Ambitieuze en politievriendelijke camerawet van 2018 doorstaat toetsing Grondwettelijk Hof

In februari 2020 werd de vernieuwde Belgische camerawetgeving grondwetsconform verklaard. Tom De Schepper en Paul De Hert bespreken de nieuwigheden in de nieuwe wetgeving, de uitspraak van het Grondwettelijk Hof en problemen met transparantie voor de gefilmde persoon die in praktijk zullen blijven bestaan. Hun bijdrage is op 7 oktober 2020 verschenen in aflevering 428 van het Nieuw Juridisch Weekblad (NjW).

Gepubliceerd op 07-10-2020

drone

Dit zijn de nieuwigheden voor de politie:

  • Het gebruik van vaste, tijdelijke en mobiele politiecamera’s op niet-besloten plaatsen, waardoor. bodycams en drones voortaan in de dagelijkse operationele politiewerking gebruikt kunnen worden. En het gebruik voor beperkte duur op plaatsen die niet in eigen beheer zijn of aan een bijzonder risico onderhevig zijn, zoals het gebruik van intelligente camera’s op de nationale luchthaven.
  • Het gebruik van politiecamera’s op niet-zichtbare wijze onder bijzondere omstandigheden, waaronder de opsporing van geseinde voertuigen of het uiteendrijven van samenscholingen.
  • Het gebruik van intelligente politiecamera’s en systemen ter ondersteuning van opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie, waaronder de uitrol van een nationaal ANPR-netwerk.
  • De koppeling en correlatie van persoonsgegevens en informatie die verzameld worden met intelligente politiecamera’s en systemen, al dan niet met toelating van de procureur des Konings.
  • De rechtstreekse toegang door de politie tot camerasystemen die niet in eigen beheer zijn. Daarbij worden de beelden beschouwd als politiegegevens die voor een langere termijn bewaard worden.

Deze nieuwe politiebevoegdheden werden gecompenseerd met bijzondere rechtswaarborgen.

Volstaan de rechtswaarborgen?

Voorafgaand aan het gebruik ervan is toestemming van de bestuurlijke of gerechtelijke overheden vereist. Tijdens en na het gebruik ervan is een toetsing mogelijk door de toezichthoudende autoriteit op vlak van bescherming van persoonsgegevens. Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat deze rechtswaarborgen volstaan en merkt op dat deze toepassingen ook aan een effectieve rechterlijke controle onderworpen kunnen worden. Het Hof laat de vernieuwde wetgeving dus onder de huidige vorm en inhoud verder bestaan. Dat is opmerkelijk.

Zal de wet ook de praktijktoets doorstaan?

De nieuwe bevoegdheden zorgen ervoor dat de politiediensten tot 12 maanden beelden kunnen bijhouden (tot 2018 kon dat slechts 1 maand zonder verdere verwerking), terwijl dat voor camerasystemen die ze niet zelf beheren 1 maand blijft. Daarnaast kan de verwerkte informatie verder verwerkt worden in de politionele gegevensbanken, afhankelijk van de persoon of groepering die gevolgd werd. Bij dat alles is een voorafgaand gerechtelijk mandaat doorgaans niet meer vereist. Vanuit juridisch perspectief is dat opmerkelijk. Niet alleen omdat de vernieuwde wetgeving bij momenten moeilijk leesbaar en dus weinig transparant is, maar ook omdat de nieuwe formaliteiten nog te weinig gekend lijken en te weinig worden toegepast. Intussen werden sommige toepassingen, zoals gezichtsherkenning, reeds door de toezichthouders stopgezet.

Besluit

Deze bijdrage ontwart een moeilijke wetgeving waarin naast politiecameragebruik ook al het ander privaat en publiek cameragebruik wordt geregeld, met de mogelijkheid om deze te koppelen aan politiecamera’s. De bespreking van de wetgeving wordt gekoppeld aan een analyse van het Grondwettelijk Hof en aan visies uit rechtspraak, rechtsleer en adviezen van toezichthouders. De auteurs bespreken ook de samenhang met andere relevante regelgeving.

In een vervolgbijdrage wordt dieper ingegaan op de specifieke bepalingen van de vernieuwde camerawetgeving (de specifieke regels voor mobiele en intelligente camera’s en de toezichtsbepalingen).

De auteurs

Tom De Schepper is geaffilieerd medewerker verbonden aan de onderzoeksgroep Fundamental Rights & Constitutionalism (FRC) van de Vrije Universiteit Brussel (VUB).

Paul De Hert is hoogleraar in de rechten aan de faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Hij is director van de onderzoeksgroep Fundamental Rights & Constitutionalism (FRC) en senior member van de onderzoeksgroep Law, Science, Technology & Society (LSTS). Als geassocieerd professor Law & Technology is hij ook verbonden aan het Tilburg Institute for Law and Technology (TILT).

de-schepper-tom
Tom De Schepper
de-hert-paul-2
Paul De Hert

 

 

  436