Hybride vormen van normcreatie en bestuur

TBPR 2017-4 - coverEen speciale editie van het Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht (TBP) (afl. 2017/4) bevat bijdragen naar aanleiding van het 7e doctorandicongres dat plaatsvindt op 17 mei 2017. Het thema van dit congres is "Hybrid Forms of Governance: Moving Beyond Traditional Public Law". Hierna vindt u een korte voorstelling van de bijdragen die geselecteerd werden voor deze speciale editie.

Traditiegetrouw organiseert de onderzoeksgroep Overheid & Recht van de Universiteit Antwerpen jaarlijks een doctorandicongres. De editie van 2017 wordt niet enkel gedragen door de Universiteit Antwerpen, maar ook door de Universiteit Hasselt en de KULeuven. Het organiserend team, bestaande uit Ute Lettanie, Sander Nysten, Maja Sahadžić en Didier Van Overloop, kon daarvoor rekenen op de medewerking van Kristof Wauters (UHasselt) en Ronald Van Crombrugge (KULeuven). Het vierde nummer van het Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht (TBP) is geheel gewijd aan de bijdragen van de jonge doctorandi die tijdens het zevende doctorandicongres op 17 mei 2017 hun onderzoek presenteren.

Tijdens dit doctorandicongres staat niet alleen opnieuw een actueel publiekrechtelijk thema centraal, ook wordt expliciet ingezet op internationalisering en interdisciplinariteit. Om de zichtbaarheid te vergroten, is het thema van het doctorandicongres – en bij uitbreiding deze uitgave – precies om die reden in het Engels verwoord: “Hybrid Forms of Governance: Moving Beyond Traditional Public Law”.

Dit thema zet aan tot reflectie over hybride vormen van normcreatie en bestuur, die in het publiekrecht in toenemende mate in zwang raken. Het thema beperkt zich echter niet tot het publiekrecht in de strikte zin van het woord, daar modern bestuur steeds vaker buiten zijn traditionele grenzen treedt en op diverse niveaus het onderscheid tussen publiek en privaat bestuur aan het vervagen is. Het thema werd dan ook bewust ruim geformuleerd om samenwerking en kennisuitwisseling met andere onderzoeksgroepen en disciplines maximaal te stimuleren. De diversiteit van de bijdragen in deze uitgave toont aan dat die opzet vruchten heeft afgeworpen. De speciale editie van het Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht (TBP) beperkt zich niet tot het klassieke staats- en bestuursrecht, maar besteedt tevens aandacht aan complementaire rechtstakken, waaronder het financieel recht, het gezondheidsrecht en het intellectuele eigendomsrecht.

De volgende bijdragen werden, na een double blind peer review, geselecteerd voor dit nummer.

Lettanie UteIn de eerste bijdrage focust Ute LETTANIE op de jonge consultatiepraktijk van de Europese Centrale Bank (ECB). Toen de ECB enkel verantwoordelijk was voor het monetair beleid, heeft zij nooit consultaties georganiseerd. Toch verklaart de verschillende aard tussen het monetair beleid en prudentieel beleid waarom de Europese beleidsgevers consultaties soms verplichten bij het prudentieel beleid. Daarom schetst de auteur de inbedding van het prudentieel beleid bij de ECB en vergelijkt ze waar nodig met het oudere monetair beleid. Uit die analyse komen al enkele bijzondere kenmerken naar voor van de ECB als prudentiële actor. Daarna analyseert deze bijdrage voor de eerste keer hoe de ECB omgaat met die recente nieuwe consultatieverplichting. Daarvoor onderzoekt de auteur niet enkel de wettelijke basis en de doelstellingen van de consultaties, maar leidt ze ook een consultatiepraktijk af uit de reeds georganiseerde consultaties. Ten slotte eindigt de bijdrage met enkele pertinente vaststellingen en aanbevelingen in verband met de openbare raadplegingen van de ECB.

Leys ThomasThomas LEYS stelt zich in een tweede bijdrage de vraag of beslissingen van publiekrechtelijke rechtspersonen tot herroeping van een privaat recht op het openbaar domein onderworpen zijn aan de beginselen van behoorlijk bestuur. Hoewel de mogelijkheid tot het vestigen van private rechten op openbaar domein zowel in rechtsleer als rechtspraak wordt bevestigd, blijft de valorisatie van het openbaar domein problematisch door vele onzekerheden. Met name de voorwaarde dat de overheid steeds het recht moet hebben om het gebruik van het openbaar domein te allen tijde te regelen roept vragen op. Waarmee moet men rekening houden wanneer een overheid een contract wilt herroepen met als voorwerp het toekennen van een privaat recht op openbaar domein? In deze bijdrage gaat de auteur in op de specifieke vraag naar de toepasbaarheid van de beginselen van behoorlijk bestuur op een dergelijke herroeping van overheidswege.

