Een praktische handleiding bij al uw milieuverplichtingen'. De sprekers Pieter Grauls en Bart Gille bieden u een duidelijk overzicht van de allernieuwste milieuverplichtingen waaraan u moet voldoen. Dit seminarie vindt plaats op 10 december 2015 in Antwerpen.

 

Gepubliceerd op 25-08-2015

  199