Nieuwe rendementsgarantie in de aanvullende pensioenen – van compromis naar wet

Paul Van EesbeeckNet voor de kerstvakantie werd de nieuwe ‘wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen’ op een drafje door het Parlement geloodst. Die wet introduceert een aantal ingrijpende wijzigingen zowel voor bestaande als voor nieuwe aanvullende pensioenplannen, en dit zowel voor werknemers als voor zelfstandigen. De wet trad globaal gezien in werking op 1 januari 2016.


Op 25 mei 2016 organiseert M&D een studienamiddag waarbij de nieuwe wettelijke bepalingen uitgebreid onder de loep wordt genomen. Het seminarie wil niet alleen de balans opmaken en duiding geven, maar vooral ook praktische oplossingen aanreiken.


Spreker van dienst is Paul Van Eesbeeck, juridisch adviseur en vennoot van het kantoor Vereycken & Vereycken Legal. Naar aanleiding van het verschijnen van de nieuwe wet en het komende seminarie, legden wij hem alvast een aantal vragen voor.


Op 16 oktober 2015 bereikten de sociale partners eindelijk een akkoord over de zogeheten ‘WAP-rendementsgarantie’. Waarom was het zo moeilijk om tot een akkoord te komen?
'Sinds 2004 moeten werkgevers er voor zorgen dat in hun pensioenplannen van het type ‘vaste bijdragen’, de pensioenbijdragen een minimumrendement opleveren van 3,75% (werkgeversbijdragen) / 3,25% (werknemersbijdragen). Die rendementsgarantie wordt in het vakjargon de ‘WAP-rendementsgarantie’ genoemd (WAP is een acroniem  voor Wet Aanvullende Pensioenen).'

'In het begin konden de verzekeraars die rendementsgarantie op zich nemen, maar met de alsmaar dalende intrestvoeten op de financiële markten lukt dat niet meer.
Dit houdt in dat de werkgevers zelf het verschil moeten bijpassen en dat leidt tot spanningen. Met de ware duik die de marktintrestvoeten de jongste twee jaar kenden, ging dit in crescendo en werd aan de alarmbel getrokken.'

'De interesse vanuit werkgevershoek voor aanvullende pensioenen begon te tanen.
Er kwam dan ook meer en meer druk om die ‘sociaalrechtelijke’ rendementsgarantie ten laste van de werkgever neerwaarts bij te stellen en opnieuw te laten sporen met de realiteit van de financiële markten.
Maar de realiteit van de financiële markten is dat risicovrije beleggingen soms zelfs niet meer in staat zijn om de inflatie bij te benen.'

'In het licht hiervan kwamen ook vanuit werknemerskringen bedenkingen : “Waarom nog geld opzij zetten als het rendement op lange termijn niet eens zou toelaten om de koopkracht van die pensioenreserves te vrijwaren.”
Het werd dus een moeilijke evenwichtsoefening tussen in het licht van de realiteit van de financiële markten moeilijk te verenigen doelstellingen: koopkrachtbehoud voor de werknemers en afdekkingsmogelijkheid of verzekerbaarheid van de rendementsgarantie voor de werkgevers. Na lange onderhandelingen hebben de sociale partners in oktober jl. een compromis bereikt dat nu dus een wettelijke vertaalslag heeft gekregen.'
 

Wat is voor u de opvallendste nieuwigheid? 
'De nieuwe architectuur van de ‘WAP-rendementsgarantie’ is natuurlijk de eyecatcher van de nieuwe wet. De wettelijke vertaalslag van het akkoord van de sociale partners roept echter nog veel vragen op.
Daarnaast worden een aantal bestaande concepten grondig door elkaar geschud. Zo kunnen aanvullende pensioenen voortaan pas worden uitgekeerd als de aangeslotene wettelijk pensioneert of kan pensioneren. Logisch, zou men denken.'

'De nieuwe wet bevat echter een aantal inconsistenties en hiaten en roept vooral voor bestaande pensioenplannen (met soms nog een eindleeftijd van 60 jaar) enorm veel vraagtekens en - soms ernstige - bedenkingen op. En dit misschien nog meer bij zelfstandigen dan bij werknemers. De wetgever is hier een beetje met een tractor door een moestuin getrokken. Er zijn wel overgangsregelingen, maar die vallen eerder mager uit. Ook de redelijk wijdverspreide gunstregelingen bij vervroegde loopbaanbeëindiging gaan voor de bijl.'

 
Moeten bestaande pensioenplannen aangepast worden aan de nieuwe bepalingen? En zo ja, wat zijn hierbij de voornaamste aandachtspunten?
'Jazeker. De wet geeft zelfs tot eind 2018 (!) de tijd om de pensioenreglementen aan te passen. Dat zegt op zich al genoeg. Vooral op het vlak van de nieuwe uitkeringsregels en het verbod van vervroegingsregels zullen de pensioenreglementen tegen het licht van de nieuwe wetgeving moeten gehouden worden. Het wordt gewis geen addendum dat in enkele regels te vatten is.'

Waar en wanneer? Edegem – 25 mei 2016

Meer informatie en inschrijven: Aanvullende Pensioenen voor werknemers. Een nieuw wettelijk kader sinds 1 januari 2016.

Bron: Wet van 18 december 2015 tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen, BS 24 december 2015.

Over de spreker: Paul Van Eesbeeck is juridisch adviseur en vennoot van het kantoor Vereycken & Vereycken Legal. Paul Van Eesbeeck verzorgde reeds talrijke publicaties en tussenkomsten op seminaries en congressen en is lid van het redactiecomité van (o.a.) de nieuwsbrief Life & Benefits (een Wolters Kluwer uitgave). Hij is daarnaast ook ondervoorzitter van de Commissie voor Aanvullende Pensioenen voor Werknemers en docent in de leergang pensioenrecht aan de KULeuven.


 


 


 

Gepubliceerd op 20-04-2016

  109