Gemeentelijk plaatsverbod

Todts LiesbethLiesbeth Todts schreef voor het Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht (TBP) een bijdrage waarin ze een eerste verkenning biedt van het plaatsverbod in artikel 134sexies van de Nieuwe Gemeentewet. De auteur toetst dit juridisch instrument aan het fundamentele recht op persoonlijke bewegingsvrijheid. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (GAS-Wet) voert in artikel 134sexies van de Nieuwe Gemeentewet de mogelijkheid in voor de burgemeester om de openbare orde te handhaven door het opleggen van een plaatsverbod. Op basis hiervan kan de burgemeester in geval van verstoring van de openbare orde of overlast de dader(s) een verbod opleggen om gedurende één maand een bepaalde plaats of plaatsen te betreden. België heeft hiervoor de mosterd gehaald in Nederland. Het plaatsverbod an sich is evenwel niet nieuw; het was al gekend in het straf- en in het bestuursrecht. Nieuw is dat het plaatsverbod nu voor het eerst op algemene wijze in een wettekst werd geregeld.

Zowel de Nederlandse oorsprong als onder meer de inhoudelijke en vormelijke vereisten van het plaatsverbod komen aan bod. Hieruit blijkt dat het gemeentelijk plaatsverbod een onmiddellijkheidsinstrument is, bedoeld om onmiddellijk te kunnen ingrijpen wanneer de handhaving van de openbare orde dit vereist. Het plaatsverbod moet evenwel voldoen aan een aantal vormvoorwaarden die net een onmiddellijk optreden kunnen verhinderen, zoals de verplichte voorafgaande waarschuwing en de formele motiveringsplicht. Wat de juridische kwalificatie betreft, beschouwt de wetgever het gemeentelijk plaatsverbod als een politiemaatregel. Het Grondwettelijk Hof heeft op 23 april 2015 de beroepen die werden ingediend tegen het gemeentelijk plaatsverbod verworpen, de kwalificatie als politiemaatregel bevestigd en de draagwijdte van het plaatsverbod op een aantal punten verduidelijkt (nr. 2015/44). Deze kwalificatie verhindert echter niet dat de Raad van State in een concreet geval toch kan beslissen dat het in werkelijkheid gaat om een administratieve sanctie of zelfs een criminal charge of straf. De kwalificatie is belangrijk voor de rechtsbescherming en de samenloopproblematiek. Het onderscheid tussen politiemaatregelen, administratieve sancties en straffen moet dus worden verduidelijkt.

Het plaatsverbod is een beperking van het fundamentele recht van de burger op bewegingsvrijheid, gewaarborgd in onder meer artikel 2 van het Vierde Protocol bij het EVRM en situeert zich in een context van steeds meer beperkingen op dit fundamentele recht door optreden van de overheid ter handhaving van de openbare orde. Om in overeenstemming te zijn met het recht op persoonlijke bewegingsvrijheid, moeten deze vrijheidsbeperkende ordehandhavingstechnieken voorgeschreven zijn bij wet, een legitiem doel nastreven en proportioneel zijn. Een beperkte toetsing van het plaatsverbod aan deze beperkingsvoorwaarden leert dat het verbod op het eerste gezicht een toelaatbare beperking is. Het verbod heeft immers een grondslag in het nationale recht en streeft een legitieme doelstelling na, zijnde de handhaving van de openbare orde. Bovendien moet het plaatsverbod voldoen aan het proportionaliteitsbeginsel. Toch rijzen er vragen, onder meer omdat de nadere invulling van de beperkingsvoorwaarden door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens niet altijd even duidelijk is. Er is dus nood aan nader onderzoek om na te gaan welke inhoud aan deze criteria moet worden gegeven opdat het plaatsverbod, maar ook andere vrijheidsbeperkende ordehandhavingstechnieken, in overeenstemming zouden zijn met het recht van de burger op bewegingsvrijheid.


 


Bron: Liesbeth TODTS, “Het gemeentelijk plaatsverbod: een eerste verkenning en toetsing aan het fundamentele recht op persoonlijke bewegingsvrijheid”, TBP 2015, 432-448.

De volledige tekst vindt u in het Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht (TBP). Klik hier voor meer informatie over het Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht (TBP), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over het gemeentelijk plaatsverbod.


Gepubliceerd op 16-10-2015

  605