Contact tracing Covid-19 dwingt artsen tot schending van het beroepsgeheim

De Juristenkrant nr. 409 van 13 mei 2020

Sinds maandag 11 mei 2020 is men gestart met contactonderzoek in de strijd tegen Covid-19. Contactonderzoekers nemen daarbij vanuit een callcenter telefonisch contact op met enerzijds mensen die positief getest hebben op Covid-19 of bij wie er een zeer sterk vermoeden van besmetting is, en anderzijds met mensen met wie die personen in contact zijn geweest. De bedoeling is de verspreiding van het virus tegen te gaan door de keten van de pandemie van Covid-19 besmettingen te doorbreken en ook de wijze van verspreiding in kaart te brengen. Voor het uitvoeren van contactonderzoek verstrekken de artsen, de ziekenhuizen en de laboratoria informatie, waaronder medische informatie, over de besmette personen. De vraag rijst of het doorgeven van die vertrouwelijke informatie geen schending is van het beroepsgeheim.

Gepubliceerd op 13-05-2020

Tom Goffin
Docent Gezondheidsrecht, bij Metamedica, Universiteit Gent

Het contactonderzoek is een gemeenschapsbevoegdheid en wordt in Vlaanderen geregeld door het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid. Het wordt in principe gestart op basis van een verplichte melding van de infectieziekte, zoals tuberculose, aan het Agentschap Zorg en Gezondheid door de behandelende arts, het hoofd van een laboratorium van klinische biologie of de arts, belast met het medisch toezicht in scholen, bedrijven, voorzieningen waar kinderen en jongeren verblijven, rust- en verzorgingstehuizen en rustoorden voor bejaarden. De meldplicht wordt verder uitgewerkt in het besluit van de Vlaamse regering van 19 juni 2009 betreffende initiatieven om uitbreiding van schadelijke effecten, die veroorzaakt zijn door biotische factoren, tegen te gaan.

cheng-feng-hml5jpc3wzu-unsplash

Er wordt uitgegaan van een minimale gegevensdeling, louter met het oog op het contactonderzoek. Alle verdere verwerkingen voor statistische, wetenschappelijke of beleidsondersteunende doeleinden gebeuren uitsluitend op basis van geanonimiseerde gegevens. Het contactonderzoek wordt vervolgens uitgevoerd door ambtenaren-artsen van het Agentschap Zorg en Gezondheid die maatregelen kunnen treffen, zoals het in quarantaine plaatsen van besmette personen, hen medische behandelingen opleggen en de contacten van besmette personen verplichten infectieonderzoeken te ondergaan. Iedere betrokkene heeft bovendien de juridische plicht de ambtenaren-artsen aanvullende informatie mee te delen die ze noodzakelijk achten voor het nemen van de maatregelen. De niet-naleving kan tot strafrechtelijke vervolging leiden. Dat strikte, gelimiteerde keurslijf vormt de wettelijke basis voor de geheimplichtigen om af te wijken van hun beroepsgeheim.

Contactonderzoek Covid-19

Hoewel het contactonderzoek Covid-19 nog steeds een gemeenschapsbevoegdheid is, is het juridisch kader volledig verschillend van dat van het traditionele contactonderzoek. De Vlaamse overheid heeft voor deze crisis het decreet van 8 mei 2020 tot organisatie van contactonderzoek in het kader van Covid-19 aangenomen. Dat decreet machtigt een extern samenwerkingsverband om het contactonderzoek uit te voeren. Ondanks de gemeenschapsbevoegdheid wordt het overige deel van de organisatie geregeld door het Interfederaal comité testing & contactopvolging, dat ter bestrijding van de corona-crisis in het leven werd geroepen.

De contactonderzoekers van het samenwerkingsverband bellen besmette personen op en doen een risico-inschatting van de contacten van die persoon. Hoogrisicocontacten worden vervolgens gecontacteerd met het advies in zelfisolatie te gaan en aandachtig te zijn voor de symptomen. Deze personen krijgen van de contactonderzoeker per sms een code om een Covid-19 test te ondergaan. Laagrisicocontacten worden ook gecontacteerd en krijgen algemene informatie over hoe een besmetting kan worden voorkomen.

