Code rood voor de rechtstaat

Uit De Juristenkrant nr. 397 van 6 november 2019

In zijn boek ‘De sluipende staatsgreep’ waarschuwt mensenrechtenadvocaat Paul Bekaert voor het uithollen van de rechterlijke macht door de uitvoerende, en het misbruiken van rechters voor politieke doeleinden. ‘Men wil geen geld investeren in justitie. En dus neemt men rechters maar hun werk af.’

Gepubliceerd op 07-11-2019

Ruth Boone

‘De rechterlijke macht worden voortdurend bevoegdheden ontnomen. Dat gebeurt stap per stap. Ik noem dat daarom een sluipende staatsgreep van de uitvoerende tegenover de rechterlijke macht. Bovendien misbruikt de uitvoerende macht de rechtbanken om de eigen politieke agenda uit te voeren. Binnen de EU staan de rechterlijke macht en ook de rechtstaat onder druk in Polen, Hongarije en Spanje. Men misbruikt de rechtbank om zogenaamd aan terreurbestrijding te doen. En dat is een schending van de scheiding der machten. Politiek moet je voeren in het in parlement en in de publieke opinie.’

29175-bekaert_lage-dpi
(c) Eric de Mildt

U waarschuwt voor een sluipende staatsgreep door de uitvoerende macht tegen de rechterlijke. Dat ontnemen van bevoegdheden aan de rechterlijke macht, is dat iets recent?

Paul Bekaert: ‘Het laatste decennium is men een versnelling hoger gaan schakelen. Men stelt steeds meer pseudorechters en procureurs aan om recht te spreken. Er is bijvoorbeeld de wet op de minnelijke schikking, waarbij men zijn straf kan afkopen. Dat is klassenjustitie. De rechtbank speelt daarin nog nauwelijks een rol, en is gedegradeerd tot een tweedelijnsrechter die alleen nog mag toezien op de hoegrootheid van het bedrag. De procureur werpt zich in die procedure op als rechter. Volgens de PG van Brussel heeft dat veel geld opgebracht voor de Belgische staatskas. Dat kan zijn, maar als men van de procureur een rechter maakt, dan wordt er een grens overschreden.’

Pseudorechters

‘Ik heb het bovendien zeer moeilijk met het feit dat men van justitie entertainment maakt bij assisen. Het is lijkenpikkerij, alle smeuïge details worden breed uitgesmeerd. Het is gesneden brood voor de media, want het scenario is al voor hen geschreven. De mensen zijn verkleed, er is een mooi decor. Dat verkoopt goed. Men zwaait met het recht op info, maar dat zijn schijnargumenten.’

 

Assisen heeft nochtans nog altijd veel voorstanders, ook bij uw confraters?

(ferm) ‘Veel? Een dozijn advocaten die op zeer welbespraakte wijze hun broodwinning en hun bekendheid veiligstellen.’

‘We zijn met 10.000 advocaten, daarvan zijn er veel met strafzaken bezig. Maar daar bestaat een volledig verkeerd beeld van bij het publiek. Assisen maakt 0,01 procent van alle zaken uit, maar al die aandacht geeft de indruk dat het veel meer is. Hooguit twintig op de 10.000 advocaten zijn daarmee bezig.’

‘Uiteraard is assisen voor een advocaat beroepsmatig boeiend. Het is zeer intens, door het theater, het decorum, de media-aandacht. Maar de ouderwetse welsprekendheid, dat is voorbij, men houdt de pleidooien nu veel korter en zakelijker. Ik vind het gesproken woord nog altijd zeer belangrijk. Maar ik ben wel voor korte betogen, dat mis ik soms bij mijn Franstalige confraters.’

Beproefde tactiek

In het tweede deel van uw boek hekelt u het misbruiken van rechters voor politieke doeleinden.

‘Men criminaliseert meer en meer zijn politieke tegenstander. Kijk naar Trump en hoe hij Hillary Clinton bestempelde als ‘crooked’ en ertoe opriep haar op te sluiten. Het is een oud recept. Men maakt van zijn politieke tegenstander een misdadiger van gemeen recht, en maakt hem uit voor dief of fraudeur. Socrates werd door de Atheners al ter dood veroordeeld voor ‘het bederven van de jeugd’.’

‘Turks president Erdogan straft zijn politieke tegenkandidaten bij de verkiezingen als terroristen. De Britse premier Margaret Thatcher stelde dat er in Ierland geen politieke strijd of burgeroorlog was, maar dat de IRA-gevangenen moordenaars, afpersers en brandstichters waren.’

‘Het is een beproefde tactiek die we nu ook in Spanje zien met de Catalaanse kwestie. Sinds 2005 is het houden van een referendum in Spanje niet meer strafbaar. Het is dus geen misdrijf meer. Dus heeft de Spaanse justitie het anders ingekleed: men beschuldigt de Catalaanse politici van misdrijven van gemeen recht, namelijk corruptie en het afwenden van overheidsgeld. Men gebruikt de rechtbank als wapen in de politieke strijd. Er is in de Catalaanse kwestie geen scheiding van machten in Spanje, de Spaanse justitie doet aan politiek. De rechters zijn politiek benoemd, wie voor de eenheid van Spanje is wordt bevoordeeld. En zij moeten dan oordelen over de separatisten.’

  596