Bouwen in Vlaanderen - Europese dimensie

DEVISSCHER PurdeyPurdey Devisscher wijst in een doctrinebijdrage op de belangrijke Europeesrechtelijke dimensie van het Vlaams Grond- en Pandendecreet, die op het eerste gezicht puur nationaal of zelfs lokaal lijkt te zijn. Ze vestigt ook de aandacht op een aantal opmerkelijke punten waaronder de invulling van de Altmark-criteria inzake staatssteun en de ‘toetsing’ van de ‘Wonen-in-eigen-streekregeling’. Haar bijdrage is verschenen in aflevering 311 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW) van 26 november 2014. Hierna vindt u een samenvatting van deze bijdrage.

Lees het volledige artikel op Jura.

Vlaams Grond- en Pandendecreet
In twee arresten voor het Grondwettelijk Hof (nr. 2013/144 en nr. 2013/145) werd verzocht om vernietiging van verschillende bepalingen van het Vlaams Grond- en Pandendecreet dat voorziet in regels wat betreft projecten met een sociale last. Opvallend is dat er, hoewel het om een nationale of zelfs lokale materie lijkt te gaan, sprake is van een verregaande Europese dimensie. Dit blijkt uit de prejudiciële vraagstelling aan het Hof van Justitie EU waarin vragen rijzen inzake onrechtmatige staatssteun, strijdigheid met het vrij verkeer van kapitaal, vestiging, diensten, en personen en de Richtlijn inzake overheidsopdrachten. De evenwichtsoefening die het Hof van Justitie hierbij maakt in de samenwerking met de nationale rechter is interessant (arrest Libert, nr. C-197/11 en C203/11, ECLI:EU:C:2013:288).

Staatssteun en de Altmark-criteria
De subsidiemechanismen en fiscale stimuli (boek 3 en 4 Vlaams Grond- en Pandendecreet) noopten tot een uitlegging van de regels inzake (onrechtmatige) staatsteun en de vereiste van voorafgaande notificatie (art. 107 en 108 VWEU). Wat betreft de kwalificatie van de maatregelen, wierpen van de 4 cumulatieve standaardcriteria inzake staatssteun, vooral de criteria inzake de al dan niet toekenning van een voordeel en de mogelijke aantasting van de tussenstaatste handel twijfels op. In het bijzonder omdat er naast de de minimis-regelingen, in het geval er sprake is van openbaredienstverplichting, de Altmark-criteria (compensatie in plaats van een voordeel) van toepassing kunnen zijn. Hoewel het Hof van Justitie in de rechtsoverwegingen terughoudender is dan de advocaat-generaal en de uiteindelijke toetsing wordt overgelaten aan het Grondwettelijk Hof, is het toch opvallend dat het Hof van Justitie daarbij uitgebreid ingaat op deze criteria:

  • Daadwerkelijk belast zijn met de uitvoering van een openbaredienstverplichting die duidelijk omschreven is
  • Criteria voor compensatie moeten vooraf op objectieve en doorzichtige wijze vastgesteld worden
  • Compensatie moet kostendekkend zijn
  • Indien niet via openbare aanbesteding gekozen, moet de compensatie worden vastgesteld op basis van de kosten die een gemiddelde, goed beheerde onderneming zou maken.

Daarnaast creëerde dit ook de vraag naar de vereiste van voorafgaande aanmelding, in het bijzonder omdat de Altmark-criteria, grotendeels zijn overgenomen in de DAEB-beschikking (2005/842).

Vrij verkeer van kapitaal
De regeling van de projecten met een sociale last zou bovendien, aldus de verzoekende partijen, moeten worden getoetst aan de regels inzake het vrij verkeer van kapitaal, vestiging en diensten, en de Dienstenrichtlijn (2006/123). Het Hof van Justitie verduidelijkte daarbij volgende aspecten:

  • Aan welke vrijheid, vrij verkeer van diensten, vestiging of kapitaal, moet getoetst worden
  • Een beleid van sociale huisvesting als mogelijke rechtvaardigingsgrond
  • De vereisten van noodzakelijkheid en geschiktheid.

Ook hier geeft het Hof van Justitie uitgebreide richtlijnen mee, maar wordt de uiteindelijke toetsing overgelaten aan het Grondwettelijk Hof dat de concrete toepassing slechts kort motiveert.

Overheidsopdracht voor werken
Dit is te meer het geval wat betreft de mogelijke toepassing van de Richtlijn inzake Overheidsopdrachten (2004/18). Het Hof van Justitie, alsook de advocaat-generaal, geven uitgebreid een aantal richtsnoeren mee omtrent de invulling ‘overheidsopdrachten voor werken’, maar het gebrek aan voldoende noodzakelijke gegevens belette het Hof hierover verder uitspraak te doen. Uiteindelijk werd noch door het Hof van Justitie noch door het Grondwettelijk Hof de kans niet gegrepen dit verder te verduidelijken.

Bindingseisen en de puur interne situatie
De regeling inzake de overdracht aan de kandidaat-koper of -huurder, met name de vereiste van ‘voldoende band’ met de gemeente (boek 5 Vlaams Grond- en Pandendecreet) doet niet alleen snel het verband oproepen naar andere zaken waarin bindingseisen worden gesteld, maar tevens de vraag naar de toepasselijkheid van het EU-recht. Daarbij zijn twee zaken opvallend:

  • Het Hof van Justitie gaat bijzonder pragmatisch te werk in de beoordeling van de mogelijke toepasselijkheid van het EU-recht
  • Het Hof van Justitie laat bij de overwegingen inzake mogelijke schending van het EU-recht (art. 21, 45, 49, 56, 63 VWEU en Richtlijn 2004/38), de rechtvaardigingsgrond en vereisten van noodzakelijkheid en proportionaliteit weinig ruimte over voor de nationale rechter.


Het Hof van Justitie lijkt wat betreft bindingseisen en in situaties waarin het EU-burgerschap een belangrijke rol speelt, meer vastberaden te zijn.

Conclusie
De besproken arresten tonen aan dat er op verschillende domeinen een Europeesrechtelijke dimensie is aan het Vlaams Grond- en Pandendecreet. Daarbij lijkt de evenwichtsoefening die het Hof van Justitie moet maken in een prejudiciële procedure sterk afhankelijk te zijn van de voorliggende materie, in het bijzonder wanneer het EU-burgerschap voorligt.

 


De auteur is doctoraatstudent (UGent) – Assisterend Academisch Personeel, Ghent European Law Institute

Bron: Purdey DEVISSCHER, “Bouwen in Vlaanderen. Europese dimensie”, NjW 2014, afl. 311, 818-825.

De volledige tekst vindt u in het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW). Klik hier voor meer informatie over het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW), alsook voor de abonnementsvoorwaarden.

NjW kan ook gelezen worden op smartphone en tablet. Wie al een abonnement heeft op de papieren versie geniet van een voordeeltarief. Klik hier voor meer informatie over NjW mobiel.

>>> Als u nu een jaarabonnement neemt op NjW ontvangt u gratis het volledige artikel van Henri Vandebergh in pdf-formaat. Zend hiervoor een e-mail met vermelding van alle vereiste contactgegevens voor de levering en facturatie van uw abonnement naar: njw@wolterskluwer.be.

De website van NjW: www.e-njw.be

U kunt de tekst van Purdey Devisscher integraal lezen in elektronische vorm via Jura.

Op Jura vindt u meer rechtsleer over het Vlaams Grond- en Pandendecreet.

 

Gepubliceerd op 26-11-2014

  157