De contactonderzoekers gebruiken voor het contactonderzoek informatie doorgestuurd uit de Covid-19-databank van Sciensano. Die databank is opgericht krachtens het koninklijk besluit nr. 18 van 4 mei 2020. De Covid-19-databank heeft naast contactonderzoek ook het realiseren van wetenschappelijk, statistisch en/of beleidsondersteunend onderzoek, na pseudonimisering, en het meedelen van gegevens aan onder meer het Agentschap Zorg en Gezondheid tot doel, zodat ook het traditionele contactonderzoek kan plaatsvinden.

De informatie komt in de databank van Sciensano doordat de huisarts in de voorziene procedures elektronische formulieren moet invullen die gelinkt zijn aan de databank:

1. bij een laboratoriumaanvraag voor een Covid-19 test;

2. bij een beslissing van de huisarts om ondanks negatieve testresultaten, de patiënt toch te diagnosticeren met Covid-19 gezien de aanwezige symptomen;

3. bij een beslissing van de huisarts om, bij de onmogelijkheid de patiënt te testen, gezien de aanwezige symptomen de patiënt te diagnosticeren met Covid-19.

Doordat alles aan alles gelinkt is, bevat de Covid-19-databank de meest actuele en volledige informatie over de besmette personen en hun contacten.

Beroepsgeheim

Hoewel de regeling op het eerste zicht betrouwbaar lijkt, sluipt er een adder onder het gras. Het Covid-19-decreet van 8 mei 2020 bevat geen meldplicht van Covid-19 voor de artsen, laboratoria en ziekenhuizen aan de Covid-19 databank. Nochtans is een wettelijke meldplicht of minstens een wettelijke toelating, noodzakelijk opdat geheimplichtigen zoals (huis)artsen, laboraten, hun beroepsgeheim overeenkomstig artikel 458 strafwetboek mogen schenden.

Artikel 4 verwijst wel naar de meldplicht uit het decreet van 2003, maar dat wordt niet verder uitgewerkt. Bijgevolg zijn enkel de meldplicht en de modaliteiten van melding zoals voorzien bij het traditioneel contactonderzoek van toepassing en niet een melding aan de Covid-19-databank. De procedures met de elektronische formulieren opgesteld door het Interfederaal comité testing & contactopvolging vormen ook geen voldoende basis om als een wettelijke toelating, laat staan een verplichting, gekwalificeerd te worden. Ook artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit nr. 18 dat stelt dat de databank persoonsgegevens bevat die de artsen, de ziekenhuizen, de laboratoria en het contactcentrum aan Sciensano meedelen, kan niet als een voldoende duidelijke wettelijke basis beschouwd worden. Los van de vraag of de federale wetgever wel bevoegd is om bij infectieziekten de melding te regelen.

Door het noodzakelijk moeten invullen van de elektronische formulieren worden de geheimplichtigen bijgevolg gedwongen om hun beroepsgeheim te schenden zonder wettelijk kader. Bovendien gebeurt de schending niet alleen met het Covid-19-contactonderzoek als doeleinde, maar ook met het oog op de twee andere doeleinden van de Covid-19-databank. Van een strikt gelimiteerd keurslijf lijkt bijgevolg hier geen sprake.

Er is daarom dringend nood aan een precieze decretale meldplicht om voor de procedures voorzien door het Interfederaal comité testing & contactopvolging de vertrouwelijke gegevens door te (laten) sturen aan de Covid-19-databank bij Sciensano. Zonder die decretale basis riskeert elke geheimplichtige die in deze procedure vertrouwelijke gegevens doorstuurt of laat doorsturen een strafrechtelijke vervolging wegens schending van het beroepsgeheim.

  1191