Nysten SanderIn een derde bijdrage gaat Sander NYSTEN na of het Vlaams Decreet Complexe Projecten aanknopingspunten biedt voor het beheer van intellectuele eigendom. Hij legt de link met het bestuursrecht vanuit het gebied van het intellectuele eigendomsrecht. De bijdrage situeert zich meer specifiek in de omgeving van stedenbouw, die in toenemende mate gestoeld is op interdisciplinaire samenwerkingen tussen actoren zoals architecten, ingenieurs, burgers en overheden. In een dergelijke innovatieve en creatieve omgeving zijn goede afspraken inzake intellectuele eigendomsrechten echter essentieel. Een gebrek aan juridische voorbereiding kan in de toekomst voor onvoorziene conflicten, kosten en vertragingen zorgen. Deze bijdrage onderzoekt in hoeverre het Vlaams Decreet Complexe Projecten van 2015 aan projectpartners de mogelijkheid biedt om afspraken te maken inzake het beheer van intellectuele eigendomsrechten. Het intellectuele eigendomsrecht specifieert dat immers niet en veronderstelt dat partijen onderling een regeling treffen. Het blijft echter onduidelijk of dit in de praktijk ook voldoende gebeurt. Kan het Decreet Complexe Projecten partijen op het juiste spoor zetten?

PANS MauriceDarcis CoralieMaurice PANS en Coralie DARCIS bespreken in een vierde bijdrage de samenwerking tussen de FOD Justitie en de FOD Volksgezondheid in het kader van het herwerkte Belgische interneringsbeleid. Een jarenlange, inadequate aanpak en “criminalisering” van personen met een psychiatrische stoornis en daaruit volgende veroordelingen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waren de aanleiding voor een herziening van het Belgisch interneringsbeleid. Nieuwe, interdisciplinaire inzichten met betrekking tot levenskwaliteit en maatschappelijke re-integratie van deze geïnterneerden gaven gestalte aan de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering van personen en het Masterplan Internering van juni 2016. De auteurs staan stil bij deze nieuwe juridische instrumenten en gaan na op welke manier er in beide gevallen randvoorwaarden worden gecreëerd voor een hybride bestuursvorm tussen de beleidsdomeinen Justitie en Volksgezondheid.

Sahadzic MajaIn een vijfde bijdrage behandelt Maja SAHADŽIĆ een hedendaagse theorie inzake federalisme. Klassiek onderzoek steunt op de idee dat federale systemen unitair zijn, evenals gebaseerd op symmetrische en gelijkwaardige relaties tussen de verschillende deelstaten. De hedendaagse theorie inzake federalisme geeft daarentegen aan dat recente federale systemen gefragmenteerd zijn en dat multinationale staten de interne verschillen proberen te ondervangen door asymmetrische structuren op te zetten. Dit onderwerp werd in het verleden reeds gedeeltelijk onderzocht in de literatuur, maar die onderzoeken baseren zich voornamelijk op de klassieke federale theorie. Daarom is een holistische benadering wenselijk, die hedendaagse asymmetrische grondwettelijke regelingen bestudeert als mechanismen die diversiteit in multi-tiered multinationale systemen faciliteren. Het doel van deze bijdrage is tweeledig. In de eerste plaats verheldert deze bijdrage het verschil tussen federale staten en asymmetrische multi-tiered multinationale systemen. In de tweede plaats beoogt deze bijdrage een debat te starten over de verschillende benaderingen in het onderzoek naar constitutionele asymmetrieën. Hiervoor biedt de bijdrage een reeks indicatoren voor een rechtsvergelijkende casestudie-analyse aan.

Verbeyst StevenTen slotte onderzoekt Steven VERBEYST de bevoegdheidsgrenzen en de rechtsgevolgen van de publiekrechtelijke inkleuring van privaatrechtelijke rechtspersonen in een laatste bijdrage. Volgens de tweewegenleer kan de overheid, in het kader van haar taken van algemeen belang, kiezen voor de publiekrechtelijke dan wel de privaatrechtelijke weg. De meerderheid van de rechtsleer aanvaardt dat deze keuzemogelijkheid eveneens geldt voor de oprichting van een afzonderlijke rechtspersoon. Een publiekrechtelijke rechtspersoon wordt gereglementeerd door het publiekrecht, terwijl de oprichting van een privaatrechtelijke rechtspersoon gebaseerd is op het verenigings-en vennootschapsrecht. Echter, twee voorbeelden illustreren dat die theorie niet overeenstemt met de realiteit. De overheid richt privaatrechtelijke rechtspersonen op die op cruciale punten afwijken van het privaatrecht. De bijdrage onderzoekt één van de meest belangrijke vragen die hierbij rijst: Zijn de deelstaten bevoegd om af te wijken van het federale verenigings-en vennootschapsrecht? Het eerste deel van de bijdrage geeft kritisch de evolutie van de rechtspraak en de adviespraktijk van het Grondwettelijk Hof en de Raad van State hieromtrent weer. Het tweede deel van de bijdrage bespreekt hoe ver de inmenging van het publiekrecht kan gaan alvorens de privaatrechtelijke rechtspersoon te (her)kwalificeren naar een publiekrechtelijke rechtspersoon.

De auteurs van deze gevarieerde bijdragen hebben ieder op hun manier aangetoond dat het recht evolueert en dat het publiekrecht zich aanpast aan de noden van de dynamische samenleving. In de speciale editie van TBP worden slechts enkele voorbeelden gegeven van hoe het recht daarop inspeelt.




Bron: X, "Hybrid Forms of Governance: Moving Beyond Traditional Public Law", TBP 2017, afl. 4.

De volledige tekst vindt u in het Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht (TBP). Klik hier voor meer informatie over het Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht (TBP), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over overheidsbestuur.


Gepubliceerd op 22-03-2017

  620