1. Home
  2. Nieuws
  3. Domein
  4. Publiek recht
  5. Lokale besturen worden moderne overheidsbedrijven

Lokale besturen worden moderne overheidsbedrijven

Het langverwachte Decreet Lokaal Bestuur treedt pas volledig in voege op 1 januari 2019, maar nu al zijn de voornaamste krachtlijnen geanalyseerd en opgelijst in het Gemeentelijk Zakboekje Bestuur. Naar aanleiding van deze nieuwe uitgave heeft de auteur, Brecht Warnez, een interview gegeven. 

Gepubliceerd op 03-01-2018

Betekent het nieuwe decreet een revolutie voor de lokale besturen?

Heel wat basisprincipes blijven dezelfde en de meeste wijzigingen werden de lokale besturen reeds duidelijk door het Vlaams regeerakkoord en de diverse conceptnota’s van minister Homans. Op legistiek vlak daarentegen is er een wervelwind langsgekomen. Zowel het Gemeentedecreet, het OCMW-decreet als het Decreet Intergemeentelijke Samenwerking gaan op de schop en worden gebundeld in het nieuwe Decreet Lokaal Bestuur. Er zijn ook wel enkele inhoudelijk drastische keuzes genomen.


Wat zijn de meest ingrijpende wijzigingen?

Op een aantal vlakken heeft de decreetgever gekozen voor een slankere en eenvoudigere regelgeving. Het samensmelten van de diverse decreten in één decreet brengt dat met zich mee. In het bijzonder is er ook een grondige simplificatie voor het bestuurlijk toezicht. Er wordt afgestapt van het tweetrapstoezicht waarbij de schorsingsbevoegdheid wordt geschrapt. De gouverneur beschikt nu, onder het gezag en volgens de richtlijnen van de minister, onmiddellijk over een vernietigingstoezicht. Daarbij gaat een zwaardere publicatieverplichting die ruimer en sneller zal moeten zijn.

Voor de OCMW-werking worden daarentegen weer een aantal zaken complexer.


Wat met het OCMW? Blijft die bestaan?

Het bekvechten over de bevoegdheidsverdeling tussen de Vlaamse en de federale overheid heeft ertoe geleid dat de OCMW’s als rechtspersoon blijven bestaan. De decreetgever heeft evenwel haar bevoegdheid maximaal uitgeput door de OCMW’s uit te hollen. Hoewel de rechtspersoon blijft bestaan, zullen de OCMW-bestuurders en -personeelsleden zo veel mogelijk identiek zijn hun gemeentelijke tegenhangers. Op politiek vlak wordt de OCMW-raad en het vast bureau net hetzelfde samengesteld als respectievelijk de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen. Een nieuw bijzonder comité voor de sociale dienst beslist nu over de individuele steundossiers. De ambtelijke integratie betekent dat het OCMW en de gemeente nu aangestuurd wordt door één ‘algemeen directeur’, wat de nieuwe naam is voor de gemeentesecretaris. Voor beide besturen is maar één financieel beheerder, één organogram, één managementteam… Kortom op personeelsvlak gaan we richting een OCMW dat enkel nog maatschappelijke werkers tewerkstelt.


Zijn er ook kleinere aanpassingen die wat meer onder de radar bleven?

Uiteraard! Ik denk bijvoorbeeld aan de verplichte rangorde tussen de gemeenteraadsleden, minder onverenigbaarheden voor die raadsleden, sterkere informatieverplichtingen ten aanzien van de gemeenteraad, de afschaffing van de verplichte commissie voor verzelfstandiging en samenwerking, wijzigingen aan de delegatiebevoegdheden van de raad aan het schepencollege, aanpassingen aan de tuchtprocedure, de modernisering en digitalisering voor de opmaak en ondertekening van akten, nieuwe bekendmakingsregels…

Daarnaast zijn er, onder meer door de integratie van het OCMW, heel wat aanpassingen aan de financiële beleidsrapporteringsregels. Beide besturen stellen nu gezamenlijk beleidsplannen op, met name de meerjarenplanning en de jaarrekening. Aangezien beide rechtspersonen blijven bestaan, zal voor het aangaan van de verbintenissen en de concrete ontvangsten en uitgaven wel nog een onderscheid moeten worden gemaakt in de beleidsrapporten. Dit maakt het geheel weer wat ingewikkelder. Daarnaast wordt het budget als afzonderlijk beleidsrapport afgeschaft en geïntegreerd in het meerjarenplan, zijn er extra informatieverplichtingen naar onder andere de gemeenteraad en worden een aantal detailmaatregelen geschrapt.


