‘Milieuhandhaving is helaas geen prioriteit voor Justitie’

Uit De Juristenkrant nr. 403 van 12 februari 2020

Uit een recent, vernietigend rapport van de Europese Raad van justitieministers blijkt dat er heel wat schort aan de opsporing en bestraffing van milieudelicten in de lidstaten van de Europese Unie. Over de belangrijkste conclusies van dat rapport, en wat er allemaal beter kan, spraken we met Luc Lavrysen en Jan Van den Berghe. ‘We hebben de indruk dat in Europa de problemen worden onderschat.’

Gepubliceerd op 13-02-2020

Luc Lavrysen (rechts op de foto): ‘Training van rechters en procureurs heeft alleen zin als er sprake is van voldoende specialisatie. Anders rendeert de training onvoldoende. Wereldwijd zien we dat er overal gespecialiseerde milieuafdelingen in rechtbanken worden opgericht, van China en India tot Afrika. Dat is echt overal een tendens, behalve in Europa, toch de voortrekker op vlak van milieuwetgeving en -bescherming. Enkel in Zweden en Finland trekt men wel de kaart van de milieuafdelingen.’

milieu-1
Jan Van den Berghe en Luc Lavrysen - (c) Wouter Van Vaerenbergh

Er is dus een probleem bij de rechtbanken. Maar het begint eigenlijk al eerder, namelijk bij de vaststelling?

Van den Berghe: ‘In België zaten we eigenlijk goed qua specialisatie bij de politie. Bij de federale politie was er een cel van zes à zeven mensen. De laatste jaren werd dat gereduceerd. Het ging ook eerder om ondersteuning, voor het hele land. Dan moet je dus volk hebben op het terrein. Toen ik dertig jaar geleden begon, was er in Gent een goede opvolging. Bij de BOB waren er mensen mee bezig, die gemotiveerd waren. Ook bij het parket was dat het geval. Op de zetel waren er rechters die interesse hadden voor de materie. Dan is de keten gesloten, al bleef het beperkt. In die tijd kregen we regelmatig dossiers binnen uit de Gentse haven. Dat is nu sterk afgenomen. De opvolging is systematisch afgebouwd.’

Lavrysen: ‘In het vorige nationaal veiligheidsplan van de politie was enkel afval nog een prioriteit. Als je daar niet inzit, staan er ook geen middelen meer tegenover. Hetzelfde met de inspecties milieu, natuur en ruimtelijke ordening. Die zijn allemaal praktisch gehalveerd.’

Van den Berghe: ‘Ze worden bovendien constant hervormd. Van BROL naar AROL naar AROHM, nu Omgeving. Je moet er permanent mee bezig zijn om het te kunnen volgen. Elke minister heeft precies de nood om hervormingen door te voeren. Daarnaast zijn er constante besparingen. De natuurinspectie Oost-Vlaanderen, dat zijn drie mensen. Dat is niet houdbaar.’

[...]

Van den Berghe: ‘Milieurecht omvat heel veel: geluid, afval, ruimtelijke ordening, bodem, CITES… Bovendien bestrijkt het zowel het strafrecht als het burgerlijk en administratief recht. Dus is specialisatie primordiaal. Maar in geen van de lidstaten is handhaving een prioriteit, is de belangrijkste conclusie van het Genvalrapport. Dat kan tellen als vaststelling van de Europese raad.’

De Europese raad, dat zijn de justitieministers. Men tikt dus eigenlijk zichzelf op de vingers?

Van den Berghe; ‘Ja dat klopt. Er moet dus echt wel iets gebeuren.’

Die combinatie van straf- en burgerlijk recht, is dat doenbaar voor een rechter?

Van den Berghe: ‘Alles is te doen, als de wil er is.’

Lavrysen: ‘Er zijn voorbeelden van in het buitenland. In New South Wales in Australië combineren ze dat, en het werkt perfect. In Frankrijk is heel onlangs de beslissing genomen dat er op iedere niveau, eerste aanleg, hoger beroep en Cassatie, een afdeling milieu komt, voor zowel burgerrechtelijke als strafrechtelijke zaken.’

milieu-20
Jan Van den Berghe en Luc Lavrysen - (c) Wouter Van Vaerenbergh

Van den Berghe: ‘Daarbij pleit men in Frankrijk ook voor de attractiviteit van de functie. Hier werken we nog te veel met Chinese vrijwilligers. Dat is niet goed. Je moet het structureel organiseren. Zoals je beslagrechters en onderzoeksrechters hebt, en jeugdrechters, moet je ook milieurechters hebben. Het is de meest gespecialiseerde materie, maar er is geen speciale opleiding vereist. Je moeten mensen hebben die opgeleid zijn en die de kans hebben om zich daarin te bekwamen. Er moet dus ook een zekere stabiliteit zijn, en het moet aantrekkelijk zijn. Je moet een statuut organiseren.’

Een ‘gewone’ strafrechter kan dit niet aan?

Van den Berghe: ‘Het is zodanig gespecialiseerde materie, dat dat moeilijk is. Je zou zelfs binnen het milieurecht verder kunnen specialiseren, en bijvoorbeeld alle CITES-zaken aan één provinciaal parket toewijzen. Ik pleit zelfs voor een nationale CITES-magistraat, zoals de nationale hormonenmagistraat. Dan kan men zich daarin inwerken.

Betekent het ook dat er meer milieumagistraten nodig zijn?

Lavrysen: ‘Globaal genomen denk ik het niet, als de kaders ingevuld zijn. Als je er in iedere provincie drie hebt, kun je al heel wat doen.’

Van den Berghe: ‘Ik krijg heel veel vragen van collega’s, ook civilisten. Je kunt veel efficiënter werken als je mensen daar dagdagelijks in kan laten werken. Ik vergelijk het met een ziekenhuis. Als je met een breuk in je voet naar de psychiater moet…’

  457