Hoe worden die wijzigingen in het zakboekje verwerkt?

Voor de lokale besturen is 2018 een jaar waar de ‘oude’ regelgeving, zoals het Gemeentedecreet, nog dagelijks werking heeft. Daarnaast moet een lokaal bestuur zich voorbereiden op 2019 en daarbij enkele strategische keuzes maken of wijzigingen in hun dagelijks werking aanbrengen. Ik denk bijvoorbeeld aan de nieuwe verplichting voor de algemeen directeur om een zittingsverslag op te stellen van de gemeenteraadsvergadering. Het verslag bevat de essentie van de tussenkomsten en van de mondelinge en schriftelijke vragen en antwoorden. Het verslag mag in de vorm van een audio- of audiovisuele opname. Voor sommige gemeenten zal dit een aanpassing betekenen van hun audioapparatuur.

We hebben er daarom voor gekozen om de huidige spelregels voor het dagelijks bestuur als uitgangspunt in dit boekje op te nemen. Bij elk thema of deelaspect van die werking waarvoor het Decreet Lokaal Bestuur een belangrijke wijziging vooropstelt, werd een aparte toelichting in het zakboekje verwerkt. Die passages over het nieuwe decreet worden eruit gelicht door ze in grijze kaders te plaatsen. De lezer die efficiënt de oude tegenover de nieuwe regelgeving wil plaatsen, kan dit door even het boekje te doorbladeren.


Het nieuwe Decreet Lokaal Bestuur treedt pas volledig in werking vanaf 1 januari 2019. Betekent dit voor de lokale besturen dat er vorig jaar en de afgelopen jaren rust was op regelgevend vlak?

Neen, absoluut niet. De decreetgever had al een aantal voorafnames gedaan om het nieuwe Decreet Lokaal Bestuur geleidelijk aan te kunnen integreren. Te denken valt aan het Fusiedecreet, wijzigingen aan het Decreet Intergemeentelijke Samenwerking, de kiesregelgeving, het Gemeentefondsdecreet of inzake personeelsaangelegenheden. Daarnaast treden reeds een aantal bepalingen uit het Decreet Lokaal Bestuur reeds in 2018 in werking. In het zakboekje is die nieuwe, reeds van kracht zijnde, regelgeving al verwerkt.


Hoe evalueer je het nieuwe Decreet Lokaal Bestuur? Zie je knelpunten?

Het nieuwe decreet is zeker een positief verhaal waarbij de lokale besturen moderne overheidsbedrijven worden. Toch kijk ik bijvoorbeeld uit naar hoe de rechtbanken zullen omgaan met de nieuwe structuren bij de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. De decreetgever heeft – in de nasleep van de mediahetze – het aantal bestuurders bij de intercommunales drastisch willen verminderen. Dit heeft met zich meegebracht dat (voornamelijk de kleinere) gemeenten niet meer vertegenwoordigd zullen zijn in die samenwerkingsverbanden en dus niets meer zullen te zeggen hebben over de (dagelijkse) werking. Naar mijn mening staat dit minstens op gespannen voet met de in house-doctrine die ervoor zorgt dat de transacties tussen de gemeente en de intercommunales niet onder de algemene overheidsopdrachtenregels vallen. Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat de Raad van State hierover zou oordelen dat de stringente overheidsopdrachtenreglementering wél van toepassing is. Dit zou alvast het einde betekenen voor de werking bij heel wat intercommunales.

De implementatie en opvolging van het Decreet Lokaal Bestuur zal voor de gemeenten dus niet altijd even evident zijn. Maar het zakboekje is hierbij alvast een goede gids!

  767